In het Theo van Goghpark op IJburg wordt Koningsdag vooral op kleedjes gevierd. Langs het wandelpad ligt een lang lint van volle, kleurrijke zeilen en kleedjes. Voor Laterna Magica staat een rij dubbel geparkeerde auto’s met knipperlichten aan. Ouders zetten geen kinderen af op school, maar laden kofferbakken uit. Hoewel de kleedjes al klaar liggen, moeten de dozen nog worden uitgepakt.
Lynne Dunstan
De meeste ouders en kinderen verkopen hun overbodige spullen. Anderen hebben staan te bakken: rijk versierde cupcakes en zelfs glitterkoekjes liggen te koop. Sommigen hebben spelletjes bedacht en er zijn veel versierde grabbeltonnen voor grote en kleine grabbelaars.
Tussen alle kleedjes staat Hugo (13) met zijn ouders.
Vorig jaar had hij een luchtkanon gebouwd waarmee hij pingpongballen de lucht in schoot. Aan het eind van de dag leverde dat hem slechts vijftig cent op.
Dit jaar pakt Hugo het anders aan. Hij heeft een weddenschap met zijn moeder: wie vandaag het meest verkoopt, wint. Zijn moeder verkoopt zelfgemaakte kandelaars. Het lijkt alsof ze nu al achterstaat, want Hugo met zijn 3D-geprinte artikelen trekt veel aandacht.
Op zijn tafeltje staan vazen in verschillende kleuren en sleutelhangers in de vorm van dieren, sommige naar eigen ontwerp. ‘Alles wordt betaald van zijn zakgeld en van wat hij verkoopt’, zegt zijn trotse moeder.
‘Heb je een oranje vaas voor me?’, vraagt een buurvrouw op krukken. Die staat er niet tussen, maar Hugo belooft er straks een voor haar te printen.
‘Ja, kleuren… je moet iedere keer ‘poepen’ als je wisselt van kleur’, zegt Hugo lachend. ‘Zo noemen we het als je de restjes filament uit de printer verwijdert.’
Thuis staat Hugo’s 3D-printer op zolder, naast de wasmachine. ‘Ik zit nu op mijn derde printer: een Prusa. Ik gebruik steeds fijner draad en een betere printkop.’ Hugo gamet nauwelijks. Hij ontwerpt liever en maakt 3D-schetsen en modellen. ‘Voor een vaas ben je al snel vier uur bezig.’
In april vorig jaar deed Hugo op school, het Metropolis Lyceum, mee aan een project om geld in te zamelen voor een organisatie die bomen plant. Hij ontwierp een sleutelhanger in de vorm van een dode boom. Sindsdien experimenteert hij met printmateriaal dat voor de helft uit houtvezels bestaat. Die vazen zijn vandaag als eerste uitverkocht.
Er wordt niet alleen verkocht, maar ook veel gepraat over 3D-printers. Omdat Hugo veel Engelstalige YouTube-video’s kijkt, schakelt hij moeiteloos over naar Engels om met buitenlandse bezoekers te praten. Het liefst zou hij een cacaoprinter van 1500 euro kopen, om met chocolade te printen. ‘Maar je kunt ook drones printen, of je eigen schoenen!’
Als een voorbijganger zegt ‘Mijn zoon doet dit ook’, wil Hugo meteen weten welke printer dat is. ‘Eh… iets van Bambu Lab, geloof ik! Hij heeft laatst een kapotte lampenkap nagemaakt voor de buurvrouw.’
Terwijl Hugo nieuwe dingen maakt, verderop verkoopt Mateo (9) zijn uitgebreide verzameling plastic dinosaurussen. Volgens zijn moeder was hij daar tussen zijn derde en zevende helemaal weg van. ‘Nu staan ze te koop: er wordt niet meer mee gespeeld. Mateo’s interesse is verschoven naar Lego, vooral Star Wars’
Of de dinosaurussen vandaag worden verkocht, is nog maar de vraag – soms duurt het jaren voordat speelgoed een nieuwe eigenaar vindt. Bij nog een ander tafeltje hebben opa en oma de zolder opgeruimd. Hun zoon kijkt toe hoe zijn oude Playmobil bijna gratis doorverkocht wordt door zijn kleinkind. Drie generaties staan samen achter één tafeltje.
Misschien smelten toekomstige generaties hun oude speelgoed zelf om tot nieuwe ontwerpen. Zou Koningsdag op IJburg dan een heel andere sfeer krijgen?




