Leven en dood zijn in Aat Veldhoens werk met elkaar verstrengeld, het letterlijkst in het schilderij met copulerende skeletten. Tot Zover, het museum op De Nieuwe Ooster, geeft een fascinerend inkijkje in het gedachtegoed van de levenskunstenaar die geobsedeerd was door de dood.

Jaap Stam | Fotografie: Perskit Aat Velthoen 

Het skelet dat het gevaar tegemoet loopt ondanks het waarschuwingsbord dat duidt op stralingsgevaar heeft een behoedzame tred en kijkt angstig. De skeletten op Danse Macabre zien er vrolijk uit en hebben er wel lol in. Ze dansen de tango, dans van de hartstocht. Op de schilderijen van Aat Veldhoen komen geraamtes tot leven. 

Iemand die weg is wordt een stilleven’

Wonder van vernuft 

Veldhoen was hevig geïnteresseerd in de raadselen van de dood, die hij vreesde. Zijn hele leven is hij ermee bezig geweest. ‘Het is een ijzingwekkend en beklemmend iets, maar het heeft ook iets moois,’ vond hij. Skeletten boeiden de in 2018 op 84-jarige leeftijd overleden Veldhoen niet alleen als symbool van de dood, hij vond ze weergaloos mooi als vorm en een wonder van vernuft. 

De anatomie van het bottenstelsel had hij tot in detail bestudeerd. In zijn tuin had hij twee plastic skeletten in de missionarisstand gelegd om ze voor eeuwig te laten vrijen. Ook zij zijn tentoongesteld. Ze hebben de kleur van echtheid gekregen doordat ze zo lang buiten hebben gelegen en omdat hij ze heeft bewerkt met gruis. 

Danse Macabre, 1981. © Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

Muziek 

Bij het levensgrote Danse Macabre, twee dansende skeletten hoog in de wolken onder een blauwe hemel, klinkt continu de dodendans van Camille Saint-Saëns, van Franz Liszt en de opzwepende versie van Ekseption. Tijdens het schilderen luisterde Veldhoen graag naar muziek. Het liefst draaide hij de originele, huiveringwekkende versie van de Franse componist Saint-Saëns. Uren aan een stuk klonk dat keihard in zijn atelier. 

Gevoelens op het schilderdoek 

‘Hij was een kleurrijke kunstenaar, geobsedeerd door bloot, seks en dood’, zegt suppoost Ton Salman, staand voor een schilderij met naakte vrouwen die rouwen om de dood van een harlekijn. ‘Dit is Veldhoen ten voeten uit, het vlees spat van het doek.’ 

Aat in de woonkamer, naakt, met palet, 2018. © Venus Veldhoen

De levenskunstenaar beaamde dat hij een kinderlijke losbol was, maar hij kon geraakt worden door de zorgen van de mensheid, hun lijden en ziektes, zei hij ooit tegen AT5. Het fragment is te zien op de tentoonstelling. Op zijn somberste momenten wierp ‘het drama van mensen die doodgaan in het verschrikkelijke rampenleven’ een schaduw over zijn leven. Hij maakte zich zorgen over oorlogsgeweld. Als kind zag hij in de Tweede Wereldoorlog tegenover zijn ouderlijk huis bommen inslaan. Een klasgenoot kwam daarbij om het leven. 

Als 10-jarige was hij op 7 mei 1945 op de Dam toen de Duitsers het vuur openden op feestende Amsterdammers. Veldhoen moest rennen voor zijn leven, 32 mensen kwamen om. Hij sprak er niet graag over, liever vertrouwde hij zijn gevoelens toe aan het schildersdoek. Ook zijn angst voor de atoombom verwerkte hij in zijn schilderijen en tekeningen.  

Hommage 

Ontroerend zijn de tekeningen van overledenen. De intieme portretten noemde hij een hommage aan de overledene, je voelt de affectie, liefde en zorg. ‘Iemand die weg is wordt een stilleven’, zei Veldhoen. Hij tekende zijn moeder en vele vrienden op hun doodsbed. Uit de begeleidende tekst op de tentoonstelling: ‘Wanneer Aat een doodsportret maakte was er geen ruimte voor gekkigheden. Hedy (d’Ancona, met wie hij de laatste twintig jaar van zijn leven samen was): Ik zag het hem soms doen, ik was er soms bij. Natuurlijk was hij verdrietig, emotioneel en hij deed gewoon zijn best. Het is ook een manier om je vriendschap te eren, het moest zo perfect mogelijk zijn.’  

Kleurige hemden 

Realist tot in de kist heet de expositie, de tekst stond in zijn overlijdensadvertentie. Veldhoen werkte tot de laatste snik. Toen hij rechts verlamd raakte, ging hij links schilderen. Dagelijks stond hij in zijn kleurige hemden te schilderen in zijn atelier. 

Aan het eind van de tentoonstelling kan de bezoeker aan de slag gaan met twee plastic skeletten en een selfie maken of zich laten fotograferen. Je mag ermee doen wat je wil, dat deed Veldhoen ook. ‘Laatst was een stel jonge meiden er enthousiast mee in de weer. Het werd steeds scabreuzer. Dat tekent het museum. De dood is een serieuze zaak, maar er moet ook wat lucht in’, zegt suppoost Salman. 

Knipoog 

Ook in het gastenboek geeft menig bezoeker een knipoog. De een heeft een doodshoofd getekend en HIGH FIVE! erbij geschreven. Een zekere JD slaat de spijker op de kop: ‘Lachen met Aat + een beetje huilen’. Het laatste woord is aan de meester zelf: ‘Met een Veldhoen aan de muur gaat het beter op den duur.’ 

Tot Zover, het museum over leven en dood, is geopend van dinsdag tot en met zondag van 11.00 tot 17.00 uur. De tentoonstelling Realist tot in de kist duurt tot en met 28 juni.