De geur van herfst hangt tussen de bomen van De Nieuwe Ooster. Bijna veertig belangstellenden verzamelen zich aan de linkerkant van de begraafplaats. De groep is zo groot dat de rondleiding in tweeën splitst. Twee gidsen nemen de bomenliefhebbers mee op ontdekkingstocht. De zon breekt door, de lucht is helder, en het geel-oranje bladerdek zorgt voor een bijna schilderachtig decor.
Arie Martijn Schenk
Bij de ingang staat de Ginkgo biloba, de Japanse notenboom. Niet toevallig, want het karakteristieke blad van deze boom siert het logo van De Nieuwe Ooster. ‘Er bestaan mannelijke en vrouwelijke exemplaren. De vrouwelijke bomen dragen abrikoosachtige vruchten die, eenmaal gevallen, een stevige geur verspreiden’, vertelt Johan de gids. In de herfst verkleurt het blad naar botergeel – een feest voor het oog. De gids vertelt dat de zaden in China en Japan als delicatesse gelden en een geneeskrachtige reputatie genieten.
Na het openingsverhaal verplaatst de groep zich naar het beeld van Leonard Springer, de ontwerper van De Nieuwe Ooster. Gids Johan, boombeheerder en medeoprichter van Stichting Arboretum De Nieuwe Ooster, vertelt dat het terrein inmiddels 1056 verschillende boomsoorten telt. ‘Veel uitheemse, anders stopt het al na dertig soorten’, zegt hij met een glimlach. Elk jaar loopt hij de hele lijst na om te zien hoe alles erbij staat.
De volgende stop is de Noorse esdoorn, waarvan alleen de stam resteert. De boom bezweek aan de honingzwam. Daartegenover staat een zilveresdoorn, nog vol kleur in het late najaar. Verderop toont Johan een kakiboom met harde gele vruchten. De groep bekijkt nieuwsgierig de geplukte vrucht in het herfstlicht.
Bladeren liggen overal, knisperend onder de schoenen. Tijdens de herfst breekt het bladgroen (chlorofyl) af, waardoor de gele en oranje pigmenten zichtbaar blijven. ‘De boom stopt dan met fotosynthese en bereidt zich voor op de winterrust’, zegt een van deze deelnemers.
Wanneer een oude reus verdwijnt, zoals de rode beuk die hier 140 jaar stond, verdwijnen duizenden jaren groei. ‘Voor de waarde van één volwassen boom plant je wel 600 jonge exemplaren’, zegt Johan.
De wandeling voert langs de zakdoekjesboom, ook wel vaantjesboom genoemd. De witte schutbladeren fladderen in de lente als zakdoeken in de wind. ‘Alsof ze verdrietige nabestaanden troosten’, zegt deelnemers Marjan poëtisch.
Langs de zilverlinde met worteluitlopers en de kardinaalsmuts met karmijnrode vruchten vervolgt de groep de route. De gids wijst op twee bijzondere graven: schilder Jan Willem Pieneman, bekend van De Slag bij Waterloo uit het Rijksmuseum, en schrijver Everhardus Potgieter, oprichter van De Gids.
Tussen de graven groeit een Mahonia met geveerd blad en geurige gele bloei. De boom dankt zijn naam aan de Amerikaanse botanicus Bernard M’Mahon, niet aan de houtsoort mahonie, verduidelijkt Johan. Even verderop staat de zwarte walnoot, met geelgroene vruchten die langszaam verkleuren naar bruin. Ze liggen op de grond maar hangen ook nog gevaarlijk in de lucht en kunnen elk moment naar beneden komen.
Zo veel verschillende bomen komen voorbij
De es valt op door zijn zwarte, tegenoverstaande knoppen. De beuk en eik tonen die regelmaat juist niet. De Kaukasische vleugelnoot heeft hangende bloemaren en een grillige stam. De schijnhulst blijkt geen echte hulst. De valse christusdoorn toont rode peulen vol zaden. Onder een den vertelt Johan over de eetbare pijnboompitten in de dennenappels.
Tussen de bladeren liggen de gestekelde vruchtbekers van de tamme kastanje. Aan het pad staan haagbeuk en beuktegenover elkaar – geen familie, benadrukt Johan. De watercipres en moerascipres doen hetzelfde, de een nog in blad, de ander kaal.
De porseleinen bes toont felpaarse bessen. Ernaast groeit de kiespijnboom, een kleine boom waarvan de schors en vruchten vroeger dienden als verdoving. ‘De Indianen gebruikten hem tegen kiespijn’, vertelt Johan.
De wandeling eindigt bij een bijzondere nieuwkomer: de Wollemia nobilis uit Australië. Een boomsoort die miljoenen jaren als uitgestorven gold, tot hij in 1994 in het wild opdook tijdens een trektocht van David Noble. Een levende verbinding tussen heden en oerbos.
De volgende rondleiding door het arboretum van De Nieuwe Ooster staat gepland voor zondag 7 december.






