Met de gemeenteraadsverkiezingen in zicht staat ook de toekomst van de verbindingen over het IJ opnieuw op de agenda. De groei van stadsdeel Noord onderstreept de noodzaak van betere oeververbindingen, maar tegelijk groeit de discussie over de gekozen koers. Die klinkt niet alleen door in een recente ingezonden brief in Het Parool, maar kwam deze week ook nadrukkelijk naar voren in de stadsdeelcommissie Oost, waar insprekers hun zorgen uitten en commissieleden kritische vragen stelden.
Arie Martijn Schenk
Bewoners vrezen aantasting open IJ
Ook in Oost klinkt stevige kritiek. Bewoners waarschuwen dat de Oostbrug gepaard gaat met een ingrijpende nautische herinrichting van het Oostelijk Binnen-IJ. Zij vrezen dat de vaargeul dichter bij de kade komt te liggen, het gebied voor ligplaatsen kleiner wordt en meer – en grotere – schepen dichter langs woningen manoeuvreren, met extra uitstoot als gevolg.
Volgens bewoners dreigt zelfs het verdwijnen van het Kompaseiland en ontstaat feitelijk een industriehaven onder de brug. Met onder meer nieuwe wachtplaatsen voor schepen en een lange strekdam. Hoewel bewoners aangeven bereid te zijn tot compromis, voelen zij zich onvoldoende gehoord en vragen zij zich af waarom bij de brug een industriehaven komt en het open IJ verdwijnt.
Inspreken in stadsdeelcommissie: nautische belangen versus leefkwaliteit
Tijdens de vergadering van de stadsdeelcommissie Oost eerder deze week kwamen deze spanningen scherp naar voren. Twee insprekers openden het agendapunt. Gerrit-Jan Zijlstra wees op nautische belangen en op eerdere weerstand tegen de brug vanuit het havenbedrijf en toenmalig wethouder Van der Burg. Volgens hem heeft Rijkswaterstaat alleen ingestemd met de Oostbrug wanneer extra ligplaatsen voor grote binnenschepen worden gerealiseerd. Tegelijk benadrukte hij dat hij niet tegen de brug zelf is.
Eric Petzinger van het actiecomité Stop industrialisatie Oostelijk Havengebied sprak over het open IJ als ‘een schitterende open ruimte’. Hij vreest dat extra duwbakken en manoeuvrerende schepen met draaiende dieselmotoren leiden tot meer uitstoot bij de Surinamekade. ‘Een milieuramp voor bewoners’ en volgens hem het willens en wetens laten verdwijnen van een uniek stuk IJ.
Politieke vragen over afspraken, veiligheid en alternatieven
Commissieleden stelden daarop een aantal kritische vragen aan het dagelijks bestuur. D66-commissielid Jorieke van der Schaaf verwees naar afspraken uit 2016 waarbij steigers werden voorkomen en slechts een beperkt aantal schepen mocht aanleggen. Zij vroeg in hoeverre die afspraken juridisch vastliggen en wees op de betrouwbaarheid van de overheid. Ook vroeg zij of de aanrijroutes naar de brug wel voldoende capaciteit hebben voor 20.000 tot 30.000 fietsers per dag.
Van Velzen (GroenLinks) vroeg welke uitkomst bewoners wél acceptabel vinden. Hun antwoord: een brug kan, maar dan met minder aanlegplaatsen voor de scheepvaart en behoud van milieukwaliteit in hun buurt.
Méérbelangen stelde de fundamentele vraag waarom niet eerst voor een Westbrug wordt gekozen. De SP vroeg naar de risico’s van schepen met gevaarlijke stoffen dichter bij woningen. Ook kwam de koppeling tussen brug en extra ligplaatsen ter discussie te staan.
Algemeen belang en schaarse ruimte
Dagelijks bestuurders Ernsting (verkeer) en Vroege (water) gaven gezamenlijk antwoord. Volgens Ernsting zijn door de jaren heen veel varianten onderzocht en is binnen het programma Sprong over ’t IJ bewust voor deze volgorde gekozen. ‘We kunnen nu een brug in Oost bouwen en niet in West. Daarom beginnen we in Oost’, zei hij op de vraag van Méérbelangen. Verkeersmodellen en aanrijroutes voor fietsers worden volgens hem voortdurend getoetst.
Vroege ging in op de nautische kant. Extra ligplaatsen zijn onderdeel van onderhandelingen met Rijkswaterstaat, terwijl ruimte op het water schaars is en schepen groter worden. Het havenbedrijf moet echt aantonen dat alternatieve locaties ontbreken voor de aanlegplaatsen. ‘Een echte nulvariant zonder extra schepen daar gaan we wel voor, maar is onzeker.’
Over zorgen rond herrie, stank en chemische stoffen zei hij dat die dichterbij komen, maar volgens de huidige normen nog binnen toelaatbare afstanden blijven.
Toen D66’er Van der Schaaf de vergelijking maakte met het verdwijnen van de vervuilende cruise-industrie bij de Passenger Terminal, antwoordde Vroege dat de binnenvaart onlosmakelijk deel uitmaakt van de Amsterdamse haven – dat het gebied deel uitmaakt van een van de drukste vaarroutes van Europa. Van der Schaaf kondigde aan volgende week met een motie te komen.






