‘Zegt het jullie nog wat, de Italiaanse ijssalon Cortina in de De Clercqstraat? Die was van mijn tante, en vanaf mijn zeventiende heb ik daar gewerkt. Op een avond kwam Roberto daar een cassata bestellen, en daarna kwam hij elke avond weer terug. Cassata ijs was een klein ijstaartje, heerlijk hoor, maar na een paar dagen had ik toch wel door dat hij vooral voor mij kwam.’

Henny Reubsaet

Aan het woord is mevrouw Tiny Corradi. Stadsdeelbestuurder Zeeger Ernsting heeft haar en haar echtgenoot bij het begin van zijn bezoek een mooie bos bloemen overhandigd vanwege hun 60- jarig huwelijk. In hun woonkamer op IJburg trekt een grote zwart-wit foto die boven de bank hangt de aandacht. De trouwfoto van het bruidspaar.

‘Een mooie Italiaanse man, dat zien jullie wel’, vervolgt mevrouw haar verhaal. ‘Er kwamen wel meer mooie Italiaanse mannen in de ijssalon natuurlijk, maar ik hield van verzorgd en hij was altijd keurig gekleed en had zo’n mooie schoenen aan, dus ik vond zijn aandacht wel fijn. Ja, wat vind je belangrijk op die leeftijd’ lacht ze. ‘Na het werk liep hij dan altijd met me mee naar mijn ouderlijk huis in de Marco Polo straat en van het één kwam het ander.’ Inmiddels hebben ze twee kinderen, vier kleinkinderen en één achterkleinkind, en wonen ze alweer twintig jaar op IJburg.

Mevrouw Corradi is een rasechte Amsterdamse met het Nederlandse uiterlijk van haar rossige moeder, maar haar vader is Italiaans. ‘In de oorlog heeft mijn moeder nog geluk gehad met haar Italiaanse nationaliteit’, vertelt ze verder. ‘Ze was opgepakt door de Duitsers, maar omdat ze met een Italiaan getrouwd was werd ze weer vrijgelaten. Ik ben net na de oorlog geboren.’

Meneer Corradi heeft een bewogen jeugd gehad in Süd-Tirol, een Duitstalig gebied in Noord-Italië. Daar is hij opgegroeid in tehuizen. Zijn moeder was zeventien toen ze van hem in verwachting raakte, hij is in 1940 geboren in Milaan. ‘Toen mijn moeder haar moeder in Bolzano belde in het begin van de oorlog, dat ze met Roberto naar huis kwam, dacht mijn oma dat dat de naam van haar vriend was. Maar toen kwam ze met een baby en een vrouw alleen met een baby was toen niet iets waar ze blij van werden. Ik ben blijkbaar toen naar een crèche gebracht, maar werd niet opgehaald, waarna ik naar een tehuis ben gebracht.’

Net als zijn vrouw houdt ook meneer Corradi van vertellen. ‘Later, toen ik al in Nederland was, heb ik uitgezocht wie mijn vader was. Hij bleek als jonge knul gefusilleerd te zijn in de oorlog, waarschijnlijk heeft hij nooit geweten van mijn bestaan. In het dorp Ramponio hangt een gedenkplaat waar ook zijn naam op staat, er zijn die dag toen meer mensen neergeschoten.’

Het verhaal hoe hij op 13-jarige leeftijd ontdekte wie zijn moeder was en waar ze woonde, krijgt geen korte samenvatting maar wordt spannend vol details opgebouwd. Allereerst de reden waarom hij een keertje alleen in de directeurskamer van het tehuis in Merano was. Dat hij daar een klapper met adressen zag liggen en hoe je zo’n klapper kunt openen. De manier waarop hij een buskaartje had weten te bemachtigen en hoe het lukte in zijn eentje naar Bolzano te gaan. En tenslotte de ontknoping : ‘Beneden was de deur gewoon open, boven was geen bel dus ik klop. Toen kwam er een moeder met een baby in de hand bij de deur. Ze kijkt naar me en vraagt: wie ben je? Tja, haar zoon, maar ik kende haar ook niet natuurlijk.’

Mevrouw Corradi heeft het verhaal al vaker gehoord en vertelt dat haar man uren kan vertellen over zijn jeugd. Een deel ervan heeft hij opgeschreven en eigenlijk zou hij verder moeten schrijven aan zijn levensverhaal vindt ze. ‘Zijn levensverhaal is heel interessant. Zelf heb ik niet zoveel te vertellen’. Wat natuurlijk niet waar is, want vervolgens volgen de verhalen elkaar op. Over het terrasso bedrijf dat haar vader met twee broers heeft opgericht, met aanrechten en badcellen van natuursteen uit Italië.

Over haar broer die het bedrijf succesvol heeft overgenomen en zo gek op Italië is. Dat ze zelf ook graag naar Italië gaan, maar dat ze jarenlang naar Turkije zijn gegaan omdat die zo’n heerlijke all-inclusive vakanties aanbieden. Dat ze lang in het Berghaus confectiecentrum heeft gewerkt en toen kon zorgen dat haar man daar ook een baan kreeg, toen hij na twee reorganisaties werkloos was geraakt. ‘We hebben bij Berghaus samen nog zeker zo’n jaar of twintig gewerkt, toch?’

Bij het begin van het bezoek heeft meneer Corradi verteld over zijn vak dat nu niet meer bestaat: letterzetter. Drukkerijen hadden vroeger letters van lood die handmatig naast elkaar gezet moesten worden. Die letters werden vaak weer omgesmolten. Hij heeft de opleiding in Italië gevolgd. De vader van een Duitse jongen die hij daar bij toeval leerde kennen bleek boekdrukker te zijn, zodat hij op zijn achttiende naar Stuttgart is gegaan om bij die man in de drukkerij te werken. Waar hij, weer door toeval, begin jaren zestig een vacature voor een letterzetter in Amsterdam ontdekte. Volgt weer een grappig gedetailleerd verhaal.

‘Nadat ik was aangenomen in die drukkerij in de Warmoesstraat werd ik op het Centraal Station in Amsterdam opgehaald door meneer van Oostrum. Die bracht me naar het koffiehuis daar dichtbij en vroeg wat ik wilde drinken. Mijn eerste drankje in Nederland werd toen een glaasje melk. Meneer van Oostrum bracht me daarna naar de Nassaukade, daar kwam ik in de kost bij een hospita. Ze vroeg me wat ik aan eten wilde meenemen voor mijn werk de volgende dag. Ik dacht dat ze iets voor bij de koffie bedoelde, dus kreeg twee boterhammen mee. Bij de koffie in de Warmoesstraat bleef iedereen bij de grote letterkasten in de werkplaats zitten en nam inderdaad iedereen iets uit een trommeltje. Toen het lunchtijd werd vroeg ik naar de kantine en gingen we allemaal naar boven. Daar stonden wel tafels en stoelen maar er was geen keuken. Iedereen bleek daar verder uit hun trommeltje te eten. Jullie begrijpen dat ik zwaar teleurgesteld was. In Duitsland kon ik net als in Italië altijd tussen allerlei warme maaltijden kiezen bij de lunch.’

‘Gelukkig hadden ze later bij Berghaus wel een kantine met warme maaltijden’, neemt mevrouw Corradi het verhaal over. ‘Want het is echt waar hoor, Italianen kunnen niet zonder lekker eten. Jammer genoeg hebben we ons zestigjarig huwelijk nog niet echt kunnen vieren door gezondheidsklachten, maar als het weer kan gaan we heerlijk uit eten met de kinderen en kleinkinderen. Want als er geen Italiaans eten bij is, vinden we het geen feest.