Een foto maken zonder camera, lens of printer. Het kan met cyanotypie, een van de oudste fotografische technieken. In november en december kun je er in De Meevaart uitgebreid mee kennismaken. Beeldend kunstenaar Henri Blommers geeft er zes maandagochtenden de workshopreeks ‘Blauwdruk van het Onverwachte’.

Redactie

Bij cyanotypie draait alles om licht. Voorwerpen, planten, bladeren of andere materialen worden rechtstreeks op lichtgevoelig gemaakt papier gelegd en vervolgens belicht. Waar het licht het papier bereikt, ontstaat na het ontwikkelen de karakteristieke diepblauwe kleur. De afgedekte delen blijven lichter. Zo verschijnt een afbeelding die ergens tussen fotografie, grafiek en toeval in zit.

Een techniek uit de begintijd van de fotografie

Cyanotypie is bijna zo oud als de fotografie zelf. De techniek werd in 1842 ontwikkeld door de Engelse wetenschapper en astronoom John Herschel. Hij ontdekte een fotografisch procedé waarbij ijzerverbindingen reageren op ultraviolet licht. Na belichting en spoelen met water ontstaat het intense blauw dat zo kenmerkend is voor een cyanotypie.

Een van de eersten die de techniek op grote schaal toepaste, was de Britse botanicus Anna Atkins. Zij legde vanaf de jaren 1840 onder meer algen en planten rechtstreeks op lichtgevoelig papier en maakte daarvan uiterst gedetailleerde blauwe afdrukken. Haar boeken met cyanotypieën worden tegenwoordig beschouwd als belangrijke werken uit de vroege geschiedenis van de fotografie.

De techniek kreeg later ook een heel praktische toepassing. Bouwkundige en technische tekeningen werden ermee gereproduceerd. Daar komt het woord blauwdruk vandaan, dat we tegenwoordig nog steeds gebruiken voor een ontwerp of plan.

Experimenteren met licht en materiaal

In De Meevaart gaat het niet alleen om het leren van de basistechniek. Blommers, die zich als kunstenaar bezighoudt met ecologisch verantwoorde en experimentele fotografie, bouwt de workshop gedurende zes ochtenden verder uit. Iedere week staat een andere verdieping van cyanotypie centraal.

Ervaring met fotografie of beeldende kunst is niet nodig. Juist het experiment vormt een belangrijk onderdeel van de techniek. Een blad, bloem, stuk kant, gevonden voorwerp of transparant materiaal kan onverwachte vormen en structuren opleveren. De deelnemers werken uiteindelijk gezamenlijk toe naar een eindwerk in textiel.

Cyanotypie past bovendien goed bij een andere manier van kijken naar fotografie. Er is geen digitale camera nodig en voor het ontwikkelen is geen traditionele donkere kamer noodzakelijk. Zonlicht of een andere UV-lichtbron zorgt voor de belichting en water speelt een belangrijke rol bij het zichtbaar maken van de uiteindelijke afbeelding.

Zes ochtenden in De Meevaart

Om de workshops toegankelijk te houden voor buurtbewoners kost deelname 15 euro voor de volledige reeks van zes ochtenden. Er is plaats voor maximaal vijftien deelnemers. Aanmelden kan tot 6 november via [email protected]. Wanneer de groep vol is, sluit de inschrijving.

De workshopreeks vindt plaats op 9, 16, 23 en 30 november en 7 en 14 december, steeds van 10.00 tot 12.00 uur, in De Meevaart aan de Balistraat 48A.

Na deze eerste serie blijft het niet bij cyanotypie. In februari staan nieuwe workshopreeksen op het programma. In de periode daartussen komt er een open werkplaats waarin deelnemers met verschillende technieken kunnen experimenteren. Af en toe worden ook gastmakers uitgenodigd om hun kennis en werkwijze te delen.

Zo wordt De Meevaart deze winter niet alleen een plek om een bijna tweehonderd jaar oude fotografische techniek te ontdekken, maar ook om gezamenlijk te experimenteren met licht, materiaal en de onverwachte beelden die daaruit kunnen ontstaan.

 

Previous articleHella de Jonge komt ‘Dichter bij hun ziel’ in het Verzetsmuseum