Helemaal volgens de traditie. Je gaat een onderscheiding gaat krijgen, maar bent daar niet van op de hoogte. Arie van Tol werd op zijn afscheidsfeest verrast door de komst van stadsdeelbestuurder Jan-Bert Vroege. Hij had niet alleen een lovende speech en een bos bloemen bij zich, maar ook de Andreaspenning. Dat alles als waardering voor het feit dat hij dertien jaar lang de hoofdredacteur van Dwars door de Buurt was. Komende week verschijnt nummer 254 van de buurtkrant, het eerste nummer waarbij Arie niet meer intensief betrokken was.
Henny Reubsaet
Het afscheidsfeest vond plaats in Jungle Amsterdam, het hart van het gebied in Oost waar Dwars door de Buurt deur-tot-deur bezorgd wordt. Vóór corona organiseerde Dwars ook wekelijkse Talkshows in Jungle, waarbij elke week bekende en iets minder bekende bewoners van Oost bevraagd werden over hun activiteiten.
Het redactieteam van Dwars had voor het afscheidsfeest van hun geliefde hoofdredacteur de setting van de Talkshow weer doen herleven. Daar waren alleen een tafeltje, twee stoelen en twee microfoons voor nodig. Door de twee gesprekken die volgden kwam er een duidelijk beeld van de terugtredende hoofdredacteur naar voren.
Portret in Muiderpoortstation
Eerste gast: kunstenaar Serge Verheugen, maker van de portretten van Buurtberoemde mensen die al sinds 2019 op het Muiderpoortstation te bewonderen zijn. In haar rol van interviewer wil redacteur Anita Boelsums van hem weten hoe hij Arie zo ver gekregen heeft dat zijn portret er ook tussen hangt. Want de redactie kent hem niet anders dan wars van publiciteit en ‘gedoe’ rond zijn persoon. Een opmerking die aan de genodigden op het feest een lach van herkenning oplevert, ja zo kennen we Arie ook.
Anita wil ook nog weten of het moeilijk was om Arie te portretteren met een lach op zijn gezicht, want zijn motto is toch dat het leven een serieuze zaak is. ‘Hem overhalen om mee te werken was moeilijker dan hem te laten lachen, want het is een grappige kerel’ aldus Serge. Als Arie vervolgens van de kunstenaar twee ingelijste portretten krijgt, is hij duidelijk toch dankbaar voor al die aandacht voor zijn persoon.
‘Ja zeker was het de leukste baan’
Vervolgens is Arie zelf de Talkshowgast. De interviewer, schrijver Jaap Stam, heeft zich duidelijk in zijn onderwerp verdiept. ‘Je hebt verschillende banen gehad, je langste dienstverband was maar acht jaar. Maar je bent wel dertien jaar hoofdredacteur geweest. Betekent dat dat je die baan het leukste vond?’
De antwoorden van Arie leiden weer tot weer gegniffel door de aanwezigen. ‘Ja zeker was het de leukste baan, namelijk die met de minste tegenwerking. Sommige banen had ik wel langer willen hebben, maar mijn bemoeizucht leidde altijd tot gedoe met superieuren. Bij Dwars heb ik zelf mijn team kunnen samenstellen. Misschien dat ik het bestuur als mijn baas zou moeten zien, maar dat is lastig want ik zit zelf ook in het bestuur.’
En als antwoord op de vervolgvraag: ‘Zeker heb ik vaardigheden uit mijn vorige banen kunnen gebruiken als hoofdredacteur. Ik ben drie jaar lang hoofdbewoner geweest van een unit met drie, vier adolescenten waar je per twee weken tien dagen bij in huis moest wonen. Het waren jongeren met problemen die niet voor niets uit huis geplaatst waren, maar ik voelde me daar op mijn plaats.’ Een inkoppertje voor Jaap: ‘Dus leiding geven aan de redactie van Dwars vertoont overeenkomsten met het begeleiden van jongeren met problemen?’
Arie lacht mee, maar komt toch met een serieus analytisch antwoord. ‘Overal is serieuze communicatie nodig. Voor mij is het heel belangrijk als dat tegelijkertijd op een informele manier kan. Dan voel ik me op mijn plek. Kritisch kunnen zijn maar wel aardig blijven, daar hecht ik erg aan.’
‘De afgelopen weken dat de Dwars zonder mij werd gemaakt, heb ik het wel gemist.’
Jaap: ‘Jouw taken zijn nu overgenomen door maar liefst vier medewerkers. Dat zegt nogal wat over de uren arbeid die je al die jaren in de Dwars hebt gestoken. Ben je nu cold turkey afgekickt?’ Alweer volgt een weloverwogen antwoord. ‘Ja en nee. De afgelopen weken dat de Dwars zonder mij werd gemaakt, heb ik het wel gemist. Mijn hoofd zat er nog steeds bij, om het zo maar te zeggen. Maar het was ook wel een bevrijding. De Dwars komt elke zeven weken uit, en zeker in de weken voor de deadline komt het werk neer op een full-time baan, terwijl het in de twee, drie weken na verschijning juist relatief rustig is. Maar gemiddeld was ik er wel zo’n twintig uur per week mee bezig, dus ja, dat miste ik wel nu. Gelukkig heb ik veel hobby’s.’

Afsluitend wil Jaap weten of Arie moeite heeft gehad om de Dwars niet politiek te maken, aangezien hij toch jaren voor de SP in de stadsdeelraad heeft gezeten en bekend stond om zijn gekruide meningen. ‘Nee, daar heb ik voor gewaakt. Ik heb mijn stukken aangepast juist omdat ik hoofdredacteur was of misschien ben ik zelf wel milder geworden met de jaren. Wat ik al zei, kritisch zijn, maar toch aardig blijven vind ik belangrijk. Nu is de tijd erger dan ooit, maar je weet nooit hoe je ergens het verschil kunt maken. Afgelopen dertien jaar hebben we hopelijk de goede toon gezet, vormen we een uithoekje dat nog goed is, en uit de reactie van lezers horen we wel dat het aanslaat. En door het goede team dat me opvolgt, heb ik er alle vertrouwen in dat Dwars die goede toon blijft volhouden.’






