De zon zakt weg achter het groen van het Oosterpark. Aan de rand van het terrein, ter hoogte van het oude VanMoof gebouw, ontmoeten Claudia en Iris elkaar rond 22.05 uur. In de schemer start hun missie: het tellen van vleermuizen voor wetenschappelijk onderzoek. Door het jaar heen tellen ze op tientallen plekken in én buiten Amsterdam. Vanavond staan ze voor de vierde keer op deze locatie in Oost. De waarnemingen maken deel uit van een landelijke monitoring en geven inzicht in het gedrag en voorkomen van vleermuizen in stedelijk gebied.

Arie Martijn Schenk

De rand onder het dak van het voormalige fabriekspand biedt een perfecte plek voor vleermuizen om zich te verschansen. ‘Ze gebruiken vaak meerdere verblijfplaatsen’, vertelt Claudia. ‘Soms wel zeven per dier.’ Bijzonder wordt het als kraamkolonies ontstaan. Dan trekken vrouwtjes zich terug in spouwen van gebouwen om samen hun jongen groot te brengen. De moeders kunnen hun jong bij zich dragen als ze vliegen, zolang het nog klein is. ‘Ze hebben sterke poten waarmee ze zich goed kunnen vastklemmen’, legt Claudia uit.

Met een batdetector speuren de twee naar signalen. Dit apparaat zet ultrasone vleermuisgeluiden om in hoorbare piepjes. Elke soort produceert zijn eigen frequentie. Door goed te luisteren en het juiste bereik te selecteren, ontstaat een live beeld van welke soorten zich in het park ophouden. Claudia: ‘De batdetector maakt directe herkenning mogelijk, al blijven sommige soorten lastig te onderscheiden.’

Tijdens eerdere sessies vlogen vleermuizen in en uit het dak. Vanavond ligt de focus op de gewone dwergvleermuis, de laatvlieger en de meervleermuis. Vooral de eerste komt veel voor in Amsterdam. Deze soort jaagt graag boven grasvelden en langs bomenranden. Ook rond de vijver van het Oosterpark wordt geregeld gejaagd. Iris wijst naar de waterkant: ‘Hier fourageren ze, al zie je ze vaak niet.’

In totaal telt Amsterdam elf verschillende soorten vleermuizen. Naast de eerder genoemde soorten worden ook de watervleermuis, ruige dwergvleermuis en grootoorvleermuis waargenomen, al zijn die een stuk zeldzamer. Verblijfplaatsen bevinden zich in bomen, bruggen, kerktorens en oude gebouwen – plekken die bij renovatie zorgvuldig onderzocht worden. Vleermuizen vallen namelijk onder de Wet Natuurbescherming. Kolonies mogen niet zomaar verstoord raken.

Tijdens de telling ligt het tempo laag. Iedere waarneming telt. Het duo blijft 135 minuten ter plaatse, in stilte, turend en luisterend. ‘Vleermuizen zijn geheimzinnige dieren’, zegt Claudia. ‘Ze jagen ‘s nachts en rusten overdag. We weten er nog steeds veel niet van.’ Daarom zijn dit soort tellingen zo waardevol. Niet om sluitende conclusies te trekken, maar om stap voor stap beter te begrijpen hoe deze nachtvliegers de stad gebruiken.

En dat doen ze volop. Muggen en motten verdwijnen met duizenden per nacht uit de lucht dankzij de vlugge jachttechniek van vleermuizen. Ze houden insectenplagen in toom en laten zien hoe groen en leefbaar een stad kan zijn. Het Oosterpark vormt daarin een belangrijke schakel.

De avond eindigt zoals hij begon: zonder spektakel, maar met stille verwondering. In de schemering flitsen contouren langs, onhoorbaar voor het menselijk oor, maar niet voor wie luistert met de juiste apparatuur, en met aandacht.