De toekomst van de steigers aan de Nico Jessekade op IJburg stond dinsdagavond centraal in de stadsdeelcommissie Oost. Aanleiding vormt de handhaving op het binnenhavenvignet, die voor bewoners grote gevolgen dreigt te krijgen.

Arie Martijn Schenk

Een advies van D66 en de VVD over de kwestie kreeg aan het eind van de bespreking unanieme steun van de commissie. Indieners Noor Jaarsma en Niels van der Sangen willen het onderwerp uiteindelijk onder de aandacht brengen van de gemeenteraad.

Van bewonersinitiatief naar vaste plek in de wijk
De steigers langs de Nico Jessekade kennen een lange voorgeschiedenis. In 2014 gaf de gemeenteraad groen licht voor de aanleg van steigers voor kleine boten, na een lange strijd en talloze gesprekken met de deelraad Oost en de toenmalige wethouder.

Bewoners namen vervolgens zelf het initiatief. Met eigen middelen en na goedkeuring van de gemeente verschenen twaalf steigers, bedoeld voor kleine boten en lokaal gebruik. Sindsdien groeide de plek uit tot een laagdrempelige voorziening voor de buurt. Kanoërs, suppers en zwemmers maken er gebruik van, naast de vaste ligplaatshouders.

Nieuw beleid raakt juist deze plek
De huidige discussie draait om de invoering en handhaving van het binnenhavengeld (BHG). Door een recente juridische uitspraak valt ook het water bij de Nico Jessekade onder het Amsterdamse binnenwater. Daarmee geldt voor elke boot een vignetplicht tegen regulier tarief, in plaats van het doorvaartvignet dat eerder voldoende was. De kosten voor booteigenaren stijgen daardoor aanzienlijk.

Bewoners vinden vignet onredelijk
Daar komt bij dat het binnenhavenvignet volgens bewoners niet aansluit op de praktijk aan de Nico Jessekade. Het vignet draagt bij aan onderhoud van kades, sluizen en drukte op de binnenstedelijke vaarwegen. Juist daar ligt het verschil: de boten op IJburg varen zelden richting binnenstad en maken geen gebruik van deze voorzieningen.

Ook geldt het vignet voor een volledig kalenderjaar, terwijl ligplaatshouders hun boot een deel van het jaar uit het water halen. Dat volgt uit afspraken rond natuur en veiligheid. In de praktijk betalen bewoners daarmee voor gebruik dat slechts beperkt plaatsvindt.

Volgens Noor Jaarsma van D66 wringt dat op meerdere punten. ‘Bewoners betalen via het BHG-vignet voor voorzieningen en onderhoud die zij zelf organiseren. De steigers liggen op waterpercelen die via een gebruiksovereenkomst bij een bewonersvereniging liggen, inclusief beheer en onderhoud.’

Volgens Jaarsma maakt juist dat deze situatie bijzonder. ‘Het abonnementstarief, of een andere oplossing in overleg met Ligplaats IJburg, ligt daarom meer voor de hand.’

‘Het is belangrijk dat een bootje toegankelijk blijft, ook voor mensen met een kleinere portemonnee. Verder moeten we zorgvuldig omgaan met mensen die zich jarenlang hebben ingezet voor deze steigers en daarmee de buurt mooier maakten.’ De kernvraag in de commissie: past dit beleid wel bij deze specifieke situatie?

‘Wat vanzelfsprekend leek, staat nu onder druk’
Bewoner Rik van Veen probeerde in te spreken, maar was te laat met aanmelden. Zijn bijdrage kwam alsnog op tafel via commissielid Jaarsma.

Van Veen schetst hoe het initiatief ooit ontstond vanuit een simpele wens: een klein bootje voor het gezin. Wat volgde, noemt hij een langdurige zoektocht langs regels en verboden. Pas na politieke steun in 2014 kwam ruimte voor ligplaatsen aan de straatuiteinden. ‘Ligplaats IJburg was geboren’, schrijft hij. Tien jaar lang verliep het gebruik zonder problemen. Controles leverden geen overtredingen op en de plek bleef toegankelijk voor de buurt. Met de komst van het binnenhavenvignet verandert dat beeld ingrijpend. Voor booteigenaren stijgen de kosten, waardoor kleine boten verdwijnen en ligplaatsen leeg komen te staan.

Van Veen spreekt van een breuk in vertrouwen en roept op tot maatwerk. Volgens hem past een doorvaartvignet beter bij de situatie, gezien de ligging en het beperkte gebruik van binnenstedelijke voorzieningen.

Commissie ziet probleem, maar mist bevoegdheid
Tijdens de bespreking ontstond brede erkenning voor de bijzondere positie van de steigers aan de Nico Jessekade. Tegelijk ligt de beslissingsmacht niet bij de stadsdeelcommissie.

De commissie kan geen uitzondering maken op het gemeentelijke beleid, maar adviseert het dagelijks bestuur wel om het onderwerp door te zetten richting het college van burgemeester en wethouders. Uiteindelijk ligt een besluit bij de gemeenteraad. In het agendastuk staat expliciet dat handhaving directe en mogelijk onomkeerbare gevolgen kent, zoals het verwijderen van boten.

Handhaving per 1 mei
Ondertussen nadert een belangrijk moment. Per 1 mei start handhaving op de vignetplicht. Die verloopt stapsgewijs: eerst waarschuwingen, daarna mogelijke inbeslagname van boten. Voor bewoners betekent dit dat zij op korte termijn moeten beslissen of een bootje financieel haalbaar blijft, terwijl de politieke discussie nog loopt.

Vervolg richting gemeenteraad
Met het aangenomen advies geeft de stadsdeelcommissie een duidelijk signaal af: de situatie op IJburg vraagt om een heroverweging van het beleid. Of dat leidt tot aanpassing van de regels, ligt nu in handen van het college en de gemeenteraad.

Voor bewoners aan de Nico Jessekade staat ondertussen meer op het spel dan alleen een ligplaats. ‘Het gaat om ons initiatief dat in de wijk ontstond en daar ook betekenis kreeg’, zegt initiatiefnemer Rik van Veen.