Museum Rembrandthuis heeft weer een bijzondere tentoonstelling, dit keer met een sterk educatief karakter. Maar door de mooie opstelling, de bijzondere etsen die alleen nu te zien zijn en de hoge mate van ‘zelf doen en leren’ is het aantrekkelijk. Als je met kinderen vanaf 8 jaar gaat, met een andere volwassene en als je alleen gaat, is een bezoek aan het Rembrandthuis zeker de moeite waard.

Anne-Mariken Raukema

Zoals vaker is de introductie op de tentoonstelling op de derde verdieping. Deze is gedeeltelijk ingericht als atelier met vijf schildersezels die de bezoekers, jong en oud, tonen hoe Rembrandt een olifant tekende, maar ook waar je zelf op moet letten.

Het kunstenaarschap van een van de grootste kunstenaars uit de Nederlandse geschiedenis staat centraal. Niet alleen de technieken van schilderen, etsen en tekenen komen aan de orde, ook de tactieken die Rembrandt gebruikte om te komen waar hij uiteindelijk zou eindigen.

Naar de natuur
Dat het makerschap centraal staat is eigenlijk een voor de hand liggend gegeven. Immers, maar liefst negentien jaar lang was het museum het makershuis waar Rembrandt en zijn leerlingen werkten. Nu krijgen bezoekers de kans om zelf te ontdekken, proberen, falen, verbeteren en trots te tonen wat ze hebben gemaakt. Wat je ook leert, is de tijd nemen om naar de natuur te tekenen, niet onbelangrijk. Dat dit niet voor iedereen voordelig was, getuige de pentekening van de oude vrouw met duidelijk ingezakte buik. Maar wel natuurgetrouw.

Interactief, maar off line
De tentoonstelling is nadrukkelijk interactief. Er zijn panelen waar je aan mag komen, je mag kubussen ronddraaien tot je de juiste volgorde hebt. Er zijn spellen en je kunt zelf aan de slag met pen, potlood en papier. Bijvoorbeeld om de perfecte lijn te tekenen, of een olifant op papier krijgen, waarvoor Rembrandt alleen maar voorbeelden op papier had. Tot Hansje, de kermisolifant in 1637 naar Amsterdam kwam. Hetzelfde geldt voor de leeuw, die ook op een hoofdstedelijke kermis te zien was en die Rembrandt met anatomische precisie moet hebben bestudeerd. Immers, jaren later kon hij in pen weergeven hoe de spieren in de achterpoten werkten. Maar interactief, gelukkig zonder digitale componenten, helemaal offline. Dus mocht Trump ergens een stekker uit wil halen, dan blijft deze expositie staan.

Vijf masterclasses
In vijf thema’s, die masterclasses worden genoemd, worden Rembrandts ‘tips & tricks’ verduidelijkt: kijken, techniek, gevoel, experimenteren en verkopen. Alles mag, niks moet. De masterclasses zijn verdeeld over twee beneden gelegen verdiepingen.

Aan de hand van een van Rembrandts vele zelfportretten – hij was self marketeer avant la lettre!  – wordt uitgelegd hoe hij werkte met grove penseelstreken, ook de onderlaag gebruikte en zelfs z’n vingers in de verf zette om effect te krijgen in een wenkbrauw. Dat hij in z’n schilderwerk zowel zoekend als trefzeker was, wordt ook goed uitgelegd, maar nergens belerend. Dit evenwicht is zeker gevonden.

Droge naald
Dat Rembrandt de etstechniek emancipeerde, in de zin van het verder ontwikkelen van de droge naaldtechniek en het verspreiden ervan, toont vernuftig vijf glazen die vijf fasen van het maken van een ets laten zien. Bijzonder zijn de kleine etsen zoals Landschap met herder en hond, Rondtrekkende familie en Vrouw met een kind op haar arm, die normaal gesproken veilig en donker in depot worden bewaard.

Dat de etsen zo klein zijn, heeft te maken met de hoge kostprijs van de koperplaten. Onder alle lagen van de bevolking werd fanatiek etsen verzameld. Er waren prenten te koop voor een paar stuivers, maar er waren er ook die voor een aantal klinkende guldens van de hand gingen. Sommige verzamelaars wilden alle ‘staten’ van de plaat hebben, afdrukken van alle tussentijds gemaakte prenten, van de eerste tot de laatste.

Licht van rechts
Wie eerder werk van Rembrandt en tijdgenoten, leerlingen zag, weet dat het licht steeds van links uit een raam invalt. Schilderen was duidelijk een ambacht dat overdag uitgeoefend werd en de meeste makers waren rechtshandig. Maar op de etsen komt het licht van rechts. Logisch, omdat de afgedrukte prent een spiegelbeeld van de etsplaat is.

Emoties
Aan de hand van het bekende het Joods bruidje wordt getoond hoe Rembrandt in – dit geval in handen – gevoel wist weer te geven. Ernaast is een spel opgesteld waar aan de ene kant een speler kiest uit vijf emoties: pijn, blijheid, verbazing, boosheid en tevredenheid, die met het gezicht uitbeeldt. En de andere speler een van de vijf portretten van Rembrandt kiest die voor dit gevoel staat.

De blindmaking van Simson, een schilderij wat in de New Yorkse Frick Collection hangt, is in een soort kijkdoos gevat. Daarin staan de personages in diepte achter elkaar. Als kijker kun je vier soorten belichting indrukken, ook alle vier tegelijk. Daardoor ontstaan verschillende beelden en 3D schilderijen. Alleen door de lichtval. Even inventief als eenvoudig.

Experiment om te verbeteren
Op verschillende manieren wordt getoond hoezeer Rembrandt steeds bezig was om zijn werken te verbeteren. Dankzij röntgentechnologie kunnen we nu zien welke veranderingen hij aanbracht in een schuttersstuk, wat in een oogopslag lijkt te zijn geschilderd en dat ver voor de uitvinding van de fotografie. Personages kregen een andere plaats, veranderden van houding en kregen andere uitdrukkingen. Dat is heel mooi in beeld gebracht.

Twee topstukken spelen een sleutelrol. Het schilderij De anatomische les van dr. Jan Deijman (1656) sluit de tentoonstelling af. Het veel grotere doek werd tijdens een brand in de Waag in 1723 verbrand, en alleen de dode misdadiger wiens schedel al gelicht is en een assistent zijn te zien. Dr. Deijmans hoofd is in vlammen opgegaan, net als de beide zijkanten en onderzijde van het doek, dat ooit bijna 2,5 x 3 meter was. Het werk is een bruikleen van het Amsterdam Museum.

Dromende Jozef
Jozef vertelt zijn dromen (1633) laat zien hoe Rembrandt experimenteerde en probeerde zichzelf steeds te verbeteren. Een werk kon altijd beter. Hij schetst in brede penseelstreken het Bijbelverhaal van Jozef die aan zijn familie vertelt over de droom waarin hij zag dat zijn broers ooit voor hem zullen knielen. Jozef drukt dat uit met zijn handen. De broers reageren met ongeloof, wat duidelijk te zien is aan hun houdingen en gezichten.

Rembrandt maakte dit schilderij in 1633 als ontwerp voor een prent. Daarbij speelde kleur geen rol. Hij had genoeg aan bruingele tinten om de vormen en de verdeling van licht en donker aan te geven. De prent werd pas jaren later en op veel kleiner formaat uitgevoerd. Dat dit ontwerp bewaard is gebleven, is bijzonder: veel dergelijk werkmateriaal is verloren gegaan. Het schilderij maakt sinds 1946 deel uit van de collectie van het Rijksmuseum en werd destijds aangekocht met steun van Vereniging Rembrandt. Ga dit doek zelf zien en vergeet de rest van de tentoonstelling niet!

Terugkerend concept
Het verrassende is dat het masterclass-concept niet eenmalig is, we gaan er in de toekomst dus meer van proeven. Met Rembrandt als rode draad. We blijven het volgen. Hopelijk kiest met museum dan weer voor Designwolf om de tentoonstelling vorm te geven. Dat deden ze smaakvol, transparant, robuust en met oog voor detail. Misschien net zoals Rembrandt het zelf gewild zou hebben.

Rembrandts Masterclass, Museum Rembrandthuis tot en met 25 mei.

Check www.rembrandthuis.nl