Boek van Week 5
De eerste en enige literaire pelgrimage die ik ooit heb ondernomen, was naar het voormalige huis van Daniël Robberechts. In de lente van 2021 besloten ik en de dichter Mathijs Tratsaert plots om van mijn ouderlijke huis in Zottegem naar Everbeek te fietsen, waar Robberechts het overgrote deel van zijn schrijvende leven had gewoond met zijn gezin. Fysiek onvoorbereid maar vol goede luim trotseerden we de verraderlijke hellingsgraden van de streek die zo misleidend, maar welluidende de Vlaamse Ardennen heet. Langs bouwvallige hoeves, agro-industrie en kapitaalkrachtige fermettes, hellingen op en af, maakten we de reis.
Waarom stellen lezers zo’n daad? Onze bewondering voor Robberechts was groot, maar zijn fysieke boeken eigenlijk moeilijk te vinden, beeld- en audiomateriaal zeldzaam of besloten achter de muren het VRT-archief. Dus we zochten een ander teken dat deze bijzondere auteur, uniek in de geschiedenis van de Nederlandstalige letteren, echt had bestaan en geleefd in het land waar wij ook iets literairs probeerden te verwezenlijken.
Toen we een aantal jaar later een online literaire tijdschrift met de naam Flemish Review de la Poëzie starten, was Robberechts nooit ver weg. Ons onlineblad is deels geïnspireerd op zijn tijdSCHRIFT-project en we organiseerden een vertoning van twee filmprojecten die verwezenlijkte samen met de Belgische cineast Jef Cornelis, zodat weer een geheel nieuwe generatie kennis kon nemen van hem, zijn werk en zijn denken.
Tot dusver mijn eigen ingekorte geschiedenis met Robberechts, waarbij de meest fundamentele handeling, hem lezen en door het lezen vervuld te vervuld raken van zijn stijl, zijn denken, zijn blik, buiten beschouwing is gelaten. Wat natuurlijk ook gebeurde. Zijn werk kwam tot me in De Slegte-filialen, Oxfam boekhandels en Het Ivoren Aapje te Brussel. Dat waarvan ik zelf geen exemplaar vinden kon, ontleende ik tot lang na de inlevertijd uit de collectie van De Krook. Mathijs leek alleen maar spectaculaire verhalen te hebben over hoe hij zijn exemplaren bemachtigd had.
Ik en Mathijs zijn niet de enige die door de ontmoeting het werk van Robberechts zijn veranderd, zo ook Arjen Mulder, de Nederlands bioloog en essayist. In zijn recentste boek, De absolute essayist, gaat Mulder uitvoerig in op zijn eigen lees- en leeftraject met het werk van Robberechts en zijn hoofdthese daarbij is duidelijk: ‘Ik beschouw Daniël Robberechts als de absolute essayist. Hij heeft de essayistische methode het meest doortastend en uitputtend toegepast, met heel zijn ziel en zaligheid. Alles wat Robberechts aanraakt werd essay, een overpeinzing van hoe iets werkt en wat voor ervaringen dat oproept en uitsluit’.
Met die these gaat Mulder Robberechts zijn gehele oeuvre herlezen overlopen. Hij werkt chronologisch en boek per boek alle gepubliceerde werken, citeert veelduidig en uitgebreid, geeft commentaar en legt zijn eigen levensloop naast die van Robberechts, tot diens ontijdige en plotse dood in 1992. Omdat het jammer genoeg dus notoir moeilijk is om het meeste van Robberechts werk nog in handen te krijgen, is het zeer dankbaar dat Mulder rijkelijk citeert uit het oeuvre, zodat ook nieuwe lezers kunnen kennismaken met het levendige sensitieve schrijver van Robberechts. Of hij nu zijn eigen seksuele, sociale en religieuze (mis)vorming in de kaart brengt zoals in De grote schaamlippen (1969), nadenkt over wat het boek en de literatuur als kunstvorm vermag (je zou Robberechts anachronistisch een mediatheoreticus kunnen noemen) of wanneer hij in zijn werken Aankomen in Avignon (1970) en Praag schrijven (1975) nadenkt en praktiseert hoe men anders over steden kan schrijven. Mulder is een aangename gids die vooral zin heeft om de hele integrale Robberechts zelf te gaan herlezen.
Want hoewel is zeker niet twijfel aan de inzet en de liefde van Mulder, maakt hij ook enkele bizarre fouten. Robberechts is voor mij ook een onbetwistbaar Belgisch auteur. Hij kwam uit een tweetalig gezin, sprak Frans en is duidelijk beïnvloed door de Franse literaire denkers van de jaren 60. Maar zijn vader was een flamingant en dat hij er uitduidelijk voor koos een Nederlandstalig auteur te zijn, moet serieus tegen die achtergrond gelezen worden. Mulder lijkt bij momenten zijn kennis van de Belgische taalsituatie niet geheel op een rij te hebben en gaat daarbij voorbij aan een aantal fundamentele bouwstenen van Robberechts zijn vorming.
Alsnog is dit boek je tijd en moeite waard, als essayerende hommage aan misschien wel de ultieme writer’ writer in het Nederlandse taalgebied, of als eerste kennismaking met diens werk. Voor je het weet heb ook jij zijn werk bij elkaar gesprokkeld. Voor je het weet zit je ook op de fiets naar Everbeek.
_____
De absolute essayist is geschreven door Arjen Mulder
Verschenen bij Het Balanseer
Benjamin de Roover is boekverkoper bij Linnaeus Boekhandel, Middenweg 20






