Home Kunst Camille van Neer: ‘Bereid zijn met anderen in gesprek te gaan’

Camille van Neer: ‘Bereid zijn met anderen in gesprek te gaan’

2

In Oost wonen en werken veel kunstenaars met verschillende disciplines. oost-online bezoekt regelmatig een van hen en stelt wat vragen. Deel 15 van een tweewekelijkse serie. Camille van Neer geeft tekenles en schildert. Hij woont en werkt in de Indische Buurt, op twee verschillende plekken, maar op loopafstand van elkaar. Nog wel. Zijn werkplaats is in gevaar.

Camille van Neer woont met zijn zestienjarige tweeling in Oost. Vanaf 1990 woonde hij vijftien jaar in India. Hij begon zijn leven in India in de International Community of Auroville, een woongemeenschap, geworteld in de filosofie van vreedzaam samenleven. Na die periode bleef hij er wonen en vertegenwoordigde er een fair trade organisatie. In deze periode leerde hij zijn Indiase vrouw kennen met wie hij een vrijwilligersorganisatie oprichtte. Gasten ontving hij in een kleine bungalow naast hun eigen huisje. In 2014 vestigde het gezin zich weer in Nederland. Kort na overkomst naar Nederland  overleed zijn vrouw en greep hij terug op een oude hobby: tekenen en schilderen. Dat had hij zichzelf in zijn jeugd aangeleerd. ‘Talent’, zo meent hij, ‘wordt vaak overschat’.

Je woont in Oost. Waarom hier en hoe lang al?

‘Sinds september 2018, daarvoor vier jaar in Noord. In augustus vorig jaar vond ik hier, aan de Zeeburgerdijk, deze werkruimte. In de etalage stel ik mijn werk tentoon. Wie heeft die mogelijkheid? Maar half maart moeten we er wel uit. Met z’n vijven huren we deze ruimte van Eigen Haard, of eigenlijk doet Rob van Veelen dat, die hoofdhuurder is. Vroeger was hij hier buurtmakelaar.’

Wat is het grootste voordeel van Oost?

‘Er worden veel initiatieven genomen. Oost is echt een culturele smeltkroes. Ik ben lid van de ‘Krimpclub’ in de Meevaart. Eerder heette die ‘groei-Meevaart’, maar het aantal leden liep wat terug, vandaar de naam ‘krimp’. We zijn nu met een stuk of tien gepassioneerde kunstenaars die samen kunstactiviteiten organiseren waar de buurt aan kan deelnemen: tekenlessen, fotografieworkshops, jamsessies, tekenwandelingen, etcetera.

Ik vind dat het stadsdeel ook actief is op het gebied van kunst en het tegengaan van eenzaamheid. Stadsdeelbestuurders Maarten Poorter en Rick Vermin dragen hetzelfde speldje op mijn jas dat ik heb. Het geeft aan dat je bereid bent om met iemand anders in gesprek te gaan. Ook de sociaal gebiedsmakelaar heeft geholpen om het project te promoten. We hebben 500 euro van het stadsdeel gekregen, 450 speldjes verspreid en nu ligt het bij Civic, de welzijnsorganisatie. Het speldje is een symbool om in contact te komen, een kleine, maar belangrijke stap in de richting van het aanpakken van het probleem van  eenzaamheid.’

Wat kan er beter?

‘Half maart moeten wij uit deze ruimte. Het was vroeger een winkel. We hebben allemaal mooie ruimtes in het pand, dat we tot ‘De Zeeburger’ hebben gedoopt. Het Buurtmuseum van de Indische Buurt zit ook hier. Rob van Veelen is hoofdhuurder en namens de gebruikers van ‘De Zeeburger op zoek naar een andere ruimte. Het liefst blijven we bij elkaar. Wat beter kan is dat stadsdeel en woningbouwverenigingen de handen ineen slaan om creatieve mensen aan werkruimten te helpen. De gebiedsmakelaar doet haar best. Eigen Haard gaat hier renoveren en vraagt de nieuwe huurders marktconforme prijzen.’

Ben je tevreden met je werkruimte?

‘Zeer! Het is zo’n dertig vierkante meter, lekker hoog, licht. Vanaf de straatkant is goed te zien wat ik wil: KidB. Kunst in de Buurt.’

 Is er sprake van een cultureel klimaat?

‘Zeker. Ik ben bekend met Cultuurconnectie Oost, met de Meevaart en 24H Oost. We hebben afgelopen najaar meegedaan met de Week van de Participatie waarbij ‘De Zeeburger’ een artistieke pleisterplaats was. Hoewel we toen onze activiteiten als kunstenaarscollectief aanboden aan buurtbewoners, zag ik dat dit lang niet bij alle bewoners aanslaat.’

Waar ben je momenteel mee bezig

‘Met een serie schilderijen voor een eerste serieuze expositie in galerie MLB in West. Hoop daar mijn eerste werk te verkopen. Het zijn portretten en landschappen. Via de rubriek Amsterdammer helpt Amsterdammer in Het Parool heb ik een bedrag gekregen om de galerie te kunnen betalen. Het was wel even slikken; ben ik in zo’n categorie mensen terecht gekomen? Maar het was hartverwarmend.

Ik geef in mijn atelier incidenteel teken- en schilderles aan kinderen uit de buurt, zowel individueel als in groepsverband. En bijvoorbeeld ook in een kinderatelier in buurthuis Archipel, aan het Makasserplein. Daarnaast ondersteun ik leerkrachten in de bovenbouw van de Dapperschool bij de Dappermarkt en werk ik als kunstdocent op twee particuliere high schools in Amstelveen en Landsmeer.

Tot slot werk ik nog op projectbasis in Almere, in een woonzorgcentrum. Op dit moment is daar een kleine tentoonstelling van mijn werk, vooral bedoeld als inspiratie, waardoor bewoners zelf gaan (na)tekenen.’

Heb je contact met andere kunstenaars?

‘Ja, met Jonathan Schuit, met Robert Pennekamp (van de Krimpclub) en met Irene Janze, die hier ook een atelier heeft. En incidenteel met anderen via Cultuurconnectie Oost, dat zijn vooral tekenaars en schilders. En een enkele fotograaf.’

Wie bewonder je?

‘Daar heb ik even over na moeten denken. Dat zijn er een paar. De negentiende-eeuwse Amerikaan John Singer Sargent, die heel ‘los’ schildert. Hij werkt met een beperkt palet, werkt schetsmatig en overwerkt zijn doeken. Nederlandse voorbeelden zijn de impressionisten Mauve, Breitner, Isaac Israëls en Willem Witsen.’

Waar ben je in je vak het meest trots op?

‘Het feit dat ik kinderen kan inspireren om het beste uit zichzelf te halen. Dat wil zeggen dat ze tevreden zijn met wat ze hebben getekend of, daarna, hebben geschilderd. Op de Dapper Academie, de verlengde schooldag van de Dapperschool, leer ik nu kinderen dieren tekenen. Dat is een serie lessen. Wie intekent moet blijven komen. Ik merk dat er op de basisschool bijna geen echt tekenonderwijs meer wordt gegeven. Uiteindelijk hoop ik dat een aantal van deze kinderen blijvend voor de kunst zal kiezen.’

Wat is je grootste wens?

‘Een nieuw atelier! En dan wel samen met de andere vijf. Kunst is zo belangrijk. En dat ik vanaf september meer werk kan gaan verkopen.’

Tenslotte: wat wens je Oost toe? En Amsterdam?’

‘Dat er meer compassie komt. Het speldjesproject ‘Vanzelfsprekend’ draagt daar hopelijk een beetje aan bij: Dat mensen elkaar meer aanspreken op straat; eigenlijk gebeurt dat nog veel te weinig. Ik zou graag meer  cursisten met een migrantenachtergrond willen bereiken. Maar  ik denk  kinderen uit die gezinnen meer hebben aan een Marokkaanse kunstenaar dan aan mij.’

Buurtmuseum
Het Indische Buurtmuseum werd zeven jaar geleden opgericht en was een ‘museum zonder muren’. Zij plaatsten 23 informatieborden met tekst en beeld over gebeurtenissen, gebouwen en mensen. Het buurtmuseum heeft ook  een boekje uitgegeven, dat wordt verkocht bij de boekhandels Linnaeus en Java Bookshop. De informatieborden hangen in het hele gebied tussen de Veemarkt en Valentijnkade, Zuiderzeeweg en het spoor dat de Indische Buurt scheidt van de Dapper- en Oosterparkbuurt.