Ook al regent het vaker en harder, toch kampt ons land regelmatig met langdurige droogte. In Amsterdam leidt dit tot schade aan stedelijk groen en houten funderingspalen. Waar en hoe ontstaat die schade? En hoe groot is de kans daarop in 1018?
Tekst en foto Henk Leenaers
Voor grappen over het Nederlandse weer moet je bij buitenlanders zijn. Zoals de Irakees op de vlucht voor Saddam Hoessein die, na acht jaar omzwervingen, in een Nederlands AZC belandde en daar een heerlijk boek over schreef – in het Nederlands! Hij leerde onze taal door in de bibliotheek kinderboeken te lezen. Op zo’n typisch Nederlandse, natte en grijze dag vraagt hij daar aan een meisje hoe lang het al regent. Haar antwoord: ‘Dat kun je beter aan iemand anders vragen, ik ben pas dertien.’
Dat het in Nederland veel en vaak regent, staat buiten kijf. En volgens het KNMI neemt de hoeveelheid neerslag alleen maar toe. Extreem weer wordt steeds extremer, zo formuleren klimaatwetenschappers het: hevigere hoosbuien, meer zomerstormen, vaker hittestress en grotere droogte. De afgelopen decennia zijn vooral april en mei droger geworden. Dat is het gevolg van hogere temperaturen (door klimaatverandering) en meer zonneschijn (door schonere lucht).
‘Als het regent, regent het harder; als het níet regent, neemt het neerslagtekort sneller toe’
Recept voor droogte
Waarom neemt de kans op droogte toe als het ook meer regent? Dat zit zo. Omdat het klimaat opwarmt en de zon vaker schijnt, neemt de verdamping toe. Dat kun je vergelijken met een pannetje water op het vuur: als je het gas verder opendraait, krijg je meer stoom. Uit die stoom ontstaan wolken, waaruit het verdampte water uiteindelijk, in de vorm van regen, weer naar beneden valt. Maar voordat het zover is, zal er op veel plaatsen eerst een watertekort ontstaan. Dan zakt het grondwaterpeil, komen sloten droog te staan en kunnen binnenvaartschepen niet verder vanwege lage waterstanden in rivieren en kanalen. En omdat korte perioden met extreme neerslag (heel veel in korte tijd) tegenwoordig vaker voorkomen, kun je op je vingers natellen dat er ook langere perioden moeten zijn zónder regen. KNMI vat het zo samen: als het regent, regent het harder; als het níet regent, neemt het neerslagtekort sneller toe. Voilà: het recept voor droogte in ons natte en koude kikkerlandje.

Paalrot en bodemdaling
In een stad als Amsterdam heeft langdurige droogte grote gevolgen. Niet alleen bomen en planten hebben het zwaar te verduren; oudere huizen en rioleringen kunnen zwaar beschadigd raken. Gebouwen van voor 1970 zijn vrijwel allemaal gefundeerd op houten palen of ‘op staal’. Als houten paalkoppen door een lage grondwaterstand droog komen te staan, gaan ze rotten. Er kan dan namelijk lucht bij en dat is het startsein voor schimmels en bacteriën om het hout aan te vreten. Op staal gefundeerde huizen rusten op een brede, vaste voet zonder heipalen. In Amsterdam zit die voet soms in een laag klei of veen, die bij aanhoudende droogte vocht verliest en daardoor inklinkt. Gevolg: bodemdaling, die vaak ongelijkmatig verloopt, waardoor huizen scheefzakken en rioleringsbuizen breken. Paalrot en bodemdaling zorgen zo voor verzakkingen, gescheurde muren en klemmende ramen en deuren. Om erger te voorkomen, kun je een overhellende gevel aan de buitenkant stutten of de fundering vervangen.
Onverzekerde schade
De eerste neerslagtekorten ontstaan meestal in april en kunnen – bij een droog voorjaar – oplopen tot 300-400 mm in augustus. In een normaal jaar blijft het tekort beperkt tot iets meer dan 100 mm. Met neerslagtekorten van respectievelijk 309, 318 en 265 mm behoorden 2018, 2022 en 2025 tot de 5 procent droogste zomers sinds 1900. Alleen al in 2018 gaf gemeente Amsterdam bijna 0,5 miljoen euro uit aan extra bewatering. Dat kon niet voorkomen dat de herstelkosten voor gestorven beplanting opliepen tot 1,4 miljoen euro. Deze kosten vallen waarschijnlijk in het niet bij de herstelkosten aan huizen en gebouwen op de wat langere termijn. Ga maar na: van de 800.000 panden op houten palen in ons land staan er volgens het Kenniscentrum Aanpak Funderingsproblematiek (KCAF) naar schatting 40.000 in onze stad. Omdat veel van deze panden uit meerdere appartementen bestaan, gaat het om ongeveer 250.000 woningen, ruim 50 procent van alle Amsterdamse woningen. Volgens onderzoeksinstituut Deltares bedragen de herstelkosten bij het merendeel van deze panden 500 tot 10.000 euro; bij een kleiner deel kunnen de kosten oplopen tot 30.000-120.000 euro, bijvoorbeeld voor een nieuwe fundering. Omdat deze schade niet verhaald kan worden op opstalverzekeringen, pleitte de Raad voor de Leefomgeving in 2024 al voor royale overheidssubsidies: 90 procent van het onderzoek naar funderingsschade en 30 procent van de herstelkosten, met een maximum van 40.000 euro per pand.
Zeer hoog risico in Czaar Peterbuurt
Hoe groot is de kans op funderingsschade in 1018? Als je alleen afgaat op het aantal woningen van voor 1970 – in grote delen van het gebied is dat 80-90 procent – dan ziet het er niet best uit. Dat wordt bevestigd door de Klimaateffectatlas: volgens deze bron is het risico op paalrot in het gehele postcodegebied ‘hoog’ (op een schaal van ‘zeer laag’ tot ‘zeer hoog’), met uitzondering van Kattenburg (‘laag’), Wittenburg (‘matig’) en de Czaar Peterbuurt (‘zeer hoog’). Wie het naadje van de kous wil weten, kan inzoomen op metingen in zijn eigen buurt of straat. Zo staan op een kaart van de gemeente rode stippen langs het Hortusplantsoen en ten oosten van het Alexanderplein. De zakkingssnelheid is hier meer dan 3 mm/jaar – voldoende reden voor een funderingsonderzoek. Geruststellend nieuws is er ook. Na de afgelopen natte herfst en droge winter, aldus de droogtemonitor van Rijkswaterstaat op 31 maart jl., zijn de grondwaterstanden in het westen en noorden van het land deels hersteld van de droogte in 2025. En de grondwaterstanden zijn gemiddeld tot laag voor de tijd van het jaar. Dertien jaar regen, zoals de Iraakse vluchteling grapte, is misschien een beetje veel van het goede, maar er kan nog wel wat bij.




