Peter Groenendaal is een van de initiatiefnemers van de vierde Vredesmaaltijd Amsterdam-Oost ook bekend als Global PicNic op 28 september jl. in het Oosterpark. Hij is in 1949 geboren in een halve woning in de Oosterparkbuurt en woont na jaren in de VS en Canada sinds 2016 weer in de Transvaalbuurt.
In Buurtmensen interviewt Fokko Kuik mensen die zich inzetten voor hun buurt in Oost. Anja van Mil maakte de foto’s.
Als vierjarige leerde hij al van zijn moeder, die vaak met hem naar de Dappermarkt ging om vis te kopen bij de vermaarde visboer/Egyptoloog Frans Jansen, dat je als je wil met iedereen in de wereld kunt praten. ‘Dat is mijn levensmotto geworden’, vertelt Peter me met een licht Amerikaans accent in Coffee BRU, waar hij graag komt om tussen de jonge mensen te zijn.

Als 18-jarige trok hij, geïnspireerd door de films Midnight Cowboy en Easy Rider, naar de Verenigde Staten om daar de mensen op te zoeken die hij in de hippietijd van de jaren 60 in Amsterdam had leren kennen. Helaas bleek het Amerikaans-joodse meisje, waar hij verliefd op geworden was tijdens de nacht van de maanlanding, al verkering te hebben toen hij haar daar op zocht. ‘Ik had geen plan, dus liet me graag leiden door toevalligheden die op mijn weg kwamen. Ook dat is een soort levensmotto van me geworden’, vertelt Peter.
Hij bracht een tijdje door in Minneapolis/Saint Paul, totdat aan de protesten tegen de Vietnamoorlog wel erg gewelddadig een einde werd gemaakt. Gelukkig had hij ook adressen van kennissen in Toronto in Canada. ’Als immigrant zonder papieren beland je dan in het schoonmaakwerk op het vliegveld.’ Ze kregen daar al snel in de gaten dat Peter wel wat meer kon en goed was in het communiceren met mensen van over de hele wereld. Via een Oegandees, die als droom had om een eigen luchtvaartmaatschappij te beginnen in samenwerking met de Innuit Makiavik Corporation, lukte het zowaar om chartervluchten vanuit Canada naar Florida en later ook naar Europa en Mekka op te zetten.
Het is maar één voorbeeld van hoe het leven van Peter via toevallige ontmoetingen nieuwe wendingen kreeg. Hij leerde via internationale reisbeurzen steeds meer mensen kennen. Nadat hij de Canadese nationaliteit verwierf begin jaren 80 werd hij zelfs gevraagd om bij de Canadese Ambassade in Den Haag te gaan werken. ‘Vanwege mijn vele contacten en mijn kennis van de Nederlandse taal.’ Terug in Canada werd hij mede-eigenaar van een bedrijf dat gespecialiseerd was in vastgoedonderhoud. Van daaruit startte hij een vergelijkbaar bedrijf in Washington.
Rond 1998, toen zijn ouders met gezondheidsklachten te kampen kregen, keerde hij terug naar Nederland om meer bij ze te kunnen zijn tijdens hun laatste levensjaren. ‘Ik ben heel blij dat ik toen met mijn vader, waar ik in het verleden vaak strijd mee had, een fijne tijd heb gehad,’ vertelt Peter. ‘Toen hij overleed in 2002 belandde ik korte tijd in een depressie’.
In die tijd maakt hij een nieuwe start in het ‘vakgebied’ waarin hij nog steeds actief is: ‘Placemaking’. Hij stuurde zo’n bijzondere sollicitatiebrief voor de vacature ‘coördinator ambulante handel Amsterdam-Oost’, dat hij nog diezelfde middag werd aangenomen. In die baan kon Peter invulling geven aan de overtuiging die hij heeft, dat je alleen met actieve betrokkenheid van bewoners, ondernemers en bezoekers tot goede plannen kunt komen in de openbare ruimte. Hij lag en ligt daarmee regelmatig overhoop met mensen die menen dat je dit soort plannen ook wel van bovenaf kunt maken.
Met zijn communicatieve benadering en zijn vele wereldwijde contacten bouwde Peter al snel een goede reputatie op waarmee hij nog steeds veelgevraagd adviseur is via zijn onderneming Placemaking Plus. Markten en parken ziet hij als essentiële plekken in buurten om gemeenschappen met elkaar te verbinden. Hij is zichtbaar trots op zijn ontmoetingen met placemaking-deskundigen Fred Kent en Kathy Madden, waarmee hij ooit een week door Amsterdam heeft gelopen om over hun vak te praten.

Hoe ziet Peter Groenendaal het Amsterdam-Oost van nu ziet ten opzichte van het Amsterdam-Oost van zijn jeugd? Hij ziet vooral verbeteringen als gevolg van de internationale invloeden. Uiteraard gaat zeker niet alles goed en is er ook in Oost nog veel te verbeteren. Heel zou Peter graag iets doen aan de huidige problemen in en rond het Oosterpark. Met de goede ervaringen in het Bryant Park in Manhattan, dat ooit ook vervallen was tot een ‘needlepark’ door drugsoverlast, zou hij graag zien dat er met de instellingen, horecabedrijven en de bewoners rond het Oosterpark een gezamenlijke aanpak zou komen. ‘Een crickettoernooi op het grote speelveld, zoals dat daar ooit voor bedacht was in het oorspronkelijke ontwerp, of een science-evenement met markt’, improviseert hij ter plekke.

Het is duidelijk dat er nog veel energie in Peter zit om dingen te organiseren voor zijn eigen geliefde Oost, en verbinden met wijken in ‘the global village’ van de hele wereld. ‘Binnenkort ga ik voor een project naar Mexico’, vertelt hij enthousiast. Na twee uur in het drukke Coffee BRU heb ik nog maar een fractie gehoord van wat Peter allemaal nog meer zou kunnen vertellen over zijn levensloop. ‘Wordt het niet eens tijd voor een boek?’, probeer ik. ‘Ja, dat denk ik ook regelmatig, maar het is er nog niet van gekomen’, verzucht hij. Voorlopig zullen we het moeten doen met dit stukje op oost-online. Maar voor wie meer wil weten is er ook www.placemakingplus.com, waarop je meer leest over zijn passie.





