Home Overzicht Jubelweekend in Huis De Pinto

Jubelweekend in Huis De Pinto

0

Het laatst weekend van september stond in het teken van 50 jaar Pintohuis. Dat betekende een vol en interessant programma, niet zelden met zaaltjes waar de benen buiten hingen. Een kort verslag.

Anne-Mariken Raukema | Foto’s Odette Kleeblat

Vrijdagmiddag bij de opening van het feestelijk weekend werd werkelijk iedereen compleet verrast met de onderscheiding van de gemeente Amsterdam. Dat er een flinke schare ambtenaren binnenkwam, deed bij niemand een lampje branden. Wethouder en locoburgemeester Rutger Groot Wassink overhandigde de stadspenning aan bestuursvoorzitter Eva Krammer. Het was een geste van dank aan alle ruim tachtig vrijwilligers die zich al jaren inzetten om het literair-cultureel ontmoetingscentrum te runnen. ‘Alleen de schoonmaker wordt hier betaald.’

Blijf. En durf te zijn. Ga niet kwijt
Na twee toespraken was er de onthulling van Melle Hammers interpretatie van de laatste regel van F. Stariks gedicht Pintohuis. Bijna nergens komt mooier de zon naar binnen dan in de middag in de monumentale voorzaal. Dat wist Hammer. Loop eens naar binnen en ervaar zelf hoe de woorden ‘Blijf. En durf te zijn. Ga niet kwijt.’ Zonlicht vangen en schaduw achterlaten.

In de achterzaal hield Walter Schoonenberg een interessant verhaal met foto’s over de jaren 60 en 70. Hij ging in op de rol die Geurt Brinkgreve – en de vele actieve en bewuste buurtbewoners – speelde om de binnenstad te behoeden voor de plannen van de gemeente. Er was een vierbaansweg door het oostelijke deel van het centrum gepland. In 1968 kwamen daar de plannen voor een metrolijn naar de Bijlmer bovenop. Die is er wel gekomen, maar de snelweg goddank niet. Met veel mensen die toen actief waren, maakte het vragenuurtje meer dan levendig.

’s Avonds was het woord aan Marcel van Engelen en Koen Kleijn. Van Engelen schreef het boek De stad, waarin hij heel helder beschrijft welke sociale en politieke processen er speelden die Amsterdam maakten tot wat het nu is. Ook het behouden van de Dapperbuurt wordt uitgebreid beschreven. Het tweetal was eerder al met elkaar in gesprek gegaan op dezelfde locatie, weer hingen de benen buiten.

Alle mannen verslaan
Zaterdag was er de boekenmarkt en een schaaksimultaan. Veertien mannen hoopten hun partij te winnen van grootmeester Arlette van Weersel. Maar ook dit keer versloeg ze in een paar uur tijd alle spelers.

René Oey, zelf van Chinees-Joodse komaf, is op zoek gegaan naar verhalen van nazaten van nieuwkomers in de Nieuwmarktbuurt. Hij ging in gesprek Alfred van Cleef en Chi Chan Chang. Van Cleefs grootvader had twee kaaspakhuizen – tot aan het fatale jaar 1942. Chi Chan Chang woonde met zijn ouders en zes broers en zussen in een eenkamerwoning in de Bloedstraat, zonder elektra en een slechtwerkende wc. Hij zwierf als jongen in de jaren 50 op straat en moest regelmatig zijn vader zoeken in de gokhuizen en opiumkits in de Binnen Bantammer.

Negende couplet eindelijk ten gehore
Elke eerste zondag van de maand is er een Pinto Pucchini. Deze jubileumeditie was een lunchconcert met soliste Åsa Olsson, mezzosopraan bij onder meer het Nederlands Kamerkoor. Ze werd begeleid door pianist René Veen. Ze brachten Frauenliebe und Leden van Robert Schumann ten gehore. Veen had het negende en laatste vers (Traum der eignen Tage, der nun ferne sind) op muziek gezet. Dat wordt nooit ten gehore gebracht, want na de dood van haar jonge echtgenoot was het gedaan met liefde en leven van de vrouw… Na het concert verzorgden beide musici een zangworkshop. Nog geen uur later klonken er liederen uit de monumentale voorzaal, alsof er een compleet koor stond te zingen.

Caraïben in de Sint-Antoniesstraat
In 1975 werd Suriname onafhankelijk. Daarop was de jubileumeditie van de Caraïbische Salon op gebaseerd. Drie Surinaamse Amsterdammers spraken zich uit over de toekomst van de jonge republiek: Ernestine Comvalius, Chris Polanen en Karin Amatmoekrim. De muzikale afsluiting gebeurde door Graziella Hunsel, de jazz-diva uit Zuidoost. Met Surinaamse meezingers, die menig traantje deden plengen, sloot zij de middag af. Als geen ander wist ze zij Suriname met Amsterdam te verbinden.

’s Avonds was er nog de vertoning van Les Gaspards, de Franse klassieker uit 1974, van Pierre Tchernia. Al met al een feestweekend om met heel veel mensen met minstens zoveel plezier om op terug te kijken. Maar we kijken ook vooruit, zie ook www.huisdepinto.nl