De discussie over bootvignetten op IJburg beperkt zich niet tot de steigers aan de Nico Jessekade. Ook bij Watersportvereniging IJburg, bij de haven van IJburg, leeft onrust over de uitleg van gemeentelijke regels, de kosten voor booteigenaren en de naderende eisen rond uitstootvrij varen.
Arie Martijn Schenk
Volgens secretaris Sebastiaan Raaphorst schuift de gemeente in de praktijk met de interpretatie van de regels. ‘Je ziet dat de gemeente nogal beweegt met de uitleg van wat er nou in die regels staat’, zegt hij. Voor de vereniging speelt vooral de vraag wanneer een vignet verplicht is. Wie vanuit de haven vertrekt, vaart via een klein stuk Amsterdams binnenwater. Daarvoor bestaat een doorvaartvignet, maar volgens Raaphorst voelt de regeling kunstmatig.
Weinig boten naar de binnenstad
De haven op IJburg ligt aan de rand van de stad. Veel leden varen juist richting IJmeer of Markermeer, niet naar de drukke grachten in het centrum. ‘Vrij weinig boten van ons varen de binnenstad in’, zegt Raaphorst. ‘De afstand speelt daarbij mee.’
Juist daarom wringt de vignetplicht. De gemeente stelt dat vignetten nodig zijn om drukte op het water te meten en te reguleren. In de praktijk merkt Raaphorst daar weinig van. ‘Daar zie of hoor je eigenlijk nooit wat van.’
Vereniging met 450 leden
Watersportvereniging IJburg telt ongeveer 450 leden. De haven biedt plek aan zo’n 110 boten. Daarnaast kent de vereniging een roei-afdeling, surfende leden, jeugdleden die zeilles krijgen en leden die op een wachtlijst staan voor een ligplaats.
De vereniging verschilt daarmee van particuliere jachthavens. Het gaat om een brede watersportclub, met veel activiteiten rond jeugd, roeien, zeilen en surfen. Toch valt de vereniging in de discussie over vignetten en verduurzaming onder gemeentelijke regels die volgens betrokkenen niet altijd passen bij de praktijk aan de rand van IJburg.
Raaphorst benadrukt daarbij dat de samenwerking met de gemeente rond watersport in de IJburgbaai verder goed loopt. Juist daarom hoopt de vereniging op duidelijke afspraken over regels die direct ingrijpen op leden, ligplaatsen en de toekomst van betaalbare watersport.
Uitstootvrij varen blijft boven de markt hangen
Naast de vignetplicht speelt de uitbreiding van de uitstootvrije zone in 2030. Amsterdam wil dan alleen nog uitstootvrij varen toestaan op alle Amsterdamse binnenwateren. Voor veel booteigenaren betekent dat een overstap naar elektrisch varen of een dure ombouw.
Raaphorst ziet dat de onzekerheid doorwerkt. ‘Het blijft boven de markt hangen’, zegt hij. Volgens hem rekent de vereniging erop dat de gemeente uiteindelijk niet aan alle eisen in deze vorm vasthoudt. Tegelijk zorgt juist die onzekerheid voor onrust bij leden.
Voor zeilboten ligt de situatie extra ingewikkeld. Die varen vaak op wind, maar beschikken toch over een hulpmotor. Ook daarvoor gelden de verduurzamingseisen. Tegelijk klinkt bij watersportverenigingen de klacht dat de infrastructuur achterblijft. Extra stroompunten vragen capaciteit op het elektriciteitsnet, terwijl die ruimte niet vanzelfsprekend beschikbaar is.
Uitzonderingspositie voor zeilschepen?
In de gemeenteraad kwam eerder al steun voor een uitzonderingspositie voor zeilschepen. Een aangenomen motie vroeg het college te onderzoeken of zeilschepen die zich grotendeels op buitenwater begeven en gebruikmaken van Amsterdamse havens, uitgezonderd kunnen blijven van de duurzaamheidseisen. Volgens Raaphorst zou het de watersportverenigingen veel schelen als die lijn nu uitmondt in duidelijk beleid. ‘Voor ons is vooralsnog onduidelijk of de gemeente die motie ook echt gaat uitvoeren’, zegt hij.
Ook de watersportvereniging in Durgerdam wacht met smart op zulke informatie. Zij lopen tegen vergelijkbare vragen aan: welke eisen gelden straks precies, welke uitzonderingen komen er, en wanneer krijgen verenigingen en booteigenaren daar zekerheid over?
Kleine portemonnee raakt uit beeld
Volgens Raaphorst dreigt varen minder toegankelijk te raken voor mensen met een kleinere beurs. Ombouwkosten, vignetten en nieuwe eisen stapelen zich op. Dat raakt niet alleen individuele booteigenaren, maar ook de cultuur van kleine watersportverenigingen.
Hij wijst op Amsterdamse verenigingen waar leden zelf sleutelen, boten opknappen en de kosten laag proberen te houden. Voor dat soort clubs kan de combinatie van regels en kosten zwaar uitpakken. ‘Voor mensen met een kleine portemonnee wordt varen steeds minder interessant’, zegt Raaphorst.
Ongelijkheid tussen havens en steigers
De discussie op IJburg draait ook om het verschil tussen jachthavens, verenigingshavens en collectieve steigers. Bij jachthavens kan een abonnementsvignet gelden, terwijl individuele booteigenaren bij andere steigers zelf een vignet nodig hebben. De gemeente houdt daarbij vast aan juridische verschillen.
Voor bewoners en verenigingen voelt dat onderscheid niet altijd logisch. Op IJburg liggen de boten niet in de binnenstad, veroorzaken ze weinig drukte op de grachten en blijven ze een groot deel van het jaar op hun plek. Toch vallen ze onder regels die vanuit de hele stad zijn opgesteld.
Gesprek blijft nodig
De kwestie rond de Nico Jessekade leidde al tot vragen in de stadsdeelcommissie. Ook de situatie in de haven van IJburg laat zien dat de discussie breder is. Niet alleen bewoners met een ligplaats aan een steiger, maar ook watersportverenigingen zoeken duidelijkheid over kosten, regels en verwachtingen.
Voor Raaphorst draait het om een eerlijke en werkbare regeling. De vereniging beweegt mee waar dat kan, maar wil voorkomen dat watersport op IJburg langzaam verandert in een activiteit voor mensen met ruime middelen.





