Vrijwel iedereen in Oost zal het ‘Het Palenhuis’ wel kennen. Het staat sinds 2021 als herkenningspunt van de Sluisbuurt op het Zeeburgereiland. Toen het er net stond en ik er met mijn kleinzoon langsfietste zei hij: ‘kijk opa, een raket!’. Onlangs hoorde ik dat de ontwerper van dit kunstwerk Piet van Wijk heet en dat hij op IJburg woont.
In Buurtmensen interviewt Fokko Kuik mensen die zich inzetten voor hun buurt in Oost. Anja van Mil maakte de foto’s.
‘Sommige mensen denken dat het verwijst naar de dreigende stijging van de zeespiegel’, vertelt Piet (1953, geboren in Roermond) me, ‘maar het is bedoeld als ode aan de heipaal, de basis waar elk gebouw in Amsterdam op rust’.
De oorsprong van zijn fascinatie voor dit meestal onzichtbare, maar belangrijke onderdeel van een bouwwerk komt voort uit de noodzakelijke vervanging van de fundering onder hun huis aan de Prinsengracht, zo’n 15 jaar geleden. ‘Toen ze de kelder hadden uitgegraven, de oude palen hadden blootgelegd en nieuwe palen gingen slaan, terwijl wij er gewoon boven woonden, keken we onze ogen uit. Ik ben me gaan verdiepen in deze technieken die al eeuwen wordt toegepast in Amsterdam.’
Helemaal nieuw was deze interesse in oude bouwtechnieken nu ook weer niet, want na zijn studie Historische Geografie werkte Piet begin jaren 80 in het Openluchtmuseum in Arnhem. Als lid van de ‘Boerenhuisclub’ leerde hij daar Han Voskuil van het Meertensinstituut persoonlijk kennen. ‘Ik kom zelfs voor in zijn 7-delige romanreeks Het Bureau’, vertelt Piet me, als ik laat merken dat ik fan ben van het werk van Voskuil.
‘Omdat ik naast mijn gewone werk, dat ik meestal met mijn hoofd deed, al mijn hele leven knutsel met allerlei materialen, begon ik in mijn vrije tijd houten huisjes op palen te maken.’ In zijn keuken staan er nog heel wat voorbeelden van. Toen de gemeente Amsterdam in 2020 een prijsvraag uitschreef voor een te realiseren kunstwerk op het Zeeburgereiland besloot Piet daaraan mee te doen. Het prototype van het Palenhuis van één meter hoog staat nog in z’n woonkamer.
Toen hij de competitie won met zijn ontwerp – er was een bedrag van € 100.000 aan verbonden – bleek dat hij er zelf voor moest zorgen dat dat beeld er ook daadwerkelijk kwam. ‘Je wordt dan meteen projectontwikkelaar en aannemer, met alle financiële risico’s van dien! Gelukkig heb ik me in mijn werk bij verschillende instituten ontwikkeld als een echte probleemoplosser. Ik was net met pensioen dus ik had tijd en energie om mijn tanden daar eens goed in te zetten. En dat was nodig ook, want in de tijd tussen begroten en uitvoeren was de staalprijs met 60 procent gestegen. En er was maar liefst 25 ton staal nodig!’
Via een enthousiast artikeltje in bouwblad Cobouw kwam Piet al snel in contact met bedrijven die wel als ‘sponsor in natura’ wilden fungeren om zijn ontwerp tot uitvoering te brengen. Die vonden het geweldig om eens heel anders dan anders hun kundigheid te etaleren voor een groter publiek.
Piet vertelt enthousiast over het gehele wordingsproces dat hij van stap tot stap heeft meegemaakt. De 400 meter stalen buizen die bij Tatasteel in Zwijndrecht werden gefabriceerd. De enorme transporten die er mee gemoeid waren. En uiteindelijk het in elkaar zetten op de plaats waar het nu staat. Uiteraard ook weer met een goede fundering, want het 20 meter hoge bouwwerk moet ook bij windkracht 12 blijven staan!
Tijdens een flinke storm twee jaar geleden, stuurde een enigszins ongeruste buurtbewoner hem een filmpje, waarop duidelijk te zien was dat het Palenhuis meebewoog met de harde wind. ‘Ze danst, en dat is juist goed’ vertrouwde de constructeur hem desgevraagd toe. ‘Hoewel het bedoeld is als tijdelijk kunstwerk staat het er normaal gesproken over 100 jaar nog steeds’, zegt Piet. ‘Het roestkleurige patina van het cortenstaal waarin het Palenhuis is uitgevoerd zorgt juist voor het behoud ervan. En het is en blijft heel mooi in die warme kleur.’
Piet heeft inmiddels al heel wat miniatuur replica’s van zijn Palenhuis gemaakt en verkocht. Tata wilde er meteen 200 van als relatiegeschenk. En het KIVI reikt jaarlijks een goudkleurig exemplaar uit als een soort gouden kalf voor de beste Ingenieur van het jaar. Ook vanuit zijn website heeft Piet er al heel wat van verkocht aan particulieren.
Grote nieuwe opdrachten heeft de publiciteit rond het Palenhuis niet opgeleverd, maar in het kader van Oost Begroot heeft Piet met een aantal mede-initiatiefnemers wel een eerste startkapitaal binnen voor een nieuw project: een beeldenboulevard op de Bert Haanstrakade. ‘IJburg heeft niet zoveel kunst in de openbare ruimte, dus dat zal een mooie aanwinst zijn.’
Teruggaand naar zijn jeugd in Limburg had Piet nooit kunnen bedenken dat hij zoiets als een Palenhuis zou realiseren. ‘Wel wist ik altijd dat ik dingen wilde maken en dat heb ik ook mijn hele leven naast mijn werk gedaan.’
Na dit interview laat Piet mij zijn ‘mancave’ zien’. Hij kan er lassen, smeden, zagen, boren, schilderen en werkt met een allerlei materialen. Op www.pietvanwijk.com vind je nog veel meer informatie en verhalen over het maken van ‘dingen’.
Ik liep met een grote glimlach naar buiten en fietste ondanks de harde westenwind toch nog even langs het Palenhuis, dat prachtig afstak tegen de Hollandse wolkenlucht. En als ik weer eens zo’n heimachine zie staan, met zijn irritante knallen of trilgeluiden, neem ik mij voor om daar toch met wat meer waardering naar te kijken. Zonder al die heipalen zou Amsterdam niet eens bestaan!






