Sinds juni 2022 maakt Jan-Bert Vroege deel uit van het dagelijks bestuur van stadsdeel Oost namens D66. In die rol stuurt hij op stedelijke ontwikkeling, woningbouw, openbare ruimte, afval, water, kunst en cultuur. Oost vormt daarbij geen onbekend terrein. ‘Ik ben echt een man van Oost’, zegt hij. ‘Ik woon hier mijn hele Amsterdamse leven. Ik ken de buurten, ik ken de dossiers.’
Arie Martijn Schenk
Zijn politieke betrokkenheid reikt verder terug. Na zijn verhuizing naar Amsterdam in 1996, voor zijn studie, werkte hij jarenlang in de energiesector. Politiek actief raakte hij in Oost als lid van de stadsdeelraad (2010–2014). Daarna volgde een periode als gemeenteraadslid van Amsterdam (2014–2022), waar hij zich profileerde als een scherp en inhoudelijk politicus. Vier jaar geleden keerde hij terug naar Oost, nu als stadsdeelbestuurder. ‘Het voelde als thuiskomen.’
Een nieuwe rol
De afgelopen bestuursperiode staat voor Jan-Bert Vroege in het teken van schakelen naar een andere rol. ‘Ik kwam uit de gemeenteraad, uit de Stopera. De meeste dossiers kende ik wel.’ In Oost ervaart hij het bestuur dichter op de praktijk. ‘Je zit hier veel meer op de uitvoering. Je spreekt dagelijks bewoners, organisaties, werkt samen met de stadsdeelcommissie én stuurt direct op de diensten.’
Die verantwoordelijkheid merkt hij onder meer bij onderwerpen als afval. ‘Dat raakt het dagelijks leven in de buurt en daar krijg je ook direct reacties op.’ De samenwerking met diensten loopt volgens hem goed. ‘Je zit samen aan tafel, je weet wie waarover gaat.’
Ook de verhouding met de stadsdeelcommissie is duidelijker dan in de vorige periode. Waar de samenwerking toen minder soepel verliep, loopt die nu goed. Commissieleden stellen kritische vragen en houden hem scherp. ‘Dat waardeer ik. Het is jammer dat straks veel commissieleden vertrekken; iets meer bestuurlijk geheugen zou helpen. Tegelijk zie ik enorme betrokkenheid.’
Trots op het Slavernijmonument
Het dossier waar hij met trots op terugkijkt, ligt dicht bij huis: de herinrichting rond het Slavernijmonument in het Oosterpark. ‘Toen ik begon, lag er nog geen plan. Ik riep spontaan: dit moet anders. Binnen drie jaar stond er een gedragen ontwerp én uitvoering.’
De participatie, hoorzittingen en besluitvorming pasten binnen zijn termijn. ‘Ik woon in de buurt en wandel er dagelijks langs. Het monument stond wat verstopt, in een donkere hoek. Nu ligt er een plek met de waardigheid die past bij deze geschiedenis.’ Extra bomen en een openbaar toilet versterken het park als verblijfsplek voor iedereen.
Zelf doen in het park, randvoorwaarden bij bouwen
Vroege maakt bewust onderscheid tussen openbare ruimte en stedelijke ontwikkeling. ‘Bij het monument in het Oosterpark zie je wat als bestuurders zelf kunnen doen, daar heb je direct invloed op.’
Bij bouwen ligt dat anders. ‘Woningbouw gebeurt via de markt. Onze rol ligt bij het stimuleren en het scheppen van randvoorwaarden: goede plannen, voorzieningen, bereikbaarheid en ruimte voor groen.’ Oost groeit fors, met gebieden als Overamstel, het Zeeburger Eiland en IJburg. ‘Toen ik raadslid was, lag daar vooral water. Nu verrijst daar de nieuwste wijk van de stad.’
Die groei vraagt ook om realisme. ‘Niet alles kan tegelijk. Netcongestie remt projecten af. Woningen krijgen voorrang op het stroomnet. Andere ontwikkelingen moeten misschien wachten.’ Volgens Vroege hoort die eerlijkheid bij besturen. ‘Voorzieningen zijn essentieel, maar het te kort aan stroom stelt grenzen.’
Afval, regels en eigen verantwoordelijkheid
Over afval klinkt veel kritiek. Vroege nuanceert. ‘Veel bewoners doen zelf al iets. Even een openstaand deurtje van een container sluiten bijvoorbeeld. Dat doe ik bijna dagelijks.’ Landelijke maatregelen, zoals statiegeld op blikjes en flesjes, pakken in grote steden anders uit dan op het platteland. ‘We proberen overlast te beperken met magneten in plaats van sloten bij de afvalbakken. Inwoners spelen daar ook zelf een rol in en dat doen zet ook.’
Initiatieven van bewoners laten volgens Vroege zien hoe sociale samenhang werkt. In het Oosterpark kiezen omwonenden bewust voor samen oplossen in plaats van roepen om meer handhaving. ‘Bewoners willen zelf ook iets bijdragen en helpen. Dat zegt veel over Oost.’
Meer aandacht voor Joods leven in Oost
Kunst en cultuur laten volgens Vroege de emotionele en historische lagen van de stad zien. De herdenking van verdwenen Joodse scholen vormt daar een belangrijk onderdeel van. In de Transvaalbuurt verscheen in 2022 de eerste gedenkplaat; in Oost volgen er in totaal 26.
Een moment dat diepe indruk maakte, was de herdenking op het Swammerdamplein. ‘Daar hoorde ik afgelopen jaar de aantallen.’ In de straten die uitkomen op het plein zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog tussen de 600 en 800 Joodse buurtbewoners weggevoerd en vermoord. ‘Bij elkaar gaat het om ongeveer 1.400 mensen. Dan dringt pas echt door wat hier is gebeurd.’
Het Joodse leven in Oost vraagt volgens hem blijvende aandacht, niet alleen via herdenken, maar ook door zichtbaar maken en vertellen. ‘De komende maanden worden verschillende activiteiten georganiseerd, waarover later meer informatie volgt’, vertelt Vroege. Het gaat om een reeks evenementen die plaatsvindt tussen maart en de zomer, waaronder een Poeriem Viering en andere momenten van ontmoeting en verdieping.
Daarnaast wordt gewerkt aan een nieuwe, zesdelige podcastreeks over Joods Amsterdam-Oost. Deze serie vormt het derde seizoen van De Joodse Stad.
Kunst en cultuur uit Oost: Netwerken
Binnen kunst en cultuur ligt in Oost veel kracht in netwerken en kennisdeling. Makers, organisaties en initiatieven zoeken elkaar op om ervaringen uit te wisselen en samen verder te komen. Het gesprek gaat vaak over heel praktische vragen: wie zoekt werkruimte, wie kan meedenken, wie kent een plek of een partner? ‘Je ziet dat de één iets nodig heeft wat een ander juist kan aanbieden’, zegt de D66-bestuurder. Door die verbindingen ontstaat ruimte voor samenwerking, zonder dat alles vastligt in structuren.
Evenementenbeleid: verschil mag
Ook binnen de politiek mag verschil van inzicht bestaan. ‘Bij het evenementenbeleid in het Flevopark liepen de meningen uiteen. Het dagelijks bestuur zag daar liever geen grote evenementen, terwijl de D66-fractie in de stadsdeelcommissie voor stemde.’ Dat hoort erbij, vindt hij. ‘We moeten van mening kunnen verschillen. Uiteindelijk lag de beslissing bij de gemeenteraad.’
Vooruitkijken: water en ruimte
Een belangrijke opgave voor de komende jaren ligt rond het Nieuwe Diep. Het gebied vraagt om een integrale visie waarin de oevers van het Flevopark, de Diemerzeedijk en de zone langs het Amsterdam-Rijnkanaal samenkomen. ‘Dit kan uitgroeien tot een blauw-groen hart van Oost’, zegt Vroege. Het water en het omliggende groen bieden kansen voor ontspanning, en recreatie, juist nu het aantal bewoners in Oost blijft groeien. Buurten als de Sluisbuurt brengen duizenden nieuwe inwoners, die behoefte hebben aan ruimte om te bewegen en te verblijven.
Het gebied kent bovendien een verleden als plek voor zwemmen en recreatie. Tot in de jaren zestig lag hier het Gemeentelijk Zwembad Het Nieuwe Diep, een geliefde zwemplek voor Amsterdammers. Die geschiedenis vormt volgens Vroege een inspiratiebron voor de toekomst. ‘Het water moet weer toegankelijker worden.’ Door beter gebruik te maken van de oevers kan het Nieuwe Diep opnieuw een plek worden waar natuur, sport en ontspanning samenkomen.
Persoonlijk Oost
Buiten werktijd loopt Vroege graag hard langs de Amstel, via de Groene Staart. ‘Een onbekend stukje Oost voor veel Amsterdammers. Een mooi groen stuk waar woonbootbewoners, roeiers en volkstuinhouders de sfeer bepalen.’ Zwemmen doet hij meerdere keren per week in Sportfondsenbad Oost. Dineren graag bij het nieuwe Orchid House of vertrouwd op het terras van Hesp, aan de Amstel.
‘Oost laat alles van Amsterdam zien’, besluit hij. ‘Divers, eigenzinnig, met buurten die elk hun eigen karakter tonen. Ik zit nu echt lekker in. Graag ga ik nog vier jaar door met besturen.’






