Ruim zevenhonderd leerlingen van negentien basisscholen uit Noord en Oost komen op vrijdag 19 juni naar het Wereldmuseum voor Keti Koti Junior. Tijdens deze jaarlijkse kinderherdenking en viering staan zij stil bij het Nederlandse slavernijverleden, de betekenis daarvan voor het heden en het belang van vrijheid en verbondenheid.
Redactie
De bijeenkomst in het Wereldmuseum vormt de afsluiting van een maandenlang educatief traject waarin leerlingen zich verdiepen in de geschiedenis van de trans-Atlantische slavernij en de gevolgen daarvan voor de huidige samenleving.
Leren over een beladen geschiedenis
Tijdens het programma presenteren de kinderen wat zij in de afgelopen maanden hebben geleerd en gemaakt. Dat gebeurt met muziek, theater, gesprekken, een quiz en een speciale nieuwsuitzending door leerlingen zelf. Thema’s als vrijheid, verzet en veerkracht vormen daarbij de rode draad.
Volgens de organisatoren biedt het programma kinderen de mogelijkheid om op een toegankelijke manier kennis te maken met een ingrijpend hoofdstuk uit de Nederlandse geschiedenis. Tegelijkertijd worden zij uitgedaagd om na te denken over actuele onderwerpen als gelijkwaardigheid, identiteit en burgerschap.
Keti Koti steeds zichtbaarder
Keti Koti, dat jaarlijks op 1 juli wordt gevierd, markeert de afschaffing van de slavernij in de voormalige Nederlandse koloniën in 1863. De naam komt uit het Sranantongo en betekent letterlijk ‘gebroken ketenen’. De belangstelling voor educatie over het slavernijverleden is de afgelopen jaren sterk toegenomen.
Hoewel de slavernij formeel in 1863 werd afgeschaft, moesten veel tot slaaf gemaakte mensen in Suriname nog tien jaar onder zogenoemd staatstoezicht doorwerken voordat zij daadwerkelijk vrij waren. Daarom wordt 1873 vaak gezien als het jaar waarin de slavernij feitelijk eindigde.
Sinds de nationale excuses van de Nederlandse regering in 2022 en de instelling van het Herdenkingsjaar Slavernijverleden in 2023 is er meer aandacht gekomen voor de geschiedenis van slavernij en de doorwerking daarvan in het heden. Scholen, musea en culturele instellingen ontwikkelen steeds vaker educatieve programma’s om deze geschiedenis onder jongeren onder de aandacht te brengen.
Kunst als ingang voor gesprek
Een belangrijk onderdeel van Keti Koti Junior is de samenwerking met kunstenaars. Dit jaar werken veertien kunstenaars mee aan het programma. Zij helpen leerlingen om historische verhalen via kunst te onderzoeken en te verwerken.
Zo maken kinderen samen met de Braziliaanse kunstenaar Bruno Filho Sankofa-vogels, gebaseerd op een symbool uit Ghana dat staat voor het belang van leren van het verleden. Met kunstenaar Isan Corinde verdiepen leerlingen zich in de marroncultuur en maken zij traditionele medicijnkettingen. Ook ontwerpen zij inheemse schouderdoeken onder begeleiding van het kunstenaarscollectief Wasjikwa.
Door deze creatieve aanpak wordt geschiedenis voor kinderen tastbaar en persoonlijk. De gesprekken gaan daarbij niet alleen over het verleden, maar ook over de vraag wat vrijheid vandaag betekent.
Viering in het Wereldmuseum
De presentatie van de dag is in handen van Raïsha Zeegelaar. Daarnaast zijn er optredens van Wayamu, Mr. Anansi en Black Harmony.
Met de combinatie van herdenken, leren en vieren wil Keti Koti Junior bijdragen aan historisch bewustzijn onder jonge Amsterdammers. Door kinderen al op jonge leeftijd kennis te laten maken met het slavernijverleden hopen de organisatoren ruimte te creëren voor begrip, dialoog en een gedeeld besef van vrijheid.
Keti Koti Junior wordt voor de achtste keer georganiseerd door de organisatie Nationaal Instituut Nederlands Slavernijverleden en Erfenis (NiNsee), in samenwerking met Wereldmuseum, De Rode Loper op School en Noordje.





