Robert Jasper Grootveld had de aan de Panamakade een drijvende tuin speciaal ontworpen als een klein miniparkje waar hij met zijn vrouw Thea Keizer tot rust kon komen. Toen de gemeentelijke hoveniers met een eigen beplantingsplan voor deze tuin kwamen, was Robert Jasper Grootveld zo boos dat hij weigerde bij de officiële inwijding aanwezig te zijn. De gemeente besloot deze drijvende tuin de naam te geven van de kade waaraan hij lag, een naam die Grootveld nooit zelf gekozen zou hebben. Dat is nu veranderd. De tuin heet nu de Theatuin.

Redactie

Met de naamsverandering eren de ‘Vlottenbouwers van Amsterdam’ zijn krachtige echtgenote, zonder wie Grootveld nooit tot zo’n grote kunstenaar had kunnen uitgroeien. Met een plechtige ceremonie is het bord met de nieuwe naam van de tuin onthuld.

Tussen het havenwater en de bebouwing in het Oostelijk Havengebied groeien planten en bomen op vlotten. Dat is voortgekomen uit de ideeën van kunstenaar en vrijdenker Robert Jasper Grootveld. Zijn drijvende tuinen verbinden de Amsterdamse tegencultuur met vragen die vandaag volop spelen: hoe geven we natuur ruimte in de stad, wat kunnen we opnieuw gebruiken en wie zorgt voor het behoud van een eigenzinnig experiment?

Vijf tuinen

De gemeente beschrijft vijf tuinen naar Grootvelds idee: de Panamatuin, die nu Theatuin heet, aan de Panamakade en vier tuinen bij de Douanesteiger in de Entrepothaven. Daar liggen De Oceaan, Yuppie-management, De Wilde Tuin en De Tuin van Tuynman. Hun begroeiing maakt ze tot opvallende groene plekken in een omgeving die sterk door water, kades en gebouwen wordt bepaald.

Voor zijn zestigste verjaardag kreeg Grootveld van toenmalig stadsdeel Zeeburg zestig kubieke meter aarde. Daarmee kon hij zijn ideeën over begroeide vlotten verder verwezenlijken. Eind jaren negentig volgde een werkgelegenheidsproject waarin meerdere tuinen werden gebouwd. Zo kreeg een persoonlijke fascinatie een blijvende plek in het Oostelijk Havengebied.

Na Grootvelds dood hebben vrijwilligers het onderhoud voortgezet; de vlottenbouwers van Amsterdam hebben bovendien nieuwe eilanden gemaakt met zijn knoopmethode. Zijn nalatenschap bestaat daardoor zowel uit de oorspronkelijke tuinen als uit kennis die mensen aan elkaar doorgeven. Op de website vlottenbouwen.nl melden de initiatiefnemers dat hun plan voor restauratie en erkenning via Oost Begroot voldoende steun kreeg: 1.779 stemmen en een bedrag van 40.000 euro. Dat is een concreet teken van draagvlak.

De documentaire Drijfland van Nico Boink brengt de geschiedenis opnieuw onder de aandacht. Boink begon in 1999 met filmen en verbond zijn oudere opnamen later met het werk van de huidige verzorgers. De film ging op 18 september 2025 in première bij het IISG. Voor 30 september 2026 staat een vertoning in buurthuis de Witte Boei aangekondigd, met aansluitend een gesprek met de filmmaker en de Vlottenbouwers. Zo krijgt het publiek gelegenheid om zowel de oorsprong als de toekomst van de tuinen te bespreken.

 

Vorig artikelFonteinen uitgezet na vondst poepbacterie