Op een dinsdagavond in mei stichtten relschoppers brand tijdens een demonstratie bij de tijdelijke opvang voor alleenstaande mannelijke asielzoekers in Loosdrecht. Diezelfde dinsdagavond oefenen vrijwilligers in de Witte Boei Nederlands met anderstaligen. Zowel op dinsdag als woensdag is de Syrische Fares een trouwe bezoeker van het taalcafé.

Jannelies Poelstra

De vijfentwintigjarige Fares is zo’n alleenstaande mannelijke asielzoeker: iets meer dan zeven jaar geleden ontvluchtte het verwoeste Aleppo. Na omzwervingen via Turkije en Griekenland kwam hij in Nederland terecht. Hij verbleef twee jaar in asielzoekerscentra en noodopvanglocaties, zoals Ter Apel en op de MS Galaxy in het westelijk havengebied, maar sinds september bewoont hij een studiootje op Oostenburg-Noord.

Het was wel even schakelen toen bleek dat Fares niet kon lezen en schrijven. In de communicatie bleek de hoofdrol weggelegd voor zijn mobieltje: een app vertaalde zijn gesproken Arabisch naar Nederlandse tekst en andersom. Fares wilde leren lezen en schrijven, maar zijn alfabetiseringscursus begon pas in maart. We begonnen samen alvast met oefenen van het alfabet, cijfers, klokkijken, de oe, de ui, de ie, de korte en de lange ij. Sinds kort dicteren we hem woordjes en korte zinnetjes.

Fares is een aanpakker: in Turkije leerde hij op gehoor Turks spreken en werkte hij als automonteur. Tijdens onze eerste kennismaking vertelde zijn telefoon: “Ik wil Nederlanders leren kennen en Nederlands leren, want ik wil mijn leven hier opbouwen en werken.” Voor zijn inburgering leek vrijwilligerswerk hem wel wat, dus gingen we op zoek en informeerden bij Dock in de Witte Boei en bewonersinitiatieven in de buurt. Nu kookt hij wekelijks soep in buurthuis de Boomspijker en helpt hij bij de catering van buurtevenementen zoals de nieuwjaarsreceptie en vrijheidsmaaltijd in de Oosterkerk en het jaarlijkse voetbaltoernooi voor buurtkinderen op Wittenburg. De sociale contacten doen hem zichtbaar goed: het mobieltje blijft vaker in zijn broekzak en bij binnenkomst in de Witte Boei vertelt hij in het Nederlands dat hij “poempoensoep in de Boomspieker” gekookt heeft. Best moeilijk, onze klinkercombinaties.

Het horecawerk ligt hem: inmiddels werkt hij als oproepkracht bij een strandtent in Zandvoort. “Leuk, met veel Nederlandse collega’s.” Natuurlijk wil hij het liefst een vaste baan. Het is zijn droom om elektromonteur te worden. En laten wij daar nou net een tekort aan hebben.

Reageren? Mail naar [email protected]