Vorig jaar sprak ik Oost-bewoner Rogier Schravendeel (61) voor de oost-online rubriek Buurtmensen. Dit jaar kondigt hij een nieuw boekje aan dat op 29 april wordt gepresenteerd in de Oosterparkkerk.
Fokko Kuik
Rogier publiceerde in eigen beheer al twintig herdenkingsboeken over bewoners uit diverse buurten en straten van Oost die op grond van hun Joodse afkomst door de nationaalsocialisten vermoord werden. Het zijn gedetailleerde minibiografieën over mensen die jouw buren hadden kunnen zijn en na die oorlog nooit meer terugkwamen in hun geliefde Mokum.
Het zijn dan geen abstracte getallen meer, maar mensen van vlees en bloed die hier woonden, werkten en speelden op straat. Als je de beruchte stippenkaart waarop door overijverige gemeenteambtenaren was aangegeven waar de Joden van Amsterdam woonden onder ogen krijgt, zie je weer hoe groot de concentratie was in de Oostelijke binnenstad en Oost.
‘Maar liefst 20.000 tot 25.000 van de 100.000 Nederlanders die op grond van hun Joodse wortels werden vermoord, woonden in Oost’, lees ik in de inleiding van het nieuwe boekje van Rogier. Bijna de helft daarvan heeft hij inmiddels in zijn gedenkboeken beschreven. Ook over mijn eigen Oosterparkbuurt is er zo’n boek. Ik las daarin wie er op ons adres hebben gewoond en hoe ze aan hun tragische einde kwamen. Hartverscheurend om te lezen.
Regelmatig kreeg Rogier van zijn lezers te horen dat ze behoefte hadden aan een bredere context waarin deze verschrikkelijke gebeurtenissen plaatsvonden in ons stadsdeel. Met deze nieuwe publicatie probeert hij daarin te voorzien. In een inleidend hoofdstuk wordt het Joodse leven in Amsterdam van voor de oorlog kort beschreven. Het Joodse geloof verdween steeds verder naar de achtergrond, lees je daar, en steeds meer Joodse Amsterdammers voelden zich aangetrokken voelden tot het socialisme.
Het grootste deel van het boekje bestaat uit een chronologische beschrijving van dagelijkse gebeurtenissen vanaf begin 1938 tot september 1945. Stapsgewijs wordt daarin duidelijk hoe de Jodenvervolging hier in Oost steeds ernstiger vormen aannam. Een groot deel van deze beschrijvingen is ontleend aan het archief van Politiebureau Linnaeusstraat, dat sinds 1924 gevestigd was in een voormalige dienstwoning van de Oostergasfabriek, waar nu winkelcentrum Oostpoort te vinden is.

Uit de talrijke meldingen over incidenten waar de politie destijds voor werd ingeroepen ontstaat een beeld van hoe de bewoners van Oost omgingen met de nieuwe omstandigheden tijdens de bezetting. Er komen voorbeelden van diefstal langs, zoals die waarschijnlijk ook zonder die oorlog wel hadden plaatsgevonden. Maar ook best veel geweldsincidenten die wel duidelijk op de bezetting zijn terug te voeren. Zo werden er met grote regelmaat ruiten ingegooid bij NSB-ers. Ook vonden er vaak vechtpartijen plaats tussen mensen die zich verzetten tegen de bezetters en landverraders.
Pijnlijk om te lezen is hoe de politie soms wel erg gedienstig optrad tegen de Joodse bewoners op gezag van de Duitsers. Mensen die hun deportatie probeerden te voorkomen werden zonder pardon opgepakt. Verderop lees ik dat bewoners van de Transvaalbuurt volgens de politie blijk gaven van een hinderlijke belangstelling voor het ontruimen van Joodse woningen. De uiterst dubieuze firma Puls, die daar veel geld aan verdiende, zou daar wel eens mee gehinderd kunnen worden.
Ook verraders die ‘kopgeld’ verdienden met het aangeven van Joodse onderduikers komen regelmatig ter sprake in de meldingen. Gelukkig staan er ook voorbeelden in het boekje van Amsterdammers die zich wel verzetten, wat helaas vaak wel streng bestraft werd. In de laatste oorlogswinter werden bij gebrek aan brandstof regelmatig bomen gekapt door wanhopige inwoners. Ook hiertegen werd streng opgetreden door de politie.
Juist door de precieze aanduiding van plaats en datum krijgen de beschreven incidenten een indrukwekkende lading, merkte ik tijdens het lezen. Je kunt nog zo naar die plekken toe fietsen en je voorstellen hoe het destijds gegaan moet zijn. Dat is ook precies wat Rogier beoogt met zijn herdenkingsboeken: het besef vergroten dat dit ook ons in onze tijd had kunnen overkomen. Alles lezende komt de vraag onwillekeurig op: wat zouden mijn keuzes zijn geweest? Nu we binnenkort die vreselijke oorlog weer herdenken, maar ook dagelijks geconfronteerd worden met oorlogen die nu plaatsvinden, is het belangrijk om daar zo nu en dan bij stil te staan.

Het boekje is tot 21 april 2026 bij de auteur te bestellen tegen een voorintekenprijs van 6 euro. De boekjes worden op 29 april in de Oosterparkkerk uitgereikt aan de bestellers. De avond begint om 19.30 uur met inloop en een korte toelichting. Vervolgens wordt het eerste exemplaar van het boek uitgereikt aan een vertegenwoordiger van politiebureau Linnaeusstraat. Na een korte pauze is er ruimte voor vragen aan de auteur.
Bestellen van het boekje via [email protected]






