‘Je kunt wel zeggen dat we allemaal een enorme passie hebben voor ons vak’, zegt kunstdocent Francesca Vonck. Ze heeft net, samen met haar collega’s Natasja Admiraal en Gerald Maurice, een uitgebreide toelichting gegeven op de kunstwerken die de afgelopen maanden in Oba Oosterdok te zien waren. Alles wat je ziet, is gemaakt door kinderen, voornamelijk van basisscholen uit Amsterdam-Oost. De KinderKunstBiënnale heeft een duidelijk thema: duurzame mode en identiteit.
Henny Reubsaet
Een lijf van stofzuigerslangen
Bij binnenkomst vallen direct de vele intrigerende mensfiguren op die er te zien zijn. Gemaakt op ware grootte, van allerlei afvalmaterialen. Mensen gemaakt van stofzuigerslangen en pvc-buizen, van fietsbanden, kartonnen en plastic dozen en eierdozen, ballen, papier en zelfs van het interieur van een piano! In elkaar gezet met plakband en touwtjes, maar ook met spijkertjes en schroefjes. Verderop staan waarheidsgetrouwe skeletten, sommige zelfs met ingewanden. Dat roept direct vragen op: waar hebben die docenten al dat materiaal en benodigd gereedschap vandaan gehaald, en hoe hebben kinderen dit allemaal bedacht?

Medailles voor Amsterdammers
Verderop zie ik een eregalerij met medailles, een vitrine vol grote glimmende ringen, design-sportkleding en zeer originele sportschoenen. Zwarte jassen volgeschreven met witte protestleuzen hangen aan een rek, en bijbehorende grote zwarte laarzen staan ook vol krachtige boodschappen. Aan een kleurige wand hangen tientallen poppen (een project van Ellen Brudet en Suzy van Schaik) die weliswaar allemaal even groot zijn, maar sterk variëren qua kleding, haardracht en kleur. In het midden van de expositie staat een echte eyecatcher: een installatie met levensgrote foto’s van kinderen die als echte modellen poseren met kleding die ze zelf hebben ontworpen, van puinzakken tot coole regenponcho’s. Je blijft kijken naar hun uitstraling, hoe trots en enthousiast ze zich tonen.
Spontaan en ongedwongen
De hele expositie ademt professionaliteit. Het is duidelijk dat de kinderen via hun ontwerpen hun persoonlijkheid hebben durven laten zien. Opvallend is hun spontane en ongedwongen houding op de foto’s. Dat geldt ook voor de twee video’s die er te zien zijn, van kinderen die vrijuit dansen tijdens een project van dansdocent Anouk Kulaleen en kinderen die op een ‘catwalk’ – de steiger van Roeivereniging de Hoop in Amsterdam – vrolijk hun outfits showen. Dit tableau vivant vond plaats tijdens de Amsterdam Fashion Week en is het resultaat van een bijzondere samenwerking met modeontwerper Ronald van der Kemp, die tevens sprak tijdens de opening van de KinderKunstBiënnale op 18 september.
Sjouwen met materialen
Gerald geeft toelichting hoe de mensfiguren tot stand zijn gekomen. Het begint met het uitleggen van anatomie, het kijken naar botten en spieren en de verschillende vormen van lichamen. De skeletten die verderop staan hebben ze eerst gemaakt. Voor de mensfiguren kreeg elk groepje een specifiek materiaal toegewezen. ‘Bijvoorbeeld piano-onderdelen, afkomstig van een vrouw die naar een verzorgingstehuis moest. Of ballen die ik uit een restpartij goedkoop kon overnemen. En zo heb ik altijd wel van alles in huis. Dat betekent dus veel sjouwen en vervoeren om al het materiaal op de school te krijgen. Dit project heb ik in totaal met zo’n acht schoolklassen uitgevoerd.’
Leren en floreren
Als kunstdocenten zijn Gerald, Francesca en Natasja altijd op zoek naar materialen voor hun projecten. Ze geven kinderen graag veel vrijheid in de opdrachten. Gerald: ‘Als ik ze allemaal precies hetzelfde zou laten maken, dan kan het zijn dat ze onderling gaan vergelijken. Maar doordat ze hier elk met verschillende afvalmaterialen werken, is de kracht juist dat de resultaten heel verschillend zijn. Dan is er geen competitie en kan ieder kind iets leren. ‘En floreren’, vullen Natasja en Francesca aan, die als duo voor de klas staan. ‘Van leerkrachten horen we soms dat zij nieuwe kanten van leerlingen ontdekken tijdens onze lessen. Ze leren niet alleen hoe ze hun fantasie en ideeën kunnen vormgeven, maar ook vaardigheden als probleemoplossend denken.’
Twee Mode ABC’s
De Rode Loper op School werkt samen met ruim dertig kunstdocenten, elk met een eigen discipline zoals fotografie, dans, theater, beeldende kunst, spoken word en burgerschap. Elke kunstdocent werkt vanuit zijn eigen kunstenaarschap. Francesca: ‘Ik ontwikkel en geef al heel lang modeprojecten voor De Rode Loper. Toen duidelijk werd dat de KinderKunstBiënnale mode en identiteit als centrale thema zou krijgen, zocht ik een passende compagnon voor mijn projecten. En op een heel toevallige manier kwam Natasja op mijn pad.’ Natasja vult aan: ‘Dat is inderdaad een bijzonder verhaal. Ik maakte in 2021 een kinderboek, Mode ABC. Via een schrijfcursus zag ik een kunstboekje dat Francesca twintig jaar eerder had gemaakt. Oók een Mode ABC, maar dan als handgemaakt harmonicaboekje: een leporello.’
Mode met een boodschap
Er bleken nog veel meer raakvlakken te zijn. Dat Francesca en Natasja allebei in Den Haag naar de kunstacademie gingen, maakt dat ze op dezelfde manier naar hun vak kijken: mode op het snijvlak van kunst is wat hen het meest boeit. In hun projecten zorgt deze benadering ervoor dat kleding zeggingskracht krijgt. Francesca: ‘We geven de modeprojecten op scholen sinds twee jaar samen. En van het eindresultaat van onze lessen, de foto’s van de kinderen met hun zelfontworpen kleding aan, hebben we die monumentale leporello gemaakt die je nu ziet. En zo komt alles samen.’ De afgelopen maanden zijn op de KinderKunstBiënnale tientallen schoolklassen rondgeleid, die ook workshops volgden. Onder de ruim 8.500 bezoekers die de tentoonstelling trok zitten ook kunstdocenten uit het hele land.
Cadeau aan de stad
De KinderKunstBiënnale 2025 is een cadeau van de kinderen van Amsterdam-Oost aan de jarige stad Amsterdam. Onder de naam Collectie Amsterdam blijven de resultaten levend door deze op verschillende plekken zichtbaar te maken. Zo zullen sommige stukken een permanente plek krijgen bij de partners waarmee is samengewerkt. Hoewel de kunstdocenten alweer met nieuwe lessen bezig zijn, genieten ze ook zichtbaar na. Op een lessenaar liggen twee volgeschreven gastenboeken: ‘Uit de berichten blijkt dat we veel mensen hebben verrast en geraakt. En ook de kinderen zelf zijn ongelofelijk trots op wat ze hebben neerzet. Dat is waar wij dit voor doen. Kinderen hebben veel te zeggen, daarom nemen wij hun werk heel serieus. Deze kinderkunst verdient een professioneel podium!’





