In de vorige Dwars is geen woord gewijd aan de verkiezingen voor de lokale politiek in stadsdeel Oost. Twijfel aan nut en urgentie van de stadsdeelcommissie die formeel een uiterst geringe politieke invloed heeft, is daaraan debet. Is die twijfel correct?
Arie van Tol | Illustratie: John Prop
Op oost-online heeft Arie Martijn Schenk de afgelopen maanden kandidaten voor de bestuurscommissie van stadsdeel Oost aan het woord gelaten. De bekende lokale thema’s worden allemaal genoemd: wonen, afval, leefbaarheid, veiligheid, jongeren, voorzieningen, groen, etc. Maar hoe kan de stadsdeelcommissie een betekenisvolle rol spelen? Advies aan het eigen dagelijks bestuur (DB Oost) en de gemeenteraad is verre van bindend. Een belangrijke stadsdeelkwestie krijgt een nieuwe uitwisseling van standpunten in de gemeenteraad, met daar vervolgens politieke besluitvorming.
Lokale onderwerpen
Een paar voorbeelden uit recente vergaderingen van de stadsdeelcommissie. Op de agenda van 17 februari stond het onderwerp ‘Voorzieningen op IJburg’. Meningsvorming was het doel. Meerdere insprekers uitten hun zorgen over het huidige voorzieningenniveau op IJburg, commissieleden deelden die zorg, onder andere met het bevragen van insprekers en wethouders. Een schriftelijke bijlage bij het agendapunt eindigt met de concrete vraag: ‘Wat gaat de gemeente doen om IJburg de grootstedelijke (!) voorzieningen te geven die nodig zijn voor een leefbare wijk voor jong en oud?’
Ook op 17 februari geagendeerd stonden ‘Oostbrug’ (Ontwerp Notitie Reikwijdte en Detailniveau Oostbrug: nautische herinrichting Oostelijk Binnen-IJ) en ‘Project Drenthhal’. Beide onderwerpen hebben een lange ambtelijke historie en veel keuzes zijn terug te vinden in al dan niet voorlopige notities. De antwoorden van DB Oost op de inbreng van commissieleden verraadden de geringe betekenis ervan.
Kan stadsdeelcommissie betekenisvolle rol spelen?
Financiële kwesties
Armoede in Oost, bespreking stand van zaken plan van aanpak, is wel duidelijk een stadsdeelonderwerp. Het gaat dan om secundaire aangelegenheden als Hulplijn Oost en wel of niet een avondspreekuur, niet om directe beïnvloeding van de portemonnee van arme stadsdeelbewoners. Die is voorbehouden aan rijk (bv hoogte uitkeringen) en gemeente (bv financiële ondersteuning bij isolatie van woningen).
Ook de kleinschalige pilot van de LHBTQIA+gemeenschap in Oost, een Queer Hub, met gevraagde financiering uit het eigen stadsdeelpotje van ruim € 600.000, is een stadsdeelinitiatief.
Landelijke kwestie?
De onveiligheid in en rond Stek Oost, was de afgelopen tijd vooral een gemeentelijke, zo niet een landelijke kwestie. En ook agendapunt bij een vergadering van de stadsdeelcommissie. De meest pregnante vraag uit de commissie was: ‘Waarom is de stadsdeelcommissie niet tijdig, vóór de uitzending van Zembla, ingelicht?’ En natuurlijk werden wat meningen opgehoest. Dat de agendering van het onderwerp politiek irrelevant was en kennisgeving, al dan niet tijdig, had volstaan werd niet opgemerkt. Alles was misschien anders geweest als stadsdeelcommissieleden (’de ogen en de oren van…’) de incidenten het eerst hadden gesignaleerd.
Korte metten
Onvrede rond vergunningen haalt ook de vergaderingen van de stadsdeelcommissie. Zo kwamen insprekers (omwonenden) bij een recente vergadering hun bezwaren uitleggen tegen een verleende vergunning aan de eigenaar van het ‘Marga Minco pand’ in de Tweede Oosterparkstraat. De commissie had een welwillend oor en vragen. Het DB maakte korte metten: bezwaren tegen verleende vergunningen kunnen door belanghebbenden ingediend worden via een gerechtelijke procedure, een raadsadres is geen optie, een inhoudelijke/politieke beoordeling is nooit aan de orde.
Zo werden ook bezwaren afgedaan tegen voorgenomen plaatsing van een zendmastinstallatie ter hoogte van de Linnaeusstraat 2c, afwijkend van de hoofdgroenstructuur.
De conclusie is aan de lezer…





