Met de verkiezingen in aantocht nemen ook enkele vertrouwde gezichten afscheid van de stadsdeelcommissie Oost. Merel Talbi, Dennis van Velzen en Imelda Tjon-Fo van GroenLinks keren na vier jaar niet terug. In een gezamenlijk gesprek kijken zij terug op hun inzet, resultaten en lessen uit het werk dicht bij de buurt.

Arie Martijn Schenk

Dicht bij bewoners en initiatieven
Het commissiewerk draait volgens hen vooral om nabijheid. Gesprekken met bewoners, ondernemers en initiatieven vormen steeds het vertrekpunt. ‘Je leert je buurt steeds beter aanvoelen en ziet waar concrete verbeteringen mogelijk zijn. Dat vraagt inzet, maar levert ook veel op’, zegt Dennis van Velzen.

Imelda Tjon-Fo

Imelda Tjon-Fo herkent dat beeld. ‘De afgelopen jaren zag ik hoeveel maatschappelijke initiatieven Oost rijk is. Dat geeft energie.’ Imelda staat op plek 23 voor de gemeenteraad, ze maakt daarmee nog kans om door te gaan na 18 maart.

Voor Merel Tabi schuilt juist daarin de kracht van het werk. ‘Elke vergadering biedt opnieuw de kans om het stadsdeel groener en socialer te maken. Alles speelt zich dicht bij bewoners af – dat maakt het bijzonder. Daarnaast is het ook eervol om te doen.’

Resultaten die tijd vragen
Veel veranderingen ontstaan langzaam. Dennis wijst op de herinrichting van de Javastraat, met meer groen, zitplekken en eenrichtingsverkeer. ‘Als je ziet dat mensen die bankjes echt gebruiken, dan merk je wat zo’n proces oplevert. Je moet niet denken dat het binnen een paar weken is geplaatst. Geduld is wel nodig.’

Ook rond het Flevopark had aanhoudende inzet effect. Na druk vanuit bewoners, organisaties en commissieleden paste het Waterschap de plannen voor de dijkvariant uiteindelijk aan. ‘Blijven signaleren en doorgeven helpt. Uiteindelijk schuift er iets.’

Dennis van Velzen

Merel zette sterk in op democratische vernieuwing. Tijdens een stadsdeelpanel gingen tweehonderd gelote inwoners een dag lang met elkaar in gesprek over de toekomst van Oost. ‘Mensen die elkaar nooit hadden ontmoet, luisterden echt naar elkaar. Zelfs in een gespannen periode bleef het gesprek waardig. Dat raakte me.’

Daarnaast zette Merel zich, samen met VVD-commissielid Marie Jose Kleene, in voor de LHBTIQ+-gemeenschap in Oost. Gesprekken met bewoners, belangenorganisaties en betrokken buurtgroepen brachten knelpunten én wensen in beeld. Uit een expertmeeting op het stadsdeelkantoor groeide het plan voor een Regenbooghuiskamer: een toegankelijke plek waar LHBTIQ+’ers elkaar kunnen ontmoeten, trainingen volgen en informatie delen, juist voor groepen die nu vaak buiten beeld blijven.

Als initiatiefnemer van ‘Amsterdam-Oost na de komma’ zette Imelda in op meer zichtbaarheid van het slavernijverleden in Oost en op een actievere rol voor bewoners in dialoog en herdenking. Daarbij ging het niet alleen om bekende plekken zoals het Slavernijmonument in het Oosterpark, het Wereldmuseum en het toekomstige Nationaal Slavernijmuseum op het Java-eiland, maar juist ook om ontmoetingen in de wijk zelf.

‘Niet alleen met bestuurders gesprekken voeren, maar juist met nazaten van de tot slaaf gemaakten in Oost. Door die gesprekken van onderaf te voeren, betrek je veel meer mensen’, zegt Imelda. De aanbevelingen uit het traject vonden uiteindelijk brede steun in de commissie en kregen een vervolg richting de centrale stad.

Merel Tabi

Tegelijk kijkt zij met gemengde gevoelens terug op het verdwijnen van de buurtmunt Makkie. De gemeenteraad besloot tot afschaffing, terwijl het systeem in Oost juist waardering gaf aan vrijwilligerswerk en lokale betrokkenheid. Voor commissieleden resteerde weinig ruimte om dat besluit nog te keren. ‘Dan zit je in de stadsdeelcommissie en moet je zo’n keuze uiteindelijk slikken. Dat vond ik erg jammer’, zegt Imelda.

Minder formele macht, toch invloed
Met de overgang van deelraad naar stadsdeelcommissie schoof de formele zeggenschap meer naar de centrale stad. Imelda maakte beide periodes mee: eerder werkte zij in een stadsdeelraad met een eigen budget, nu in de stadsdeelcommissie met een andere rol. Toch ziet zij nog steeds mogelijkheden om verschil te maken en ervaart zij deze werkwijze als beter passend. Dennis vult aan: ‘Je signaleert, agendeert en oefent druk uit. Daardoor komt beweging op gang en boek je resultaat.’

Onderwerpen als betaalbare woningen, schimmelproblematiek, vergroening en bereikbaarheid keerden vaak terug. ‘We kunnen het ook oneens zijn. Zoals het nieuwe evenementenbeleid. Respectvol van mening verschillen dat kan ook’, aldus Imelda.

Samenwerking en vertrouwen in opvolgers
Samenwerking over partijgrenzen heen zien zij als vanzelfsprekend onderdeel van het werk. Dossiers rond dakloosheid, sociale veiligheid en groen kregen steun uit meerdere hoeken binnen de commissie.

Merel en Dennis kiezen nu voor een volgende stap buiten de commissie, vooral om praktische redenen. Tegelijk klinkt vertrouwen in de nieuwe kandidaten. De campagne trekt bovendien opvallend veel vrijwilligers. ‘Op een koude dag staan er ineens tientallen mensen klaar om mee te doen. Dat geeft hoop’, vertelt Merel.

Plekken die blijven trekken
Hun persoonlijke favoriete plekken laten zien hoe sterk de band met Oost blijft. Merel wandelt graag in de Anna’s Tuin en Ruigte bij Science Park, tussen groen en zingende vogels. ‘Een mooie stukje waar van alles gebeurt, groente wordt er verbouwd en afval gecomposteerd. Allemaal samen met de buurtbewoners.’

Imelda kiest voor de Dappermarkt, de Weesperzijde en het Oosterpark, waar uiteenlopende culturen samenkomen. ‘Op de markt is een gulden een daalder waard en daar kun je veel lekkere dingen kopen. Maar ook veel mensen uit Oost kopen daar kleding.’Dennis noemt het Flevopark. ‘Vanmorgen zag ik daar een ijsvogel met een vis in zijn snavel. Natuur en sociale ontmoeting vallen hier samen.’

Na vier jaar sluiten drie betrokken commissieleden een periode af. Hun terugblik laat zien dat lokaal bestuur vooral draait om luisteren, volhouden en dichtbij bewoners blijven. ‘De aanhouder wint’, zegt Dennis ten slotte.