De vraag voor deze aflevering is voor Sharla Dalloesingh. ‘Wat is ervoor nodig om alleen drie kinderen op te voeden?’

Iedere maand publiceren we een nieuwe aflevering van ‘Ken uw Oosterbuur’. Deze serie heeft als doel onze ‘Oosterburen’, buurtgenoten uit Amsterdam Oost, beter te leren kennen. Na elk vraaggesprek geeft de geïnterviewde, als in een estafette, Doret van der Sloot een naam en vraag mee voor de volgende aflevering.

 Ik ben geen jojo

‘Mijn dochters waren twee, vijf en zeven toen ik alleen kwam te staan, hun vader werd verliefd op een ander. Ik was ervan overtuigd dat zijn verliefdheid een bevlieging was en vroeg hem of hij het zéker wist; ‘Want als je vertrekt, dan komt het niet meer goed tussen ons. Ik ben geen jojo.’ Wanneer je de moeder van je kinderen in de steek laat, dan gaat er iets kapot, zo eenvoudig is dat.

Buitenechtelijk

‘Zelf kom ik ook niet uit een traditioneel gezin. Mijn moeder had al twee jonge zonen toen ze zwanger werd van mijn vader. Een buitenechtelijke zwangerschap bracht mijn ouders in een moeilijke situatie, ze klopten bij mijn Oma aan voor hulp. De toestand waarin mijn ouders zaten, beviel mijn Oma in het geheel niet. Een ongehuwde zoon, een vrouw met twee jonge kinderen uit een ander huwelijk, accepteren kon ze de situatie niet. Vanwege de Dalloesingh-bloedlijn reikte mijn Oma uit naar mij, het ongeboren kind. En dus woonde ik als baby met mijn ouders in haar Surinaamse bloementuin.’

‘Mijn moeder kreeg een dak boven haar hoofd en eten, maar verder reikte de tolerantie van Oma niet. De situatie was vernederend en zwaar voor mijn moeder. In het geheim spaarde ze voor een vliegticket naar Nederland. Daar zou ze met haar drie kinderen een nieuw leven beginnen. Maar voordat ze kon opstijgen, kreeg mijn vader een tip van zijn vrienden bij de militaire politie. Samen   gingen ze het vliegtuig in om mij van mijn moeder af te pakken. Zij mocht vertrekken, maar ik was van hem. Hartverscheurend natuurlijk, je dochtertje moeten achterlaten.’

Ontvoerd

‘Ik adoreerde mijn vader en ik wist niet beter dan dat mijn oma mijn ‘moeder’ was. Tot mijn vader naar Nederland reisde en direct bij aankomst door mijn echte moeder werd aangeklaagd wegens ontvoering. Want een kind bij een ouder weghouden is juridisch niet in de haak. En zo gebeurde het dat ik na een aantal zittingen door de rechter aan mijn moeder werd toegewezen. Toen ik in de rechtszaal boos tegen mijn vader schreeuwde dat deze vrouw niet mijn moeder was, keek hij me strak aan. Hij wees naar mijn Oma en zei: ‘Dat is míj́n moeder, en dat daar is jóuw moeder’. Ik vond hem zo gemeen, huilde tranen met tuiten. Na die laatste zitting moest ik met mijn moeder mee naar huis.’

‘Drie weken later mocht mijn vader me opzoeken. Vanwege zijn café ‘One Love Dalloe’ kon hij alleen in de late avond komen. Daar zou ik het grootste deel van mijn leven doorbrengen, maar dat wist ik toen natuurlijk nog niet. Ik lag boven te slapen, hij maakte me wakker, nog nooit was ik zo gelukkig. Hij zei me stil te zijn, deed het slaapkamerraam open en zakte mij vanaf de eerste verdieping naar beneden. Daar stond mijn oudere neef met uitgestrekte armen om me op te vangen. Mijn vader vertrok keurig door de voordeur, precies zoals hij was gekomen. Toen mijn moeder er de volgende ochtend achter kwam dat ik voor de tweede keer was ontvoerd, zaten we al lang en breed in het vliegtuig, terug naar Suriname.’

Rechter

‘Zes maanden doken mijn oma en ik onder, totdat ik weer naar school kon. Toen ik bijna tien was, wilde ik niets liever dan bij mijn vader zijn. Hij had een nieuw leven in Nederland en zei: ‘Als je bij mij wilt zijn, dan moet je naar Nederland komen’. Natuurlijk startte mijn moeder direct na mijn aankomst een tweede procedure. Opnieuw werd ik door de rechter aan haar toegewezen. Ik was elf jaar oud, moest gedwongen bij een vrouw wonen waar ik niets mee te maken wilde hebben, dus ’s nachts liep ik weg’

‘Omdat ik bleef weglopen, werd de jeugdbescherming ingezet. Een fijne kinderpsycholoog stelde een rapport op dat pleitte voor co-ouderschap. Maar dat werkte natuurlijk niet. In de weken dat ik bij mijn moeder woonde, weigerde ik met haar te praten; zij was immers de boeman. Ik werd twaalf, was niet bang en richtte me tot de rechter met het verzoek of ik alsjeblieft bij mijn vader mocht wonen. Van de voorwaarde dat ik eens per twee weken bij mijn moeder op visite zou gaan, kwam natuurlijk niets terecht.’

Verzoening

‘Vier jaar later ontmoette ik de vader van mijn kinderen. Ik was zestien en wist precies wat ik wilde. Vier kinderen en een rustig, stabiel leven. Natuurlijk werd mijn vader woedend op me. Ik was toch veel te jong om een eigen gezin te stichten? Bovendien was ik zijn oogappel, en nu wilde ik het huis uit om met een man te gaan samenwonen? Mijn Oma heeft mijn vader ervan overtuigd dat hij het moest accepteren en hulp moest bieden. Het verzoeningsoffer was een wasmachine, zodat ik niet meer iedere week naar de wasserette hoefde. Daarna was ik onafhankelijk. Ik deed alles zelf. We hebben nooit meer over mijn zelfstandigheid gesproken, totdat mijn ex terug wilde komen. Mijn vader en oma zagen hoe zwaar het was als alleenstaande moeder en vonden dat ik hem een tweede kans moest geven. Maar mijn besluit stond vast en ik herhaalde: ‘Ik ben geen jojo, ik kom niet meer terug.’

Vaste routines

‘Tijdens de zwaarste jaren voelde ik me vaak een robot. Na een fulltime werkdag begon een fulltime avonddienst in het café van mijn vader. ’s Ochtends ging de wekker af, ik kwam uit bed, in vaste routines maakte ik de meisjes klaar voor school. Het was loodzwaar, maar mijn doel werd bereikt. Het ging heel goed met mijn drie dochters. Ze deden het goed op school, maakten hun huiswerk, hielpen in het huishouden en vanaf hun twaalfde liet ik ze vanaf de computer de vaste lasten betalen. Ik vond het belangrijk dat ze jong leerden wat de balans tussen inkomsten en uitgaven is en ben altijd duidelijk geweest: ‘Het leven is duur, we zijn alleen, je werkt hard en houdt je zaken op orde. Maar wat jullie ook doen, je mag nooit op je moeder gaan lijken.

Want wat ik goed heb gedaan als alleenstaande moeder, en daar ben ik trots op, is dat mijn dochters alles kregen wat ze nodig hadden (behalve merkkleding). Ze zijn allemaal afgestudeerd zonder studieschuld en op hun achtentwintigste kochten ze een eigen huis. Maar daarvoor heb ik de afgelopen veertien jaar negentig uur per week hard fysiek werk moeten leveren. En dat laat natuurlijk zijn sporen na. Dus ik gun mijn dochters zelfstandigheid en discipline, maar vind het vooral belangrijk dat ze goed zijn opgeleid, zodat ze op een andere manier het geld kunnen verdienen dat nodig is om onafhankelijk te zijn.’

‘De volgende vraag is voor een intrigerende dame die iedere avond haar kat uitlaat. Graag wil ik weten wat ertoe heeft geleid dat Marijke (achternaam?) hier is komen wonen.’

Alle afleveringen van de estafetteserie ‘Ken uw Oosterbuur’

Doret van de Sloot is zorgethicus en werkt als programmamaker vanuit productiehuis Creative Care Company. CCC ontwikkelt brede impact campagnes ten behoeve van sociale duurzaamheid. www.doretvandersloot.nl

Vorig artikelGrote cleanup langs de Amstel als tegenbeweging van Black Friday
Volgend artikelHoe verbeeldden kunstenaars de stad in de 17de eeuw?