Amsterdam wil rigoureus vergroenen. Niet een beetje, maar rigoureus: zelfs de ambitie heeft groeiruimte nodig. Meer bomen, minder tegels, groenere straten. Daar valt weinig tegenin te brengen. In de gebiedsopgaven voor de Indische Buurt en het Oostelijk Havengebied noemt de gemeente een aandeel groen van ongeveer 10 procent, tegenover een stedelijk gemiddelde van 30 procent. Er valt dus nog wel een stoeptegel te winnen.
Patrick van den Hoven
Bomen planten is een belangrijk onderdeel van die ambitie. Lege boomplekken opnieuw vullen, nieuwe bomen toevoegen en bestaande bomen de ruimte geven om groter te worden. Alleen kun je een boom niet zomaar ergens tussen prikken. Onder de stoep liggen kabels, leidingen, garages en andere voorzieningen die eerder aanspraak op de ruimte hebben gemaakt. Boven de grond moeten verkeer en voetgangers er ook nog langs. Een Amsterdamse boom moet zich behoorlijk invechten.
Planten met een zorgvraag
Waar groen in de volle grond niet lukt, kan een plantenbak uitkomst bieden. Daarvoor hanteert Amsterdam het principe ‘nee, tenzij’. Eerst moeten andere mogelijkheden zijn onderzocht. Vervolgens moet blijken dat groen in de volle grond niet haalbaar is, terwijl de behoefte aan vergroening wel urgent en breed gedragen is. En bewoners of ondernemers moeten het beheer verzorgen. Een bak neerzetten is dus nadrukkelijk niet het hele plan.
De gemeente weet ook waarom. Planten in bakken hebben weinig wortelruimte, drogen sneller uit en zijn afhankelijk van verzorging. Ze dragen beperkter bij aan wateropvang en verkoeling. Het zijn, kortom, planten met een zorgvraag.
Het staal roest volgens plan
Toch zijn de afgelopen jaren op allerlei plekken forse cortenstalen bakken verschenen. Ook bij mij in de buurt aan de oostkant van Centrum: op Oostenburg langs de VOC-kade en de Isaac Titsinghkade, en in de Czaar Peterstraat. Daar staan er tientallen. Het cortenstaal roest volgens plan. Bij de beplanting is minder duidelijk welk plan wordt gevolgd.

Goedkoop zijn zulke bakken niet. Op basis van vergelijkbare winkelprijzen en een raming voor grond, beplanting en plaatsing kom je voor een kleiner exemplaar al gauw op 1.200 tot 2.000 euro. Een grote, langwerpige uitvoering kan richting 2.000 tot 3.500 euro gaan. Dat zijn geen bedragen uit de gemeentelijke boekhouding, maar ze maken wel duidelijk dat hier voor serieus geld aan straatmeubilair staat. Het onderhoud moet dan nog beginnen.
Onderhoud heeft geen lintje
En juist daar lijkt de groene ambitie plaatselijk te verwelken. Wie langs de bakken loopt, ziet graffiti, stickers en op verschillende plekken een weinig florissante verzameling dorre stengels en verdroogd ogende planten. Natuurlijk is het herfst. Niet ieder bruin sprietje heeft het tijdelijke met het eeuwige verwisseld. Maar de combinatie oogt vooral alsof na het plaatsen niemand meer goed heeft omgekeken.
Amsterdam is bedreven in het feestelijke begin. Een plan, een bewonersavond, een bak, een foto. Daarna volgt het minder fotogenieke werk: water geven, afval verwijderen, planten vervangen en afspraken nakomen. Onderhoud heeft nu eenmaal geen lintje om door te knippen.
Bij restaurant Roest bloeit het wel
Dat het anders kan, laten de vier bakken bij restaurant Roest zien. Die staan er ronduit florissant bij. Volgens het personeel heeft Roest zelf planten gekocht, worden peuken en ander afval dagelijks verwijderd en krijgen de planten regelmatig water. Geen revolutionaire aanpak. Gewoon de gebruiksaanwijzing van een plant.

Een afspraak op papier geeft geen water
Wie precies verantwoordelijk is voor de andere bakken, verdient uitzoekwerk. Misschien zijn er beheerafspraken met bewoners of ondernemers. Misschien zijn die verwaterd, terwijl de planten juist droog bleven staan. Maar bij een gemeentelijk vergroeningsproject hoort ook de vraag of het beheer daadwerkelijk is geregeld. Een afspraak op papier geeft geen water.
Waarom lukt bij Roest kennelijk wel wat een paar meter verder zo ingewikkeld blijkt? Als niemand het onderhoud kan of wil verzorgen, zet die bakken dan niet neer. Een dure bak met verwaarloosd groen maakt de straat niet groener, maar troostelozer. Dan kun je het belastinggeld beter ergens uitgeven waar tenminste iets tot bloei komt.



