De nieuwe stadsdeelvoorzitter, Emre Ünver, voelt zich vooral Amsterdammer en de opgaven van de stad stoppen niet bij stadsdeelgrenzen. Hij is op 1 juli benoemd en staat in Oost nog aan het begin. Maar hij komt echt niet voor het eerst in Oost. Daarbij brengt hij zijn ervaring als bestuurder van Nieuw-West mee naar ons stadsdeel.
Ellen Ros | Foto Frank Schoevaart
We maken kennis in zijn nieuwe kamer op het stadsdeelkantoor. Al jaren woont hij meer dan de helft van de week in Oost, zijn vriendin woont hier met hun twee ‘kinderen’, de poezen ZOON en DOCHTER (in het Turks dan). Maar hij is nog steeds sterk verbonden aan Geuzenveld, zijn woonplek.
Jeugdherinneringen
Zijn meest dierbare jeugdherinneringen zijn gekoppeld aan de uitjes met zijn opa. Hij was de eerste kleinzoon en opa kwam hem regelmatig ophalen en ging met hem naar de Javastraat, Kinkerstraat, naar de markt, of naar de bazaar in Beverwijk. Dit soort uitstapjes waren een uitje. Hij kreeg altijd een cadeautje van opa.
Zijn thuis stond in de Vogelbuurt. ‘Opa was al naar Nederland gekomen en mijn vader ging niet studeren vanwege heftige conflicten destijds in Istanbul. Hij werd naar Nederland gehaald om te werken. Ik ben een kind van de tachtiger jaren, de tijd dat Amsterdam er niet best aan toe was. Veel buurten waren verloederd, maar dat zag ik natuurlijk niet zo. Ik woonde in de Vogelbuurt tot mijn tiende. Mijn vader had als eerste in de familie een woning en we hadden een extra kamer voor mij, de oudste zoon’.
‘In de buurt had niemand het breed, maar er was veel saamhorigheid, dus je had niet het gevoel dat je iets miste. Je kon heerlijk buiten spelen. Oma, uit Anatolië, wist hoe je met gebrek om moet gaan. Je deelde je laatste ei, in de soep, en dan kon iedereen er nog van mee eten. Ze heeft me wijze lessen geleerd over solidariteit. Als jongen hielp ik de buren met het lezen van brieven die ze niet begrepen. Daarna zijn we verhuisd naar Geuzenveld, maar de meeste familieleden wonen nog steeds in Noord. Dat voelt vertrouwd.’
Een CV, wat is dat?
‘In een gastarbeidersgezin is het werken altijd dominant. Iedereen was aan het werk, en ook na het avondeten gingen de meeste familieleden naar een tweede baan. Dan kon je vooruitkomen.’ Emre werkte naast zijn school al vanaf zijn veertiende en deed van alles: vakkenvullen, werken op de markt, magazijnwerker. Hij hield de lijst van alle verschillende baantjes niet bij. Hij had thuis geen pc en hij wist niet wat een CV was. Ooit werkte hij bij zijn vader in het magazijn van de Nissan. Wat indruk maakte was een sterke solidariteit in de ploeg, de informele hiërarchie, en wat hem is bijgebleven is de aansporing van collega’s om vooral te gaan studeren, ‘omdat je dit werk niet altijd wil blijven doen’.
Emre was toen nog niet erg gemotiveerd om te gaan studeren. Hij wilde zo snel mogelijk financieel zelfstandig zijn, geen druk meer leggen op de familie. Maar zijn vader dwong hem min of meer om zich in te schrijven voor een studie. Het werd geen geneeskunde of rechten, maar economie. ‘Maar daar ga ik nooit iets mee doen!’
Linkse jongen
In de studie ging het erom van ‘latente behoeften, manifeste behoeften te maken’, zo werd hem uitgelegd. ‘Dan ga ik dus mensen ongelukkig maken.’ Nieuwe stadsdeelvoorzitter Emre Ünver: ‘Ik ga me niet verschuilen met “daar ga ik niet over”.’ door een behoefte te scheppen die niet wezenlijk is. Dat ga ik niet doen, ik was toen al een linkse jongen. We praatten thuis over ‘links’ en ‘rechts’, we hoorden tot de arbeidersklasse. In Turkije zelf was in die tijd veel polarisatie. Ik begon in de Turkse arbeidersbeweging, maar de overstap naar de PvdA ging voor mij heel natuurlijk. Zo kwam ik in de gemeenteraad en in de politiek terecht.’
Dagelijks werk
Emre is net begonnen in zijn nieuwe functie. Dat betekent veel inlezen, kennismakingsgesprekken; er komen vanuit het stadhuis ook nieuwe overlegstructuren. Hij wil graag met de leden van de commissie door hun buurt worden rondgeleid, om hun kijk op de buurt te leren kennen. Er zijn forse bezuinigingen doorgevoerd. Oost heeft één bestuurder minder. ‘Praktisch moet je met twee bestuurders meer portefeuilles opvangen’. Maar hij vindt dat dat niet ten koste mag gaan van de toegankelijkheid van het bestuur. En het mag niet ten koste gaan van de daadkracht in de uitvoering. Eind augustus was zijn ‘vuurdoop’ in de eerste commissievergadering. Zijn agenda loopt al snel vol. Maar als er iets op een zaterdag moet gebeuren, dan maakt hij daar tijd voor vrij.
Oosterpark
Emre Ünver gaat als stadsdeelvoorzitter over veiligheid en leefbaarheid. Een van de problemen die direct bij zijn eerste gesprek met de commissie werd genoemd, is de overlast in het Oosterpark. Hij heeft daarover al direct contact gehad met de wethouder, Zita Pels. Zij is als wethouder verantwoordelijk voor huisvesting. In de zomer is Emre al diverse malen overdag en ’s avonds in het Oosterpark gaan kijken. Hij realiseert zich dat er nu geen draagvlak is voor de gebruikersbus en dat er meer nodig is. Het is zijn overtuiging dat er een vaste ruimte moet komen, ook al zal dat niet gemakkelijk zijn. Zoals ook zijn voorganger Carolien de Heer vond, moet er een betere structuur komen waar ook zorg wordt geboden en aandacht komt voor dakloosheid. Arbeidsmigranten die hun baan zijn verloren, hebben daarmee huisvesting verloren, leven op straat en worden gevoelig voor drugsgebruik. Het gebrek aan perspectief, en dus vooral het ontbreken van een woning, in combinatie met een crackverslaving kunnen voor agressiever gedrag zorgen. De overlast waaiert nu uit naar de omgeving van het Oosterpark en daarbuiten. De burgemeester heeft ervoor gezorgd dat de politie in het Oosterpark kan optreden tegen dealers door het aan te wijzen als overlastgebied. Er ligt een enorme druk op de handhaving, maar er is een capaciteitsprobleem. Het is complexe problematiek, aldus Ünver, en dat vereist een stadsbrede aanpak. ‘Maar de aandacht moet ook blijven op de openbare ruimte en het groen. Daarom moet en wil ik samen met mijn collega-bestuurder Zeeger Ernsting optrekken. Tot nu toe vind ik dat de bewoners van Oost zeer goed met alles omgaan.’
Geen grote beloften
Op inhoud wil hij niets beloven, hij kent de dossiers nog niet volledig en hij heeft er een hekel aan om daar te vroeg stevige uitspraken over te doen. ‘Ik wil toegankelijk zijn voor bewoners en ga het liefst er direct op af. Dan ga ik me niet verschuilen met “daar ga ik niet over”. We zijn één overheid en dat betekent dat je eigenaarschap moet nemen, je trekt het naar je toe. Soms is dat eerst incasseren en word je aangesproken op iets waar je niets mee te maken hebt.’ Laatst had hij een gesprek met een oudere dame, hij heeft haar aangehoord en ze wist niet wie hij was. Na afloop klopte ze hem op de arm en bedankte hem dat hij naar haar had geluisterd. ‘Dat is brandstof voor mijn ziel’, aldus de nieuwe stadsdeelvoorzitter.





