Het schaatsseizoen loopt ten einde en de Jaap Edenbaan is nog tien dagen open is. Dat is een mooi moment om terug te kijken naar de geschiedenis van kunstijs in Amsterdam. Tijdens de recente Olympische Winterspelen kwam het schaatsen opnieuw volop in beeld. Toch kent Amsterdam zelf al meer dan een eeuw een bijzondere relatie met kunstijs.
Eerste kunstijs in Amsterdam: 1880
In december 1880 lag er al kunstijs in Amsterdam. De baan lag naast het circus van Oscar Carré aan de Amstel. Veel details over deze eerste baan verdwenen in de mist van de geschiedenis, maar advertenties in het Algemeen Handelsblad van 9 december 1880 geven een beeld van het initiatief.
De ondernemers kondigden met veel enthousiasme een noviteit aan voor het Amsterdamse publiek. Waar schaatsbanen tot dan toe vaak een asfaltvloer met rolschaatsen kenden, lag hier een vloer van kunstijs waarop met gewone ijzers gereden kon worden.
Volgens de advertentie wilden de initiatiefnemers ‘het publiek van Amsterdam, ja van heel Nederland, met iets nieuws verrassen.’ Zij beloofden een prachtige inrichting en hoopten op veel bezoekers.
De baan mat ongeveer veertig bij tien meter, goed voor vierhonderd vierkante meter ijs. De entree bedroeg 99 cent. Schaatsers konden ijzers huren of hun eigen paar meenemen.
Opmerkelijk genoeg verschenen er nauwelijks journalistieke artikelen over deze eerste kunstijsbaan van Nederland. Alleen de Tilburgsche Courant meldde kort de aanleg. De opening vond plaats op vrijdag 24 december 1880. Daarna viel het spoor van deze baan vrijwel stil. Zelfs onduidelijk blijft of het om een overdekte baan ging, al ligt dat gezien de locatie naast Carré wel voor de hand.
Pogingen en plannen
In de jaren daarna verschenen nog meerdere plannen voor kunstijs in de hoofdstad. In 1887 zochten initiatiefnemers investeerders, maar het plan strandde. Ook de Amsterdamsche Sportclub kwam in 1891 met een voorstel voor een kunstijsbaan. Ook dat idee bleef op papier staan. In het buitenland reed men al langer op kunstijs. In Engeland opende in 1840 de London Ice Floor en in 1868 startte in New York de Covered Rink.
De baan aan de Linnaeusstraat
Pas op 24 november 1934 klonk opnieuw het geluid van schaatsen op kunstijs in Amsterdam. Aan de Linnaeusstraat verscheen een baan van zestig bij veertig meter. De ijsvloer lag op de betonnen vloer van een gesloopte hal van de voormalige Oostergasfabriek.

In dezelfde omgeving opende in 1929 al het eerste Sportfondsenbad van Nederland. Initiatiefnemer achter beide projecten: ondernemer Han Bierenbroodspot. Bij de opening gaf de wereldberoemde Noorse kunstschaatster Sonja Henie een demonstratie. Daarmee kreeg de nieuwe baan meteen internationale allure.
Lang duurde het succes niet. Kwakkelwinters met hogere temperaturen zorgden voor problemen met de koelmachines. De kwaliteit van het ijs ging achteruit en het aantal bezoekers liep terug.
Overdekte kunstijsbaan in de Apollohal
In 1938 redde ondernemer Charles de Vilder de baan van een faillissement. Via zijn Amsterdamsche Ballast Maatschappij nam hij de schulden over. Daarmee kreeg hij ook de beschikking over de koelinstallaties. Die installaties verhuisden in 1940 naar een hal naast het Apollo Hotel Amsterdam aan de Stadionweg in Zuid. Daar kwam de derde kunstijsbaan van Amsterdam, dit keer volledig overdekt.
De baan bood fanatieke schaatsers een plek om te trainen. De afmetingen bleven beperkt voor serieuze wedstrijden, maar schaatsers konden er wel starten oefenen en hun bochtentechniek verbeteren. Tot 1949 bleef deze baan in gebruik. Daarna verdween ook deze ijsvloer uit de stad.
Jaap Edenbaan, hart van het Amsterdamse schaatsen
Pas in 1961 kreeg Amsterdam opnieuw een grote kunstijsbaan: de vierhonderd meter lange Jaap Edenbaan. Sindsdien vormt deze baan het hart van het Amsterdamse schaatsen.

Generaties Amsterdammers leerden hier hun eerste rondjes draaien. Topschaatsers trainden er voor nationale en internationale wedstrijden. En elke winter trekt de baan duizenden recreanten.
Met het einde van het schaatsseizoen in zicht keert de rust weer even terug op het ijs in Oost. Maar de geschiedenis laat zien dat Amsterdam al sinds 1880 experimenteert met kunstijs. De informatie over deze vroege kunstijsbanen komt uit onderzoek van schaatshistoricus Ron Couwenhoven, gepubliceerd op Schaatshistorie.nl.






