De nieuwe expositie Meesterwerk Amsterdam in het Stadsarchief laat zien hoe kunstenaars in de 17e eeuw de stad verbeelden in schilderijen, tekeningen en prenten. Je ziet er werken die net eerder in Amsterdam te zien waren. Het Stadsarchief en het Amsterdam Museum sloegen de handen ineen, met als resultaat een bomvolle expositie. Anne-Mariken Raukema nam een kijkje.

Anne-Mariken Raukema

Een waarschuwing vooraf: het is een bomvolle tentoonstelling! De expositieruimte in het Stadsarchief is niet groot, maar er zijn zoveel ‘meesterwerken’ verzameld die getoond moesten worden, dat vrijwel elke wandruimte benut is. Waar vier eeuwen geleden schilderijen moesten imponeren en overtuigen, doet nu de hoeveelheid hetzelfde. Er zijn geïnstitutionaliseerde en particuliere bruikleengevers. Sommige prenten zijn zo gevoelig dat ze met een doek van het daklicht zijn afgeschermd.

Nieuw genre

Het stadsgezicht werd in Siena ontwikkeld en kwam vrij snel daarna naar de Nederlanden. Het is voor de eerste keer dat specifiek het Amsterdamse stadsgezicht wordt tentoongesteld, eerder waren er wel vaderlandse overzichten of nog breder. Het aardige is dat veel historische locaties nog elke dag zichtbaar en betreedbaar zijn. Daarom zijn ook vijftien locaties gekozen voor een speurtocht voor kinderen, die ook interessant is voor volwassenen. Maar die hoeven de vragen niet te beantwoorden. Zichtbaar in een kwadrant op straat met voetstappen en een QR-code erin, waar grachten, panden, bruggen en pleinen te herkennen zijn.

De tentoonstelling opent met een groots en breed stuk van Hendrick Vroom. Het laat zien wat iedereen aanschouwde die via het water Amsterdam bereikte via de oostkant van de stad. Ook qua tijd is dit een beginpunt; het werd omstreeks 1605/06 geschilderd. De Val van Antwerpen in 1585 betekende een enorme groeispurt van Amsterdam. Ook de haven breidde sterk uit richting het oosten.

Derde stad van Europa

Op de beroemde plattegrond van Balthasar Floris uit 1647 is te zien dat de westkant van de grachtengordel en de Jordaan al helemaal klaar waren en de stad was toen al met een kleine 200.000 inwoners de derde stad van Europa, na Parijs en Londen. Napels was ongeveer even groot als Amsterdam.

Waar nu hotel De l’Europe staat, stond vroeger een rondeel, een rond verdedigingsgebouw. Zoals veel gebouwen heeft dat er niet erg lang gestaan. Het bekendste voorbeeld is het stadhuis. Volgens Vondel en Huygens wel ‘het achtste wereldwonder’ genoemd. Het doek van Jan van Kessel, dat op de cover van de begeleidende publicatie staat en in bezit is van De Nederlandsche Bank, toont het statige gebouw (nu Paleis op de Dam) in Bentheimer zandsteen in volle glorie. Het baadt in het licht tegen een donkere wolkenlucht. Saenredams verstilde schilderij is fantastisch!

Het stadhuis werd heel vaak afgebeeld, zowel het oude als het nieuwe. Ook in tijden dat het er of niet meer, of nog niet  stond en niet zelden op plaatsen waar dat niet klopt. Het belangrijkste was dat de opdrachtgever tevreden was met het doek en dat het afbreuk deed aan de werkelijkheid. Dat nam men niet zo nauw. Ook werd gesmokkeld met perspectief en de ruimten tussen gebouwen. Ze werden vaak veel groter weergegeven om zo meer mensen af te kunnen beelden.

Aan het werk

Jacob van Ruysdael – we kennen alle mannen vanwege de straten die later naar hen zijn vernoemd –  schetste vooral de bouwactiviteiten in de stad. Bolwerken werden afgebroken en opgebouwd. Er werd gemalen, geheid, gestampt. Niet voor niets is een van de subthema’s van de expositie ‘De stad aan het werk’. Daar mag natuurlijk ook de Beurs niet ontbreken.

 De Hagenaar Jan van Goyen tekende op ansichtkaartformaat in een paar halen het dagelijks leven. Omdat van meet af aan veel prenten en tekeningen werden verzameld en bewaard, zorgvuldig en ver van het daglicht in zogenaamde ‘atlassen’, zijn er nu nog relatief veel en kwalitatief hoogstaande tekeningen en prenten te zien.

Beroemd zijn de bochten in de Herengracht, in oostelijke en westelijke richting. In vele tekeningen en verschillende schilderijen werd een van de voornaamste grachten vastgelegd, niet zelden in opdracht van een bewoner-eigenaar. Her en der zijn soms nog lege kavels te zien, die jaren later bebouwd blijken. De schilderijen zijn eigendom van het Rijksmuseum en het Stadsarchief. Gerrit Berckheyde was een productieve, maar redelijk in de vergetelheid geraakte stadsgezichtenschilder – ook actief in andere steden – die een grote voorkeur voor ‘nieuwbouw’ had.

Uitvinder, schilder, marketeer

Jan van der Heyden, productief tekenaar en schilder, en bekend vanwege zijn uitvindingen van de straatlantaarn en de brandspuit en zijn Brandspuitenboek uit 1690, legde als een van de weinigen de Jordaan vast. Een wijk waar beslist geen opdrachtgevers woonden en waar we opeengepakte woningen zien, niet zelden in slechte staat. Er is vaak brand. Zijn boek was – net als zijn prenten – een waar pr-middel. Van der Heyden was een meester in het manipuleren van wat je (niet) ziet.

Wintertaferelen

Stadsgezichten in de wintermaanden waren niet alleen bij opdrachtgevers populair, maar ook bij de economisch denkende makers. Immers, een gracht met kale bomen liet veel beter de mooie panden zien en het scheelde heel veel blaadjes tekenen. En een bevroren gracht scheelde heel veel golfjes. En op het ijs kon je veel meer mensen van alle rangen en standen kwijt dan op de kades.

Meesterwerk Amsterdam,
Stadsarchief, Vijzelstraat 32.
Te zien tot en met 7 maart 2027

 

 

Vorig artikelEstafette serie ‘Ken uw Oosterbuur’ #9: Sharla Dalloesingh
Volgend artikelKate Moore onderzoekt de geluiden van het Van der Pekblok