Al twaalf jaar woont Selman Aqiqi in Oost. In die tijd groeide zijn liefde voor de stad, én zijn nieuwsgierigheid naar wat Amsterdam nu echt Amsterdam maakt. Niet de bekende plekken die telkens terugkeren in lijstjes en citymarketing, maar juist de onverwachte ontmoetingen, de buurthuizen, de initiatieven waar mensen elkaar vinden zonder drempel.

Arie Martijn Schenk

Selman komt uit de wereld van marketing en contentcreatie. Vanuit die achtergrond begon hij met het maken van video’s over de stad. Straatinterviews, korte portretten en ontmoetingen met Amsterdammers die hun buurt kleur geven. ‘Ik begon eigenlijk toevallig’, vertelt hij. ‘Mijn eerste video ontstond in het Flevopark.’

Tijdens een wandeling liep hij langs het gekraakte café Parknest. Hij raakte in gesprek met de initiatiefnemers en besloot het verhaal vast te leggen. ‘Zulke mooie mensen’, zegt Selman enthousiast. De video ging onverwacht hard rond. Meer dan honderdduizend mensen bekeken het filmpje. ‘Ik merkte meteen: mensen vinden dit soort verhalen leuk.’ Niet veel later volgde een nieuwe video. Ook die vond snel zijn publiek. ‘Toen wist ik: dit raakt iets.’

De stad voorbij de etalage
In zijn video’s laat Selman zien waar je als Amsterdammer óók terechtkunt. ‘Er gaat veel aandacht naar dezelfde plekken. De vijfsterrenhotels, de oesterbars. Vaak prijzig, niet voor iedereen toegankelijk en soms voelt niet iedereen zich daar welkom. Ik heb overigens niet tegen ondernemers’, zegt Selman.

Volgens Selman ligt de kracht van de stad juist elders. Hij noemt dat de derde plek. ‘Je kent thuis, je kent werk, en dan bestaat er nog die plek waar je graag komt.’ Die plekken zoekt hij op. En die brengt hij onder de aandacht. Vrijwilligersinitiatieven, laagdrempelige horeca, plekken waar cultuur, ontmoeting en creativiteit samenkomen. ‘Daar zie je Amsterdammers, buurtgenoten. Dat maakt de stad mooi.’

De spirit van Amsterdam
Voor Selman vormen deze plekken de spirit van Amsterdam. ‘De stad kent een geschiedenis van dwarse denkers. Van opstandigheid, van zelf dingen opzetten van onderaf.’

Die mentaliteit herkent hij op uiteenlopende locaties, van Plantage Dok tot Vrankrijk, van buurtkeukens tot creatieve broedplekken. ‘Dit soort plekken laten zien wat Amsterdam echt draagt’, zegt hij. ‘Soms betaal je niets. Soms maak je zelf iets. Soms kom je alleen maar even kijken.’ In Parknest drukte Selman zelf een T-shirt. In zijn Instagramvideo is te zien hoe hij meedoet. ‘Durf te dromen’, zegt hij.

Ook het Afvalpaleis in de Dapperstraat maakte indruk. ‘Met vrijwilligers, buurtgenoten, ondernemers die even binnenlopen.’ In zijn video’s stapt Thane van eetcafé Boefzak net naar binnen met een kapotte blender.

De Fietskliniek noemt hij eveneens. ‘Daar leer je je eigen fiets repareren. Dat scheelt geld, je leert iets nieuws en het draagt bij aan duurzaamheid.’ ‘Het Einde van de Wereld, het blijft een mooie naam voor het buurtrestaurant dat huist in de boot Quo Vadis aan de Javakade’, zegt Selman. ‘Ook zo’n bijzondere plek om eens te bezoeken.’

Een stad gebouwd op liefde
Selman spreekt over een soort droom-Amsterdam. Een stad waar initiatieven ontstaan vanuit liefde. ‘Niet alles hoeft commercieel. Niet alles draait om winst.’ Volgens hem ligt daar een belangrijke vraag: wat blijft er over als dit soort plekken verdwijnen? ‘Ik wil mensen oproepen: stap eens die rare kroeg binnen. Ga ergens naar binnen waar je normaal voorbijloopt en bestel daar iets.’

Veel tips om te bezoeken ontvangt hij via berichten in zijn DM. Andere locaties kent hij al langer. ‘Stuur vooral tips door’, zegt hij. ‘Er zijn ondernemers en vrijwilligers die prachtige dingen doen. Met een ziel.’

Oost als inspiratie
Zijn liefde voor Oost klinkt duidelijk door. ‘De Oostelijke Eilanden vind ik geweldig. Die langere zichtlijnen, de golvende gebouwen, drijvende tuinen.’ Hij noemt de Pythonbrug, de oude pakhuizen waar mensen wonen. ‘Het voelt speels.’

Liefde voor Oost voelde hij al snel op de Javastraat. ‘Hoe cliché ook, het voelde meteen authentiek. Voor mij het hart van Oost.’ Ook de Dapperstraat blijft hem trekken. Die buurt leeft. Het winkelaanbod verandert, maar de energie blijft, maar ben benieuwd of dat ook zo blijft.’

Met zijn camera blijft Selman op zoek. Naar plekken waar mensen elkaar ontmoeten, waar ideeën ontstaan, waar Amsterdam zichzelf laat zien.