Terwijl de berichtgeving over watertekorten inmiddels dagelijks het landelijke nieuws haalt, ging Fokko Kuik voor de serie over Waterschap Amstel, Gooi en Vecht deze week op stap met Bea de Buisonjé, lid van het dagelijks bestuur van het Waterschap.
Fokko Kuik

Onze wandeling start bij het gezellige Parknest in het Flevopark. Tijd voor koffie nemen we niet, want volgens Bea is er veel te vertellen. Als eerste wijst Bea me op het witte gebouwtje aan het meertje aan de overkant van ons startpunt. In 1632 stond hier een klassieke windmolen om de Oeterwaler Polder, tegenwoordig bekend onder de naam Overamstelpolder, droog te houden. In 1882 werd de molen vervangen door een stoomgemaal en nog weer later door een elektrisch gemaal op deze plek. Toen deze overbodig werd door de bouw van een modern gemaal aan de Valentijnkade, kwam het witte gebouwtje vrij en sinds een paar jaar is daar een distilleerderij en proeverij in gevestigd.
Rekening houden met het parkontwerp van J.P. Thijsse
Op het smalle paadje langs de oever van het Nieuwe Diep wijst ze me op het geringe verschil tussen het waterpeil en de hoogte van het pad, dat eigenlijk een dijk is. Het waterpeil is gemiddeld 40 cm onder NAP. Je kunt hier zien dat de dijk niet veel meer dan 40 cm hoger is. Dat is met het oog op de toekomstige zeespiegelstijging, dus veel te weinig. Voor de veiligheid van dit deel van Oost moet de dijk hier dus hoger worden. Dat ligt gevoelig, want dat kan ten koste gaan van de vegetatie langs de oever.
‘Wist je dat het Flevopark ontworpen is door de beroemde J.P. Thijsse’, vraagt Bea me. Nee, dat wist ik niet, geef ik eerlijk toe. ‘In overleg met veel partijen, waaronder de vrienden van het Flevopark, is na stevige bezwaren besloten om de noodzakelijke dijkverhoging anders aan te pakken dan oorspronkelijk de bedoeling was. Er hoeven minder bomen te verdwijnen en bij de vervangende vegetatie maken we keuzes in de geest van het oorspronkelijke ontwerp’, licht Bea toe.
Eind jaren zeventig nog weinig kans voor vrouwen in de watersector
Terwijl we verder lopen richting de Ringdijk langs het Science Park, vertelt Bea me wat meer over haar carrière. In de jaren 70 studeerde ze hydrologie aan de VU in de hoop om daarmee concreet werk in dat vakgebied te vinden, het liefst in het buitenland. Helaas bleek dat niet eenvoudig, ook omdat het in die tijd nog niet gebruikelijk was om als vrouw in die door mannen gedomineerde sector aan de bak te komen. Gelukkig is dat nu wel anders. Zo heeft het Waterschap AGV al een paar jaar een vrouwelijke dijkgraaf.
Rekening houden met overstromingsrisico’s bij gebouwontwerpen
Aangekomen op de Ringdijk wijst Bea me op het belang om bij gebouwontwerpen in laaggelegen gebieden rekening te houden met overstromingsrisico’s. Waar nu het Science Park ligt, was het door de bodemgesteldheid altijd al moeilijk om te bouwen. Op zo’n plek is het slim om essentiële functies niet op de begane grond te situeren. Mocht het onverhoopt eens misgaan in het drooghouden van zo’n laaggelegen polder, dan blijft de schade beperkt. Dit is een van de aandachtspunten die Bea veelvuldig inbrengt in overleggen met plannenmakers, sinds ze actief is bij het waterschap.

Een geweldige kans om weer met water bezig te zijn
Terwijl we verder lopen richting de karakteristieke witte huisjes aan het einde van de Ooster Ringdijk, vertelt Bea me hoe ze na jaren heel ander werk heeft gedaan tegen het einde van haar werkzame carrière. Toch kreeg ze de kans om weer wat met haar opleiding hydrologie te gaan doen. Terwijl ze jaren actief was voor de PvdA in stadsdeel Centrum suggereerde iemand elf jaar geleden: ‘Is dat niet wat voor jou, je kandidaat stellen voor de Waterschapsverkiezingen in 2015?’
Eenmaal verkozen, eerst in het algemeen bestuur – je bent dan vooral controleur van wat het waterschap allemaal doet – en later in het dagelijks bestuur, kwam ze er pas achter hoe geweldig ze het vond om met de thema’s van het waterschap bezig te zijn. ‘Het dagelijks bestuur houdt voor mij officieel drie dagen betaald werk in, maar in de praktijk komt het vaak neer op zo’n zes dagen per week, ook omdat ik het allemaal zo graag doe’, vertelt Bea me. Haar enthousiasme overtuigt me.

Vijf meter onder NAP, je staat er niet bij stil, maar bemaling is essentieel
Aangekomen bij de Ringweg A10 wijst Bea me op een onooglijk wit gebouwtje achter hoge hekken onder aan de Oosterringdijk. Ik ben daar al honderden keren langs gefietst zonder te beseffen waar het voor dient. Het blijkt een van de twee gemalen te zijn die de vijf meter onder NAP gelegen Watergraafsmeerpolder drooghouden. Ooit heeft hier een prachtig gebouw gestaan met dezelfde functie. Samen met het andere gemaal in de Christiaan de Wetbuurt is dit gemaal in staat om samen 120 m² water per minuut af te voeren als dat bij overvloedige. De meeste mensen staan daar niet bij stil, maar met het oog op het veranderende klimaat is dat wel belangrijk.
Over het drooghouden van de Watergraafsmeer weet Bea nog veel meer te vertellen. Daarover volgende week meer in het stuk over het tweede deel van onze wandeling. Dan komt ook het nut van de mysterieuze peilstok die ze meebracht voor onze excursie aan bod.







