De gevel van het Moskee Verzamelgebouw Fusion aan de Joubertstraat lijkt wel een staalkaart van metselpatronen. Het is een bewust eerbetoon aan de bouwers die uit baksteen in klassieke en bij details creatieve metselverbanden de Transvaalbuurt rond honderd jaar geleden schiepen. Tegelijkertijd verwijst deze gevel ook naar patronen uit de beeldtaal van culturen van verre.
Robert van Andel | Beeld: Henk Pouw
Marlies Rohmer Architecten ontwierp het Moskee Verzamelgebouw in opdracht van de gemeente Amsterdam. De ruimte ontstond door de sloop van een school en het gebouw werd in 2009 opgeleverd. In opzet dient het forse bouwvolume de drie culturele achtergronden van de gebruikers: Marokkaans, Turks en Nederlands. Gezamenlijkheid beleven was een nevendoel van de opdrachtgever. De gevel laat een bijzondere baksteen zien: hardgebakken met duidelijke kleurschakeringen, langer en platter dan het standaard Nederlandse waalsteenformaat (5x10x21).
In de hele buurt stijlvolle ambachtelijke details
Siermetselwerk
Het gebouw rijst op vanuit een heel hoge plint van zwart geglazuurde en rechtop geplaatste stenen. Dit glazuur verwijst naar het glazuur op baksteen dat subtiel te zien is in de wijk op hoeken van portieken: soms geel, blauw, groen of bruin. Honderd jaar geleden werd er ter plekke gemetseld; maar deze vierkante elementen, fabrieksmatig geproduceerd siermetselwerk aangevoerd en gemonteerd zonder – zoals vroeger – een dragende functie te hebben. De glazen deuren zijn opmerkelijk naast de geslotenheid die de gevel kenmerkt. De vierkanten hebben steeds een relatief klein centraal raam en het open-raster-metselwerk, dat enorme ruiten in het midden afschermt, verhindert een blik naar binnen, maar laat naar buiten kijken goed toe. Ver boven straatniveau ligt een strook grote open glaspartijen van de gemeenschappelijke ruimten.
De gevelopzet is symmetrisch. De rechtervleugel huisvest een moskee voor islamieten met Marokkaanse wortels met de gebedsruimte ‘Al Fath al Moebien’; dit betekent ‘hij die altijd openingen biedt’. Links bevindt zich de ‘Eyüp Sultan Camii’ voor islamieten van Turkse afkomst. Eyüp Sultan is de Turkse naam van een metgezel van Mohammed en ook van Turks islamitische gebedshuizen. De ‘Eyüp Sultan’ moedermoskee staat in Istanboel aan de Bosporus; ‘Camii’ is Turks voor moskee. De ingang van het centrale trappenhuis geeft toegang tot typisch Nederlandse gemeenschaps- en zorgvoorzieningen.
Deze gevel verwijst naar het metselwerk van de Transvaalwijk. In de hele buurt zijn stijlvolle ambachtelijke details te zien. De schaalgrootte van de bakstenen woningcomplexen die de wijk kenmerken onderscheidt zich van woningbouw uit eerdere perioden. Door de woningwet van 1901 en de andere wetten die daarop volgden, ging de overheid zich bemoeien met de volkshuisvesting via de woningbouwverenigingen. Vanaf T-kruising Linnaeusstraat/Pretoriusstraat (Berlage, zie Dwars 247) is in 30 jaar de wijk westwaarts tot aan de Wibautstraat neergezet. Ieder complex kreeg van de ontwerper iets eigens mee. In de stijlkenmerken van details is het tijdsverloop te volgen.
Smitstraat
De gerestaureerde gevel aan de Smitstraat oneven zijde, nrs 20-40, is mooi met hoog in de gevel de trots aangebrachte vermelding R.K.W.B.V (Rooms-Katholieke Woning-Bouw-Vereniging) ‘Het Oosten’. Vooral de geveldelen van de vier trappenhuizen en de centrale toegang tot de binnentuin vallen op. Grote gemetselde halve cirkels zijn uitgevoerd in afgeronde stenen, wat het effect van de rondingen versterkt. Naast de voordeur van een benedenwoning is steeds een open trapportiek voor de bovenwoningen.
Retiefstraat
Aan de Retiefstraat zijn ook onlangs woningblokken grondig gerestaureerd. Centraal hoog aan de vlakke, evenwichtige gevel valt een driehoekig tegelplateau op met een vignet dat de letters HWV vermeldt. Op een woningblok aan de oneven zijde van De Maritzstraat keert dit vignet hoog aan een gevel terug. Hier bevindt zich een plaquette op ooghoogte. Voluit wordt hier de opdrachtgever Stichting Bouwfonds HandWerkers Vriendenkring vermeld.
Krugerstraat
Van hier via het Krugerplein, de Krugerstraat in, ligt rechts aan de even zijde een complex met opnieuw open trapportalen in een stijl die typisch van later datum is. Vier forse, krap naast elkaar geplaatste, gemetselde, vierkante kolommen dekken het trappenhuis af boven de ingang. De vormentaal is hier late ‘art deco’ dan wel de invloed van ‘het nieuwe bouwen’. Linksaf via de Vaalrivierstraat naar de kruising met de Kraaipanstraat. Dit deel van de wijk heeft een verrassend vriendelijke uitstraling. De gevels zijn lager, de rooilijnen maken hoeken zodat pleintjes ontstaan. De complexen zijn veel kleiner met zadeldaken en trapgevels op de kopse kant. Het ontwerp is van Gratama en Berlage.
Kraaipanstraat
Het metselwerk van het complex Kraaipanstraat staat niet in het gangbare kruisverband (dus in de hoogte om en om een regel koppen en een regel strekken waarbij in iedere volgende regel strekken een halve afstand verspringt). Gekozen is voor staandverband, waarbij de strekken geen verspringing kennen. Deze bijzonderheid is goed te zien in de poort van de Kraaipanstraat naar de Schalk Burgerstraat. Stroken staandverband zijn hier met roestvrij staal afgedekt, wat dit bijzondere patroon benadrukt.
Berlage heeft ook de lagere duplexwoningen ontworpen waar de Smitstraat op het Transvaalplein uitkomt en aan de Transvaalkade de woningen met de gedetailleerd vormgegeven houten erkers.
Dijkhuizen en gips
De vroegste stedelijke bebouwing van de Transvaalbuurt werd op de zuidelijke dijk van de Overamstelpolder gerealiseerd. Dit was nog voordat Nieuweramstel in 1896 dit gebied voor stadsuitbreiding aan Amsterdam overdroeg. Deze oudste huizen van de wijk hebben tegenwoordig hun adres aan de Transvaalkade van huisnummer 3 tot aan 75. Bij de Paardekraalstraat is goed te zien dat het dijkhuizen zijn met de ingang op de dijk en een onderbouw met tuin op polderniveau, flink beneden het waterpeil van de ringvaart. Het meest bijzonder zijn de huizen 9a tot en met 14, met vijf in schitterende staat verkerende consoles aan de gevels in de vorm van ondersteunde, oprijzende vrouwentorso’s in gipsbeton die met gebogen hoofd ruggelings de gevel of een balkon dragen. Als de architect wordt C. Albers genoemd en als jaartal 1882. Deze beelden zijn ongetwijfeld verwant aan de consoles die Artus Quellinus 230 jaar eerder in marmer realiseerde voor de Vierschaar. Daar werd strafrecht gesproken in het Stadhuis/het Paleis op de Dam.
Deze unieke gipsen gevelversiering vormt een laat 19de-eeuws neoklassiek contrapunt tegenover de bescheiden vroeg 20ste-eeuwse decoraties in de baksteenpatronen van de sociale woningbouw van de Transvaalbuurt.
Informatie over de schrijnende joodse geschiedenis van de Transvaalwijk krijgt op informatieborden op een aantal plaatsen aandacht. De bouwgeschiedenis van de wijk wordt op borden aan de Pretoriusstraat toegelicht.





