Begin september stond in Het Parool een artikel over het nieuwe onderstation van Liander op Strandeiland, IJburg. Zulke stations zijn onmisbaar voor de elektriciteitsvoorziening van de stad. Amsterdam kent een hele hiërarchie van stations die ervoor zorgen dat de stroom uiteindelijk op het juiste voltage bij onze huizen, bedrijven en laadpalen terechtkomt. We kunnen blijkbaar niet zonder. Dat betekent natuurlijk nog niet dat ze eruit moeten zien alsof ze uitsluitend door elektrotechnici worden ontworpen.
Patrick van den Hoven
In het artikel ging opvallend veel aandacht uit naar de architectuur van het nieuwe station op Strandeiland. Het gebouw oogt als een reusachtige radiator. Bijzonder trots was men ook op de plint van oranje, puntige bakstenen. Die moeten onder meer voorkomen dat graffitiartiesten al te enthousiast met het gebouw aan de slag gaan. Ik was minder enthousiast en stuurde Het Parool een ingezonden brief. Die werd zowaar geplaatst.
Van radiator naar Hoogte Kadijk
Op Strandeiland staat het onderstation voorlopig nog min of meer in niemandsland. De hele buurt moet er nog omheen worden gebouwd. Dat biedt een luxe uitgangspositie: je kunt vooraf nadenken over de relatie tussen zo’n enorm utiliteitsgebouw en zijn toekomstige omgeving.
Heel anders is de situatie aan de Hoogte Kadijk. Daar moet een nieuw onderstation worden ingepast in een bestaande, historisch interessante stadsstraat. En die Hoogte Kadijk heeft het bij binnenkomst vanaf de Sarphatistraat toch al niet makkelijk.
Aan de ene kant proef je de sfeer van Artis, de pakhuizen aan het Entrepotdok en de fraaie Oranje-Nassaukazerne. Aan de andere kant staat een rommelige gevelwand met onder meer Albert Heijn en Gideon Italiaander. En alsof de tijd hier even heeft stilgestaan, staat er ook nog een Esso-tankstation.
Dat midden in Amsterdam op zo’n plek nog een klassiek benzinestation ligt, is opmerkelijk. Auto’s kunnen prima aan de rand van de stad tanken, benzinescooters behoren niet direct tot de vervoermiddelen waaraan Amsterdam een grote toekomst toedicht en met jerrycans wordt hier ook brandstof gehaald voor passerende bootjes. Ondertussen probeert de gemeente juist de pleziervaart te elektrificeren.
Extra zuur is dat de grond tot 2016 in handen was van de spoorwegen. De gemeente liet destijds de mogelijkheid voorbijgaan het perceel te bemachtigen. Het werd gekocht door EG Group, dat hier het Esso-station exploiteert. Een gemiste kans, want juist deze plek zou de entree van de Hoogte Kadijk behoorlijk kunnen verbeteren.
Wachten op de kus
Verderop wordt het straatbeeld gedomineerd door een aantal forse gebouwen die vrijwel allemaal iets met elektriciteit te maken hebben.
Aan de linkerkant staat het monumentale gebouw dat veel Amsterdammers nog kennen als Energetica. Het werd vanaf 1903 gebouwd als onderdeel van de eerste gemeentelijke elektriciteitscentrale. Tegenwoordig bevindt zich hier een belangrijk hoogspanningsstation van TenneT. Dat blijft op deze plek en wordt de komende jaren binnen het bestaande gebouw vernieuwd.
In zijn huidige toestand doet Energetica mij een beetje denken aan het Lloyd Hotel voordat dat werd opgeknapt. Wat vervallen, ijzeren roosters voor de ramen en een tamelijk sombere uitstraling. Maar dit zijn gebouwen die erop wachten om wakker gekust te worden. Onder die verwaarloosde buitenkant zit genoeg karakter.
Aan de overkant staat Hoogte Kadijk 401, het voormalige gebouw van de Keuringsdienst van Waren. Dat gebouw heeft minder geluk: het wordt gesloopt om plaats te maken voor het nieuwe onderstation van Liander.
Voorlopig wordt het oude kantoorgebouw nog tijdelijk bewoond door studenten en statushouders. Ik sprak er met een van de bewoonsters. Volgens haar verloopt het samenwonen van beide groepen opvallend goed. Ze woont er met plezier, al blijft een oud kantoorgebouw natuurlijk een oud kantoorgebouw. Het probleem zit vooral in het woord tijdelijk. Door de geplande sloop moet ze uiteindelijk vertrekken. Waarheen wist ze niet. Ook over wat er daarna met de bewoners gebeurt, bestond volgens haar nog veel onduidelijkheid.
Meepraten als alles al vaststaat
Ik sprak ook een paar dames die wekelijks zwerfafval in de buurt opruimen. Ze kennen de omgeving goed en volgen de plannen op de voet. Erg gerust zijn ze er niet op. Hun vrees is dat de belangrijkste besluiten al zijn genomen en dat de inspraakavonden vooral dienen om achteraf nog wat vinkjes bij ‘participatie’ te kunnen zetten.
Over de locatie valt inderdaad niet meer te praten. Die staat vast. Tijdens de bewonersbijeenkomsten kwamen wel duidelijke wensen en zorgen naar voren.
Bewoners willen dat het gebouw aansluit bij de geschiedenis en architectuur van de Kadijken en niet simpelweg een grote technische doos wordt. Ook de hoogte en massa roepen vragen op vanwege de mogelijke gevolgen voor lichtinval en uitzicht. Daarnaast zijn er zorgen over geluid, veiligheid en gezondheid.
Veel aandacht was er voor vergroening. Bewoners vroegen om groen rond en tegen het gebouw en opperden zelfs begroeiing vanaf het dak langs de gevels. Het ontwerp voorziet in sedumdaken, maar verder groen op het gebouw ziet Liander vooralsnog niet zitten. Veiligheid en onderhoud worden daarbij als argumenten genoemd.
Daarmee wordt de vraag interessant: hoeveel valt er nog mee te praten als locatie, omvang en technische randvoorwaarden grotendeels vaststaan? Dan blijft vooral de verpakking over. Maar juist daar blijken de mogelijkheden eveneens beperkt.
Dan maar even zelf proberen
Er is inmiddels een eerste ontwerp gepresenteerd. Laat ik vooropstellen dat ik geen enkele pretentie heb architect te zijn. Een heg snoeien lukt nog net.
Maar uit de inspraak kwamen een paar concrete wensen: meer groen, meer aansluiting bij de omgeving en de wens om iets terug te laten komen van het kunstwerk op het bestaande onderstation, dat uiteindelijk zal verdwijnen.
Dat is de opvallende muurschildering die de Mexicaans-Braziliaanse kunstenares Fefe Talavera in 2012 maakte. Met haar enorme, expressieve gezichten is het inmiddels een herkenbaar onderdeel van deze plek. Het oorspronkelijke werk zal bij sloop moeilijk te behouden zijn, maar waarom zou je er in het nieuwe gebouw niet naar verwijzen? Bijvoorbeeld met een tegeltableau geïnspireerd op Talavera’s werk.
Met die wensen in gedachten heb ik AI gevraagd het gepresenteerde ontwerp heel eenvoudig aan te passen. Geen alternatief architectonisch ontwerp en al helemaal geen poging de architect werkloos te maken. Gewoon een vingeroefening: wat gebeurt er als je enkele wensen van bewoners letterlijk in beeld brengt?
Langs delen van de gesloten gevels verschijnen hagen van bijvoorbeeld meidoorn en beuk, zo’n twee tot drie meter hoog. Het groen verzacht de enorme gevelvlakken, beschermt deze tegen graffiti en hoog in de gevel krijgt een op Talavera geïnspireerd kunstwerk een prominente plek.
Hierboven staan het oorspronkelijke ontwerp en de AI-variant naast elkaar. Oordeel vooral zelf. Het laat in ieder geval zien dat een noodzakelijk utiliteitsgebouw niet automatisch een technische doos hoeft te worden. Misschien is er tussen een transformator, een veiligheidseis en een onderhoudsbudget toch nog een beetje ruimte voor schoonheid.
Nog één grote doos
Ter afsluiting gaan we een klein stukje verder de Hoogte Kadijk op. Vlak voor de klassieke ophaalbrug over de Entrepotdoksluis staat links het enorme onderstation van Liander dat uiteindelijk zal worden gesloopt.
Wie door Amsterdam loopt, zou soms bijna denken dat in de jaren zestig, zeventig en tachtig de ongeschreven regel gold dat utiliteitsgebouwen vooral flink moesten detoneren met hun historische omgeving. Ook hier is het resultaat te bewonderen: lange, gesloten grijsbruine gevels, zonder enige relatie met straat of water. Graffiti doet vervolgens de rest. Het levert precies die wat unheimische sfeer op die je op zo’n mooie plek niet wilt.
Gelukkig zijn de dagen van het gebouw geteld. Het moet blijven functioneren totdat het nieuwe onderstation aan de overkant in gebruik is. Daarna, naar verwachting na 2031, wordt het gesloopt. Wat ervoor terugkomt is nog niet bekend; de gemeente spreekt vooralsnog alleen over ‘gebiedsontwikkeling’.
En daarmee ontstaat een buitenkans. Pal aan het water, naast de Entrepotdoksluis en tegenover historische bebouwing komt een flinke locatie vrij. Laten we hopen dat Amsterdam daar iets mooiers weet te bedenken dan opnieuw een grote doos. Misschien zelfs iets wat de Hoogte Kadijk eindelijk de passage geeft die deze bijzondere straat verdient.
De stroom gaat verder
Terug naar waar deze reportage begon: Strandeiland. Daar moet de stad nog om het onderstation heen worden gebouwd; hier moet een nieuw station worden ingepast in een stad die er al eeuwen staat. Twee totaal verschillende situaties, maar met dezelfde vraag: hoeveel aandacht besteden we aan de architectuur van gebouwen die we hard nodig hebben en waar we vervolgens tientallen jaren tegenaan kijken?
En daarmee zijn we nog niet klaar met de Amsterdamse elektriciteitsarchitectuur. Ook op Uilenburg staat een grote operatie voor de deur. Daar moet een bestaand onderstation midden in de historische stad worden vervangen.
Wordt vervolgd.



