De Mauritskade, de noordelijke grens van stadsdeel Oost is niet echt een aantrekkelijke straat om doorheen te lopen of te fietsen. Als onderdeel van de S100, de binnenstadring, is hij daarvoor veel te druk met auto’s. Maar op een rustige zondagochtend heeft ie wel wat. Dat komt vooral door het water van de Singelgracht. Vanaf 1660 vormde deze gracht samen met stadswallen met daarop bolwerken en molens ruim 200 jaar de grens van Amsterdam. Van de 26 bolwerken is behalve een route met plaquettes niks meer over, maar molen de Gooyer, bekend van Brouwerij het IJ, staat er nog steeds, al is ie wel een keer een stukje verplaatst.

Sinds 1982 woonde Fokko Kuik in verschillende buurten in Oost, werkte ruim 20 jaar als verkeersadviseur bij de gemeente en is sinds vorig jaar postbezorger in de Watergraafsmeer. Zo bouw je persoonlijke banden op met verschillende straten in Oost. Volg Fokko Kuik door de straten van Oost.

Het meest imposante bouwwerk aan de Mauritskade is ongetwijfeld het bijna honderd jaar oude gebouw van het Koninklijk Instituut voor de Tropen. Het bestaat uit een instituutsgebouw, met een prachtige entreehal en een museumgebouw, waar nu het Wereldmuseum Amsterdam in gevestigd is. Geheel gefinancierd met opbrengsten uit de overzeese gebiedsdelen in de koloniale tijd, begrijp ik van Wikipedia. Tegenwoordig is het een Nederlands multidisciplinair instituut voor internationale, economische en interculturele samenwerking, het KIT.

Veel minder imposant, maar wel interessant is het kleine zijstraatje iets verderop, waar de zogenaamde dubbeltjespanden staan. Dit woningbouwproject werd eind 19e eeuw gerealiseerd door de Bouwmaatschappij tot Verkrijging van Eigen Woningen (BVEW), de eerste coöperatieve woningbouwvereniging in Amsterdam. De leden van deze vereniging moesten wekelijkse een dubbeltje contributie betalen. Na twintig jaar zouden ze dan eigenaar van hun woning worden.

De eerste vier Dubbeltjespanden waren in maart 1872 klaar, maar door financiële problemen bij de bouwmaatschappij kwam de rest van het straatje pas in 1878 gereed. De huurprijs bedroeg in 1878 acht dubbeltjes per week. Ook toen sloeg de inflatie al toe blijkbaar. Op de kopgevel aan de Mauritskade is na een grondige renovatie van de panden een mooi kunstwerk gemaakt in de vorm van een soort letterbak vol symbolen die verwijzen naar de historie van dit straatje.

Een mooi contrast met dit dorpse straatje wordt gevormd door het naastgelegen enorme gebouwencomplex op de hoek met de ’s Gravenzandestraat. Hier werd in 1888 het katholieke Sint-Elisabeth Gesticht geopend, dat onderdak bood aan invalide en zieke weesmeisjes. Van 1960 tot 1982 was het onder naam Huize Elisabeth nog een verpleeghuis, maar daarna werd het een sleep-inn. Voor een paar gulden kon je er als rugzaktoerist een matrasje voor een nacht huren.

Inmiddels is het gebouwencomplex, na nog een tussenperiode als budget-hotel te hebben gefunctioneerd, doorgegroeid naar een viersterren boutique-hotel Arena. Aan deze historie zie je hoe oude gebouwen carrière kunnen maken in een stad als Amsterdam. Je mag hopen dat de vele jongeren, die rond 1980 naar de stad kwamen en hier hun nachten doorbrachten, inmiddels ook carrière hebben kunnen maken, zodat ze het zich kunnen permitteren om hier nog eens herinneringen op te halen. Aan het terras, gelegen aan het Oosterpark zal het niet liggen, want dat is een fijn plekje waar we op een zomeravond zelf ook nog wel eens naar toe gaan om ons even toerist in eigen stad te voelen.

En mocht je hier ook eens in de buurt zijn: neem dan meteen ook even een kijkje in de ‘Lourdesgrot’ in de achtertuin van Hotel Arena. En laat het Mariabeeldje alsjeblieft staan, want die is al minstens zes keer verdwenen.

Lees ook
De andere straten van Fokko Kuik