Peter Heerschop is ambassadeur van de Johan Cruyff Foundation en woont in de straat waar de muurschildering van Johan Cruijff de wijk opfleurt. Ook Hans Lubberding, voormalig directeur van het Olympisch Stadion waar de Foundation zetelt, had geregeld contact met Cruijff. Hij woont een straat verder. Twee fans halen herinneringen op.

Jaap Stam | Fotografie: Frank Schoevaart

Eerste ontmoeting 
Heerschop: ‘Vroeger kon je gewoon naar de training van Ajax gaan. Ik was nog een jongetje en sprak Cruijff aan toen hij van de kleedkamer naar zijn auto liep. Ik vroeg een handtekening en kreeg toen zelfs een foto met handtekening. Daarvan had hij een stapeltje in zijn auto liggen. Dat heeft diepe indruk op mij gemaakt.’

Lubberding: ‘Ik voetbalde bij VVGA naast stadion De Meer, begin jaren tachtig. Er parkeert een Citroën naast de kantine, je weet wel, die bekende van Cruijff, Johan en Danny stappen uit, halen een broodje kroket, gaan terug naar hun auto, doen de achterklep open, gaan erin zitten en kijken naar de wedstrijd. Later zitten ze aan de bar in de kantine en de man achter de bar vraagt of ik die mooie goal maakte. ‘Ja,’ zeg ik. ‘Dat was een mooie,’ zegt Cruijff.’

Heerschop: ‘Hoger kun je niet komen. Met straatvoetbal was ik Johan Neeskens. Je kon niet zeggen: ik ben Cruijff. Dan was je gek. Neeskens was misschien nog wel haalbaar.’

Lubberding: ‘Cruijff kon je niet zijn. Ik had veel met Piet Keizer, maar die was linksbenig, daarom was ik Sjakie Swart.’

Gedold door Johan 
Heerschop: ‘Ik speelde met een elftal van de Cruyff Foundation tegen een bedrijfsteam. Dat deden we om geld op te halen. Een wereldelftal met Bergkamp, Jonk, Winter, Tahamata, Van ’t Schip, Ronald de Boer en… Johan Cruijff. Voor de wedstrijd bombardeerde Johan mij tot aanvoerder. Hij zegt: ‘Je gaat naar de scheidsrechter, geeft hem een hand, je wint de toss en kiest de bal. Dan hebben we hem alvast. Als je de bal niet hebt kun je niet scoren. Begrepen?’ Ik win de toss, kies de bal en Johan roept: ‘Heerschop wissel’. En erna: ‘Keurig in je taak gespeeld.’ Geniaal. En ik ben toch maar mooi even aanvoerder geweest van zo’n geweldig team.’

Lubberding: ‘Een delegatie uit Finland was bij ons op bezoek. Het oude Olympisch Stadion in Helsinki uit 1938 werd gemoderniseerd zij kwamen bij stadions in Europa ideeën opdoen. Buitenlandse delegaties ontvingen wij met alle egards, zo ontstaken wij een vlam bij de ingang, vuur hoort bij een Olympisch Stadion. We staan voor het stadion, ik heb net verteld dat Johan Cruijff bij ons een kantoor heeft of er komt een auto aanrijden, die stopt, het raampje gaat langzaam omlaag, Cruijff steekt zijn hoofd naar buiten en zegt: loop je weer interessant te doen?’

Heerschop: ‘Typisch Johan.’

Lubberding: ‘Hij is altijd een Amsterdamse straatjongen gebleven. Altijd dollen.’

Heerschop: ‘Voor een gala ter gelegenheid van het afscheid van Aron Winter van Ajax was een klein voetbalveldje aangelegd in het Concertgebouw. Voor het voetbalprogramma Vrienden van Van Swieten mochten wij meedoen. Ik kwam als een van de laatsten voor de wedstrijd de kleedkamer in en Cruijff zegt: ‘Te laat, Heerschop. Dat ga je straks ook krijgen.’ De wedstrijd begint en Cruijff tikt gelijk de bal tussen mijn benen en zegt: ‘Weer te laat, Heerschop.’

Markantste uitspraak 
Heerschop: ‘Dat zijn er zoveel. Na Spinoza is hij de bekendste filosoof die we hebben gehad. Alleen wist hij het zelf niet. Alle grote filosofen kunnen een puntje zuigen aan zijn uitspraken. ‘Ik ben niet autoritair, maar ze moeten wel doen wat ik zeg,’ is een mooie.’

Lubberding: ‘Dat is Johan ten voeten uit en zegt alles. Toen Willem-Alexander stopte als IOC-lid vroeg ik of dat niks voor hem was. Ja, zei hij, maar wel onder mijn voorwaarden.’

Heerschop: ‘Een fout is niet erg, veel erger is als je die meteen probeert goed te maken. Johan vond dat een aanvaller die de bal verspeelt niet achter zijn tegenstander aan moet rennen. Dat levert meestal een gele kaart op.’

Lubberding: ‘Kijk niet naar wie de bal heeft, maar kijk naar wie de bal niet heeft. Dan weet je waar de ruimte ligt als je de bal krijgt.’

Heerschop: ‘Soms was het totale onzin wat hij zei. Zoals lang geleden in een reclamespotje: als je rookt moet je het wel gezond doen. Roxy Dual.’

Irritant aan Johan 
Heerschop: ‘Dat hij altijd gelijk had… vond hij. Ik heb er geen last van gehad. Ik hoefde geen zaken met hem te doen. Johan wist het ook altijd beter. Dat was ook wel weer leuk. In de voorbereiding van een benefietdiner van de Foundation legde hij bij wijze van spreken Jonnie Boer uit hoe hij het beste de groente kon snijden.’

Lubberding: ‘Cruijff was zo bijzonder dat je hem altijd faciliteerde.’

Heerschop: ‘Hij kon moeilijk begrijpen dat iemand het niet met hem eens was. Hij was stronteigenwijs, maar niet arrogant. Zijn mening was zo helder als gras, zei hij.’

Betekenis 
Heerschop: ‘Vanaf 1974, het WK in West-Duitsland, deed Nederland er opeens toe, we konden voetballen. Waar ter wereld je ook was, als ze hoorden dat je uit Nederland kwam, was de reactie: Cruijff! Mijn vader was niet zo emotioneel, maar Johan Cruijff, godsamme, wat heeft die zijn leven mooier gemaakt.’

Lubberding: ‘Cruijff heeft ons opgetild. In Catalonië voelen ze dat nog veel meer, daar is hij nog veel groter.’

Heerschop: ‘Hij heeft het totaalvoetbal uitgevonden en daarmee het spel veranderd. Verdedigers vallen aan, aanvallers verdedigen mee. En vooral: schoonheid en plezier zijn belangrijk, voetbal is ook vermaak. Liever met 7-6 verliezen dan een lullige 0-0. Natuurlijk was hij ook een winnaar.’

Lubberding: ‘Samen doen, alleen kun je niks. Dat is het motto van de Johan Cruyff Foundation (die wereldwijd sport mogelijk maakt in achterstandsgebieden en voor mensen met een handicap). Je hebt elkaar nodig, dat straalde hij in alles uit.’

Heerschop: ‘Als je later over mij praat, heb het dan over de Foundation, zei Johan. Dat vond hij zijn legacy. Kinderen moeten spelen, sporten, bewegen; dat vond hij het belangrijkst. De Foundation groeit nog steeds, die wordt groter dan Cruijff zelf. Misschien is-ie dat al.’

Lubberding: ‘De Foundation houdt zijn jaarlijkse open dag in het Olympisch Stadion. Hoe Johan met verstandelijk gehandicapten communiceerde… Zo naturel en ontspannen. Het plezier spatte ervan af.’

Heerschop: ‘Voor ons, eenvoudige stervelingen, was hij vriendelijk, makkelijk en benaderbaar. In een andere wereld was hij heel dwingend. Als voetballer en trainer was hij harder. De Foundation heeft hem zacht gemaakt. Het heeft me vaak ontroerd hoe Johan met gehandicapte kinderen omging. Ze hingen aan hem.’

Lubberding: ‘Wat ik ook mooi vond is dat hij zich voorstelde aan een onbekende: ik ben Johan.’

Heerschop: ‘Dat is toch ongelooflijk als je Johan Cruijff bent.’

Lubberding: ‘Hij ging er niet voetstoots van uit dat ze hem wel kenden. Voor mij was hij een held. Voor hemzelf was hij gewoon Johan.’

Heerschop: ‘Na zijn dood sprak ik Danny bij de Foundation. We hadden het over alle eerbetoon. Ze heeft nooit geweten dat Johan zo groot was en zoveel heeft betekend. Al die huilende mannen. Ze wist niet wat ze zag.’