Elke seconde belandt er ergens ter wereld een vrachtwagen vol kleding op de afvalberg of in de verbrandingsoven. Niet omdat de stof versleten is, maar omdat wij er op uitgekeken zijn. Voor Nienke Leenders is die berg geen afval, maar een bron. Ze onderzoekt hoe oude kleding kan worden omgezet in waardevolle grondstoffen voor duurzame plastics – met concrete toepassingen als doel.

Anita Boelsums | Foto Frank Schoevaart

Textiel is uitgegroeid tot een van de meest vervuilende industrieën ter wereld. Kleding is goedkoper dan ooit, trends wisselen elkaar razendsnel af en ‘even iets nieuws kopen’ is de norm geworden. Wat vroeger jarenlang meeging, wordt nu soms na een paar keer dragen alweer afgedankt. Ultra fast fashion voedt die cyclus en zorgt voor een onstuitbare stroom textielafval. Grote delen daarvan eindigen op vuilnisbelten, vaak in andere delen van de wereld, of worden verbrand.

Die werkelijkheid vormt het vertrekpunt van het onderzoek van Nienke Leenders (27). Zij doet haar PhD binnen de groep Industrial Sustainable Chemistry, een samenwerking tussen de Universiteit van Amsterdam en het duurzame chemiebedrijf Avantium. Haar werkplek is voornamelijk bij Avantium, waar alle benodigde faciliteiten aanwezig zijn, en eens in de twee weken is ze op Science Park bij de UvA voor overleg met de bredere onderzoeksgroep en specifieke metingen. Haar promotor is Gert-Jan Gruter, professor aan de UvA en CTO bij Avantium, met wie ze nauw samenwerkt.

Politiepolo
Het grootste probleem bij textielrecycling zit in kleding die bestaat uit een mengsel van katoen en polyester: zogeheten polycotton. ‘Die vezels worden al tijdens de productie samengevoegd tot één draad. Daardoor kun je ze later bijna niet meer scheiden,’ legt Nienke uit. En juist die mix vormt het grootste deel van het wereldwijde textielafval.

Fast fashion zorgt voor onstuitbare stroom afval

Tot nu toe wordt dit soort kleding meestal mechanisch gerecycled: het wordt versnipperd en eindigt als isolatiemateriaal, vulling of vilt. De oorspronkelijke waarde gaat dan verloren. Nienkes onderzoek richt zich op iets anders: volledige scheiding van de vezels, zodat beide materialen opnieuw hoogwaardig kunnen worden ingezet.

Ze demonstreert het met een stukje oude politiepolo. ‘We behandelen het textiel met sterk geconcentreerd zoutzuur. Het katoen wordt daarbij opgelost en afgebroken. Wat overblijft is vrijwel puur polyester.’ Katoen bestaat uit cellulose, een lange keten van suikermoleculen. Door die keten als het ware in stukjes te knippen, ontstaan losse suikers die opnieuw bruikbaar zijn. Die suikers vormen vervolgens de basis voor nieuwe chemicaliën.

Circulaire plasticindustrie
‘Wat we doen is meer dan recyclen,’ zegt Nienke. ‘We zorgen ervoor dat afval opnieuw een volwaardige grondstof wordt.’ De suikers die uit katoen vrijkomen kunnen gebruikt worden voor het maken van FDCA, een belangrijke bouwsteen voor PEF. Dat is een biobased kunststof die een duurzaam alternatief biedt voor het fossiele PET, dat veel wordt gebruikt in flessen en verpakkingen. ‘Op deze manier geven we afgedankte kleding niet alleen een tweede leven, maar dragen we ook bij aan een circulaire plasticindustrie,’ zegt Nienke. ‘En het voorkomt dat we alleen afhankelijk worden van suikers uit gewassen als maïs. Als we die grootschalig voor de chemie gaan gebruiken, krijgen we onvermijdelijk een conflict met de voedselindustrie. Door suikers uit afvaltextiel te halen, concurreren we niet met wat mensen moeten eten.’

Het proces werd ooit ontwikkeld voor hout, maar haar collega ontdekte dat het ook werkt voor katoen in textiel. Nienke verdiept zich nu in de optimalisatie: hoeveel zuur is nodig, welke concentratie, welke temperatuur en hoe lang moet het proces duren om de hoogste opbrengst te krijgen? ‘We weten dat het kán,’ zegt ze, ‘maar ik onderzoek hoe we het zo efficiënt en schaalbaar mogelijk maken.’

Impact
Voor Nienke is het essentieel dat haar werk niet alleen wetenschappelijk interessant is, maar ook praktisch toepasbaar. ‘Ik werk niet graag aan puur fundamenteel onderzoek. Ik wil dat het ergens toe leidt,’ zegt ze. ‘Ik wilde geen fundamenteel onderzoek doen waar verder niets mee gebeurt. Door samen te werken met een bedrijf weet je dat je werkt aan iets dat echt gebruikt kan worden.’

Koop alleen wat je echt wilt dragen en bewaren

Ze groeide op in Lobith. Met haar vader, die aannemer was, maakte ze vogelhuisjes en ze vond het leuk als hij haar bij klusprojecten betrok, zoals het leggen van dakpannen. ‘Ik was graag met mijn handen bezig, dat technische zat er al vroeg in.’ Op school was ze nieuwsgierig en leergierig, en ze had dyslexie. ‘Ik heb VWO gedaan, ondanks een negatief advies. Dat gaf me ook wel extra motivatie: ik laat wel zien dat ik het kan.’

In Groningen studeerde ze zowel Technische Bedrijfskunde als Chemical Engineering – twee masters naast elkaar. Daar ontstond ook het idee om te promoveren. ‘Ik merkte dat ik het leuk vond om de diepte in te gaan. Maar wel met een doel, met impact.’

Doorzetten en precisie
Een werkdag wisselt tussen experimenten en data-analyse. In het lab draagt ze haar witte jas, veiligheidsbril en het haar strak vastgebonden. In de reactor gaan stukjes textiel, zuur en tijd. ‘Het klinkt spannender dan het soms is,’ lacht ze. ‘Maar het moment waarop iets lukt wat je al weken probeert, dat blijft bijzonder.’ Die momenten zijn er zeker geweest, zoals toen ze vrijwel in één keer ontdekte dat ook verfstoffen uit textiel verwijderd konden worden. ‘Dat was zo’n wow-moment.’ Tegenslagen horen erbij. ‘In het begin had ik suikeropbrengsten van boven de 100 procent. Dan weet je: er klopt iets niet. Dan moet je blijven zoeken, doorzetten, analyseren. Dat vraagt geduld en precisie.’

Oprecht enthousiast
Als ze één kledinggewoonte van mensen zou mogen veranderen, dan is het deze: ‘Koop alleen kleding waar je oprecht enthousiast over bent, iets waarvan je voelt: dit wil ik echt dragen en bewaren. Niet voor één feestje of omdat het goedkoop is. Dan zorg je er ook beter voor.’ Ze gelooft bovendien in alternatieven zoals kleding huren, zeker voor gelegenheden.

In haar vrije tijd zoekt ze ontspanning in sport: kickboksen, hardlopen en trainen voor Hyrox-wedstrijden. ‘Even niet nadenken, gewoon bewegen. Dat is voor mij de perfecte balans met het denkwerk.’

Waar ze zichzelf over tien jaar ziet, weet ze nog niet precies, maar één ding staat vast: het moet iets met duurzaamheid zijn. ‘Daar ligt mijn motivatie. Ik wil bijdragen aan oplossingen die er echt toe doen.’

Met haar onderzoek laat Nienke Leenders zien dat wetenschap niet zweverig of ver van de werkelijkheid hoeft te zijn. Integendeel: in een oud T-shirt ziet zij een bouwsteen voor de toekomst – en een bewijs dat we afval ook anders kunnen leren bekijken.