Met een volle zaal, veel herinneringen en zichtbare trots is het boek Tussen feest en protest gepresenteerd. Journalisten Michiel Klaassen en Menno Sedee schreven het eerste journalistieke en historische boek over dertig jaar Pride in Amsterdam en Nederland. De presentatie stond onder leiding van Dolly Bellefleur, die al vanaf de eerste editie bij Pride betrokken is.

Arie Martijn Schenk

Emancipatiemachine
‘Er was nog geen boek over Pride,’ zei Michiel Klaassen droogjes. Daarmee was meteen duidelijk waarom dit boek er moest komen. Samen met Menno Sedee dook hij in de geschiedenis van een evenement dat begon als kleinschalig homofeest en uitgroeide tot een van de grootste en meest besproken evenementen van Amsterdam.

Sedee noemde Pride een ‘emancipatiemachine’. Niet alleen vanwege de zichtbaarheid, maar ook vanwege de persoonlijke verhalen die eraan verbonden zijn. Hij sprak over de ervaring van de botenparade: de hele route worden toegejuicht, het gevoel van trots, het besef dat je er mag zijn. ‘Zichtbaar zijn is ook een vorm van protest,’ klonk het tijdens de presentatie. Volgens Klaassen zijn feest en protest bij Pride onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Die spanning zit al vanaf het begin in het evenement. ‘Bloot, bonje en BN’ers’, was volgens de makers het motto van de oprichters van Pride. Er werd feestgevierd, maar er was ook discussie. Soms werd er onderling met modder gegooid. Ook dat hoort bij de geschiedenis van Pride. Frictie is nodig, was een gedachte die tijdens deze presentatie vaker terugkwam.

Pride in Boedapest
Een van de meest indringende verhalen kwam van Menno Sedee, die vertelde over de Pride in Boedapest. Samen met Klaassen was hij daar vorig jaar. Op een binnenpleintje stonden ze met de burgemeester van Boedapest. Er hing spanning. Daarna liepen ze het plein af en zagen ze een enorme stoet klaarstaan: honderdduizenden mensen. De burgemeester liep voorop. ‘Toen wisten we: er is geen politie die dit kan tegenhouden. De spanning viel bij ons weg. Dat moment emotioneert me nu weer,’ zei hij.

Deze Pride in Boedapest ging niet alleen over de lhbtiq+-gemeenschap, maar ook over vrijheid, verzet tegen Orbán en verzet tegen corruptie. Pride brengt mensen samen.

Waakzaam blijven
Uit dat verhaal trok Sedee een duidelijke les. Achteruitgang gaat vaak stap voor stap; in Hongarije ging dat in vijftien jaar steeds verder. ‘Let juist op die kleine stapjes,’ zei hij. Hij verwees naar ontwikkelingen in Amerika en het Verenigd Koninkrijk. Ook in Amsterdam is waakzaamheid nodig, zei hij, omdat de helft van de jongeren homoseksualiteit niet normaal vindt. ‘Laten we stapjes vooruit blijven zetten, in plaats van achteruit. We hebben elkaar nodig, de hele gemeenschap.’

Tweeënhalf jaar samenwerken
Tijdens de presentatie keken Klaassen en Sedee ook terug op hun samenwerking. ‘Beste Michiel, wat hebben we tweeënhalf jaar veel meegemaakt,’ zei Sedee. Hij vertelde dat hij kon meesurfen op de energie van Klaassen. Het idee voor het boek kwam van Klaassen, maar die wist al snel dat hij het niet alleen kon doen.

‘Ik heb doodsangsten uitgestaan,’ zei hij. De naam van Menno kwam naar boven en de samenwerking bleek goed te werken. Het geheim? ‘Communicatie,’ zei Sedee lachend. ‘We zijn heel erg goed in communiceren.’

Dank aan de poortwachters
Klaassen sprak ook zijn dank uit aan de activisten die jarenlang, vaak in stilte, voor de gemeenschap hebben gewerkt. Hij noemde hen de poortwachters. ‘Diep, diep dankbaar,’ zei hij.

Tegelijk benadrukte hij dat het belangrijk blijft om bruggen te slaan naar de heterosamenleving. Ook iconen als Johnny Jordaan en Willeke Alberti kwamen voorbij: mensen die op hun manier zichtbaar steun gaven aan de gemeenschap.

Feestje met inhoud
Een van de grondleggers van Pride, Siep de Haan, kwam aan het woord als ‘Keizer Siep’. Hij vertelde hoe de Amsterdamse Pride zich wilde onderscheiden van andere Europese Prides, die vaak veel politieker waren.

‘Wij hadden zin in een feestje,’ zei hij. Maar wel een feestje met inhoud. Een optocht over straat of over de weg viel af. De gracht bleef over. Zo ontstond de Canal Parade. De oprichters wilden ook hetero’s en het bedrijfsleven erbij betrekken. Na drie jaar dachten ze dat het misschien wel voorbij zou zijn, vertelde De Haan. Inmiddels bestaat Pride dertig jaar.

Ook Inga Mielitz vertelde over Lesbian Pride, dat na tien jaar werd opgericht. Met weinig middelen en goede samenwerking kregen zij veel voor elkaar. ‘Er was behoefte aan meer activiteiten. Wij hebben minder behoefte om met bier in een kroeg te staan,’ zei ze lachend.

Levensveranderende ervaring
Voor Kenneth Yap was Pride een levensveranderende ervaring. In 2018 ging hij voor het eerst mee, kort nadat hij uit de kast was gekomen. Hij werd overgehaald om mee te gaan op een boot. ‘Ongekend,’ vond hij het. Inmiddels is hij betrokken bij de vormgeving van de GGD-boot en zet hij zich dagelijks in voor de queer gemeenschap als seksuoloog. Het zaadje daarvoor werd geplant bij zijn eerste Pride.

Ongemak mag er zijn
Lucien Spee, directeur van Pride Amsterdam, benadrukte dat Pride nog altijd dezelfde rol speelt als dertig jaar geleden. Elk jaar komen nieuwe jongeren naar Amsterdam om zichzelf te kunnen zijn en uit de kast te komen.

Hij sprak over de liefde en warmte die Pride oproept, maar ging ook in op de kritiek. Ongemak mag er zijn, zei hij. Volgens Spee is er ruimte gegeven om kritiek bespreekbaar te maken en is daar ook naar geluisterd. Het thema is unity: laten we met elkaar in gesprek blijven.

Schrijver Haroon Ali, eerder ambassadeur van Pride Amsterdam, bracht een kritische noot in. Een deel van Pride gaat over viering, zei hij, maar een belangrijk deel ook over activisme. Hij pleitte ervoor om kritischer te kijken naar sponsoren. Die discussie hoort bij Pride, net als de vraag hoeveel ruimte er moet zijn voor bedrijfsleven en commercie.

Lisa van Ginneken sprak over de symboolfunctie van Pride. Wat mensen bindt, zei zij, is dat iedereen zichzelf wil kunnen zijn. ‘We zitten allemaal in hetzelfde schuitje.’

Ze vertelde een persoonlijk verhaal over haar zoon, met wie zij zeven jaar geen contact had. Op een boot zag zij hem drie uur lang met de transvlag zwaaien. ‘Hoe mooi is dat?’ zei ze trots.

Een middag voor de gemeenschap
Aan het einde van de presentatie kreeg Dolly Bellefleur het eerste exemplaar van Tussen feest en protest uitgereikt. De zaal barstte uit in applaus voor Menno Sedee en Michiel Klaassen.

Het werd een middag vol geschiedenis, discussie, herinnering en trots in een volle kerk. Een middag die liet zien dat Pride nooit alleen feest is geweest, maar ook altijd protest. En misschien juist daarom nog steeds nodig is.