Home Lezen en schrijven De boekenkast van Hiltje Hettema

De boekenkast van Hiltje Hettema

0

In haar woning in Betondorp, met veel boeken en een piano geflankeerd door een portret van Beethoven begint dichteres Hiltje Hettema over een treurige gebeurtenis. Het grijpt haar aan, de dood van Julius Vischjager. Dichteres Hiltje Hettema dronk regelmatig koffie met de pianist en uitgever van The Daily Invisible. Ze toog naar de Ringvaart, de gracht waar het levenloze lichaam van de 83-jarige Vischjager op 6 oktober jl. werd aangetroffen. ‘Ik zag een prachtig weelderige zwaan op de Ringvaart. Ze dook onder en kwam na enige tijd weer boven. Helaas kwam Julius niet meer boven.’

De Boekenkast | Thomas Claassen

Foto Frank Schoevaart.

Hettema wordt geboren in een rood nest.‘Mijn ouders werden in Friesland rode honden genoemd. Mijn vader was architect en mijn moeder onderwijzeres. Ze zaten in de anarchistische hoek en zetten zich af tegen de kerk. Mijn moeder moest niets van het geloof hebben. Ze kende geen schaamte en liep graag op blote voeten rond: één zijn met de natuur. Alcohol drinken was een zonde. Ze las me voor uit Alleen op de wereld en de Friese kinderboekenschrijfster Nienke van Hichtum. Thuis lagen boeken van Domela Nieuwenhuis, Frederik van Eeden en Henriette Roland Holst. Moeder vond Roland Holst goed, maar ik vind het te zoet.’

Hettema leest op dit moment een biografie van Domela Nieuwenhuis geschreven door Evert Zandstra. Ze tovert een verweerde bruine kaft tevoorschijn. ‘Een uitgave van Domela’s werk uit 1919. Deze is van mijn vader geweest.’ Hettema haalt citaten van Nieuwenhuis op: ‘denkende arbeiders drinken niet, drinkende arbeiders denken niet’ en ‘gans het raderwerk staat stil, als uw machtige arm het wil.’ Zelf is Hettema ook anarchist. ‘Anarchisme betekent voor mij vrijheid. Door bepaalde acties in het verleden, bijvoorbeeld van RaRa, heeft het anarchisme een negatief connotatie gekregen. Terwijl het in de kern een vredelievende ideologie is.’ En met het geloof heeft ze, net als haar moeder, niets: ‘elk geloof heeft zo zijn ronselpraktijken.’

Vader Hettema voelt zich aangetrokken tot de architectuur van Betondorp, aangelegd tussen 1923 en 1925, en verhuist van Friesland naar de Randstad. Het gezin woont eerst in Schoorl, maar het huis wordt door de Duitsers gevorderd bij de aanleg van een legerkamp, dat later dienst doet als concentratiekamp. Ze verhuizen daarop naar Betondorp. In de Tweede Wereldoorlog belandt haar vader in het Oranjehotel. ‘Het is niet helemaal duidelijk waarom mijn vader door de Duitsers werd opgepakt en vermoord. Ik herinner me dat ik in het Oranjehotel ben geweest. Al de gevangenen en het geweld werd toegedekt en weggestopt. Mijn vader mocht alleen de Bijbel lezen. Dat bijbeltje heb ik onlangs geschonken aan het museum van het Oranjehotel.’

Enkele jaren geleden reist Hettema per fiets naar Polen. Ze reist licht en probeert zo min mogelijk geld uit te geven. Een kleine tent wordt haar reizende huis. In Auschwitz draagt ze gedichten voor in het Jiddisch. ‘Waar ik op dat moment aan dacht? Aan mijn vader. En wat mensen elkaar kunnen aandoen.’Bij Hettema zit veel in het hoofd: dromen, herinneringen, wensen, gedachten, ideeën, gedichten. Ze denkt beeldend. ‘Als ik een gedichtenbundel lees dan vraag ik me altijd af: is dit gedicht te zingen?’ Ze pakt een bundel van Gerrit Achterberg, vol met gele markeringspapiertjes, bladert naar het gedicht Werkster en zingt voor. Na het gedicht zegt ze: ‘Het was natuurlijk een omstreden man. Hij vermoordde zijn hospita, maar zijn gedichten zijn groots.’ Ze wijst naar andere werken in haar kamer: het verzamelde werk van Wim Brands, Primo Levi, Hugo Claus, Hans Blom, Naomi Klein, Bas Heijne, Anton Constandse en Oliver Sacks. Ze heeft een plank vol met verboden boeken. Met een grijns: ‘Ik houd van verboden boeken. Dat zegt veel over een bepaald tijdsbeeld.’

Ze komt in Litouwen prachtige ex librissen tegen van Joodse gevangenen in Auschwitz. Hettema raakte geïnteresseerd in de Jiddische taal en heeft planken vol met Judaïca.

Hettema is lid van twee schrijfgroepen: de door Simon Vinkenoog begonnen De Klus en een eigen schrijfgroep. ‘De thema’s lopen uiteen. Belangrijks bij deze avonden is de concentratie en de focus op het creëren. We schrijven en lezen voor.’ Hettema’s woonkamer is geregeld ontmoetingsplek voor bijeenkomsten. Ook organiseert ze film- of muziekavonden met geestverwanten waarbij ze soep en brood serveert.

Zelf schreef ze inmiddels honderden gedichten en korte verhalen. Allemaal op papier. ‘Ik heb geen computer en ben niet verbonden met het internet. Soms worden mijn teksten door anderen gedigitaliseerd.’ Ze laat enkele gedichten lezen, verzameld in afzonderlijke mappen, soms vergezeld door een foto of kunstwerkje. ‘Ik schreef laatst eenentwintig gedichten over Alzheimer. En kijk: deze gaan over mijn dochters en hun kattenkwaad in de Bijenkorf.’ Moeilijke of interessante woorden schrijft ze op in een aantekeningenboekje en bedenkt daar eigen verzonnen betekenissen bij. Enkele woorden noemt ze op: imperialisme, blauw bloed, schorriemorrie, bevoogding en voorgeborchte.

Haar afkomst blijft ze koesteren: op de buitendeur hangt een Fries vlaggetje en haar voicemail is in het Fries. Ze kijkt het woonkamertje rond: ‘Ik ben hier gelukkig met al mijn ideeën en herinneringen.’