Zonder veel ruchtbaarheid is een van de oudste supermarktlocaties van Amsterdam verdwenen. Op Rapenburg, pal aan de rand van de binnenstad, stond decennialang een winkel die voor de buurt veel meer was dan een plek om boodschappen te doen. Met de sloop van het pand en het uitblijven van een heropening dreigt hier niet alleen een voorziening te verdwijnen, maar ook een belangrijk sociaal en historisch ankerpunt van de wijk.

De geschiedenis van de locatie gaat terug tot vlak na de Tweede Wereldoorlog, toen hier een van de eerste Amsterdamse supermarkten werd gevestigd: Simon de Wit. In een tijd waarin zelfbediening nog nieuw was, betekende de winkel een grote verandering in het dagelijks leven van buurtbewoners. Later werd de zaak een Spar, jarenlang succesvol en stevig verankerd in het wijkleven rond Rapenburg en het Kadijksplein.

Foto Stadsarchief Amsterdam

Die Spar was een bijzondere supermarkt. Niet alleen vanwege de centrale ligging, maar vooral door de rol die de winkel speelde als ontmoetingsplek. Oudere bewoners kwamen er dagelijks, kantoormedewerkers uit de omgeving haalden er hun lunch, studenten liepen er binnen voor snelle boodschappen en bezoekers van NEMO en het Scheepvaartmuseum vonden er hun weg. Het was een plek waar mensen elkaar tegenkwamen, een praatje maakten, waar sociale controle en informele zorg vanzelfsprekend waren. Voor veel buurtbewoners fungeerde de winkel als een soort huiskamer van Rapenburg.

Dat alles lijkt nu geruisloos te verdwijnen. Het oude pand is gesloopt en in het nieuwe gebouw was opnieuw ruimte gereserveerd voor een Spar. De huidige franchisenemers, inmiddels tegen de pensioengerechtigde leeftijd, hebben echter besloten de winkel niet opnieuw te openen. Daarmee valt de supermarktfunctie weg. Tegelijkertijd lijkt projectontwikkelaar Aham Vastgoed in de communicatie en marketing de focus te hebben verlegd van winkelruimte naar kantoorruimte, een keuze die financieel aantrekkelijker zou zijn.

Van winkelruimte naar kantoorruimte

Die koerswijziging is opvallend, juist omdat de vraag naar dagelijkse voorzieningen in dit gebied de komende jaren sterk zal toenemen. In 2025 zijn direct naast de voormalige supermarkt 159 studentenwoningen gerealiseerd door woningcorporatie De Key. Boven de winkel zijn bovendien 24 nieuwe appartementen gebouwd, die binnenkort in de verhuur gaan. En op het nabijgelegen Marineterrein staat een grootschalige woningontwikkeling gepland, die duizenden nieuwe bewoners zal aantrekken.

Ook het aantal bezoekers in de buurt groeit. Richting 2030 verwachten NEMO Science Museum en het Scheepvaartmuseum een stijging van het bezoekersaantal met tientallen procenten. Toch is er in het hele gebied geen enkele andere supermarkt op loopafstand. Vanuit economisch perspectief geldt de locatie daardoor als een van de meest kansrijke supermarktplekken van de stad.

Belangrijk stuk dagelijks wijkleven dreigt kwijt te raken

Maar het debat gaat hier niet alleen over rendement. Met het verdwijnen van de supermarkt dreigt Rapenburg een belangrijk stuk dagelijks wijkleven kwijt te raken. Samen met de omliggende kleine horeca – het bakkertje, het café, de pizzeria en buurtcafé De Druif – zorgde de winkel voor levendigheid en samenhang. Zonder die voorzieningen dreigt de buurt te veranderen in een stille, anonieme doorgangszone, waar wonen en werken los van elkaar bestaan.

Wat nu dreigt te verdwijnen, is daarmee meer dan een winkel. Het is een plek waar geschiedenis, sociale betekenis en dagelijks gebruik samenkwamen. De vraag is of die waarde nog wordt meegewogen in de verdere ontwikkeling van het gebied – of dat een van de oudste supermarktlocaties van Amsterdam definitief plaatsmaakt voor een anonieme invulling zonder publieke functie.

Ooit dreef Jacobus Roëll er een sigarenzaak, maar sinds 1939 heeft er steeds een kruidenier gezeten, te beginnen met een vestiging van Simon de Wit. Later veranderde de naam in A-markt en weer later in Spar (‘Kopen bij de Spar, is sparen bij de koop’). De winkel (toen A-markt geheten) werd gerund door Jacques van Kempen. De panden links van hem werden eind jaren vijftig afgebroken om de inrit van de IJtunnel te kunnen aanleggen. Maar tot voor kort bleef een stukje grond naast zijn winkel onbenut

Jacques van Kempen vroeg de gemeente of hij er portocabines mocht plaatsen, omdat hij meer winkelruimte nodig had. De gemeente vond portocabines niet esthetisch genoeg en verwees hem door naar Thijs Verburg, architect van onder andere het tijdelijk onderkomen van McBike naast de Mozes en Aäronkerk. Verburg ontwierp een futuristisch gebouw met 42 vierkante meter winkel- en opslagruimte. Wie de oude winkel binnengaat (nu weer Spar geheten) en meteen linksaf slaat, merkt niet dat hij dan in de nieuwbouw staat, dat zo is ontworpen dat de klant langs alle schappen komt en uiteindelijk bij de kassa eindigt.

Omdat er nog leidingen in de grond liggen (die de gemeente niet wilde weghalen), kon er niet worden geheid. Daarom staat het gebouw op een lichte betonnen plaat. De opbouw is van licht metaal, vergelijkbaar met het materiaal dat in supermarkten voor schappen wordt gebruikt. Op 4 december, na het leggen van de betonnen plaat, werd begonnen met de opbouw, op 8 december was die gereed en op 11 december was de winkel ingericht.

De eerste verdieping wordt verhuurd, zodat de bouwkosten (450.000 gulden) kunnen worden terugverdiend. Het gebouw staat er tijdelijk, waarschijnlijk voor vijf jaar, want de gemeente ontwikkelt plannen voor dit gebied. Mochten de plannen op zich laten wachten: de constructie is in ieder geval dusdanig dat tijdelijk eindeloos kan worden.

Ook Rapenburg 91 maakt deel uit van de plannen. Dit pand wordt volledig gerenoveerd en de oorspronkelijke gevel wordt hersteld. Hier komen vier woningen. In december 2023 is begonnen aan de sloop van de oude supermarkt. Tijdens de werkzaamheden zijn er archeologische vondsten gedaan.