Stoute jongetjes die met fonkelende oogjes ‘poep, pies, kak’ roepen, zullen verbluft stil vallen als ze zien dat een grote meneer een boek heeft gemaakt dat op het kleurige omslag in enorme letters de titel ‘Reeth van Lull tot Anus’ heeft staan. Met ook nog een grijnzende mevrouw erbij.
Frans van Lier | Foto via Paul Vreuls
Je wordt zelf weer een beetje zo’n stout jongetje als je bladert door deze merkwaardige uitgave met als ondertitel: ‘Op avontuur langs de scabreuze kant van Nederland’. Dat avontuur is ondernomen door de journalist Paul Vreuls (1951) die voor het motortijdschrift Promotor langs alle ‘vieze’ plaatsnamen van ons land toerde.
Neuk’n en poep’n
Zo volgen we hem van Rectum (Overijssel) naar Lull (Noord-Limburg), van Poepershoek (Drenthe) naar Kuttingen (Zuid-Limburg), van Stinkhoek (Brabant) naar Reeth (Betuwe), en van Kruishaar (Gelderland) naar Geelbroek (weer Drenthe). En zo nog een stuk of twintig.
‘De wereld is voor me open gegaan’
Allemaal, van Kampeersnol (Texel) tot Boerenhol (Zeeland), heeft Vreuls de plaatsen opgezocht en er joyeuze reportages met puike foto’s van gemaakt. Hij babbelt gezellig met alwie hij tegenkomt en spitst gretig zijn oren als hij iemand op het woord ‘neuken’ betrapt. Tot zijn teleurstelling blijkt dat in Zeeuws-Vlaanderen wat anders te betekenen: ‘Neuk ’ns een eind op’(‘Ga eens aan de kant) zeggen ze bijvoorbeeld of ‘Loop niet zo te neuk’n’(‘Doe niet zo vervelend’). Maar daar laat de onderzoekende Vreuls het niet bij. Hoe noemen ze De Daad dan? Dat blijkt, tot zijn tevredenheid, ‘poep’n’ te zijn.
In eigen beheer veegde hij alle stukken uit Promotor bij elkaar in het lijvige boek, ook verkrijgbaar via www.boekreeth.nl.
Bekrompenheid
‘Een ongelukkige jeugd is een goudmijn voor een schrijver’, luidt een bekend aforisme in literaire kring. Welnu, hier hebben we er een. Toen Paultje als jochie wat had gefoezeld met een buurmeisje, beet zijn moeder hem toe: ‘Je bent toch niet aan haar geweest?’ En dat, zo zegt de nu 74-jarige Vreuls, heeft hem een sociale blokkade voor het leven bezorgd.
De seksuele bekrompenheid in het katholieke gezin in Schaesbergen in de Limburgse Oostelijke mijnstreek heeft zijn jeugd vergald, zegt de man, die, ongelukkig en onaangepast op zijn achttiende vluchtte naar Amsterdam omdat daar misschien een leven was te vinden. Hij studeerde er een paar jaar medicijnen, probeerde wat in het onderwijs en verzeilde op een verzekeringskantoor. Eenzaam, sociaal geremd, onzeker, overgevoelig, radeloos als het om vrouwen ging.
Ontdekkingsreiziger
Hij was 23 toen hij langs het Amstelveens Weekblad fietste. Een bliksem sloeg bij hem in. Op school had hij moeiteloos het ene opstel na het andere geschreven. Hij werd in Amstelveen bij het eerste gesprek aangenomen. ‘Het kwam als uit de hemel gevallen’, zegt Paul Vreuls nu, ‘Ik wist wat ik op deze wereld kwam doen.’
We praten in zijn appartement in park Somerlust met riant uitzicht op de bocht in de Amstel. Hij woont er met zijn vrouw Det en vertelt over het geluk dat het journalistieke leven hem heeft gebracht: dagblad Trouw en daarna een freelance bestaan. ‘Ik heb ooit ontdekkingsreiziger willen worden’, zegt de man die ooit geen weg in de wereld wist. ‘Ik las de boeken van Magalhães, Scot en Amundsen. Nu schreef ik voor bladen als Reizen en Op Pad van de ANWB, voor National Geographic Traveler en Internationale Samenwerking, maakte ik reisreportages in binnen- en buitenland. De wereld is voor me open gegaan.’
Terug naar Fiemel (Groningen) en Benedenknijpe in Friesland. Ook daarheen leidde de route van de ontdekkingsreiziger met de gefrustreerde jeugd. Zeldzame combinatie, zeldzaam boek.




