Home Eva Kwakman De overbruggende werking van de tampon

De overbruggende werking van de tampon

0

Vrijdagnacht. We zijn in een kroeg (ja, dit is een verhaal uit een inmiddels vergaan tijdperk). Bij mijn binnenkomst zit vriendin M. al aan een tafeltje met een biertje voor haar neus en de krukken waar ze op loopt vanwege een gebroken enkel fier rechtop tegen de muur naast haar. Een kreupel voetje mag de pret niet drukken. Als ik naar de bar loop om ook voor mezelf een biertje te halen, ben ik wat stijfjes. We zijn in een oorspronkelijk bruin café, de plek van de authentieke Amsterdammer, waar het nog om pure gezelligheid draait en niet om zien en gezien worden. Om me heen staan groepjes mannen van minstens 30 jaar ouder met lange, grijze haren en stoppelbaarden. Er zijn bierbuiken, geruite overhemden en leren jassen waarvan ze zich waarschijnlijk niet beseffen dat de jeugd van tegenwoordig ze inmiddels weer hip vindt. De spraak is bulderend. De tongval plat en dubbel. Armen worden uitbundig om schouders heen geslagen.

Het is een publiek dat in sterk contrast staat tot het publiek dat Oost aantrekt sinds er niet alleen haring en baklava wordt verkocht, maar ook gembershots, en sinds de havermelk van Oatly zijn intocht heeft gemaakt in de Turkse supermarkten. En ik ben wat stijfjes terwijl ik naar de bar loop in mijn knielange, velours zwarte jas van Things I like things I love, waarin ik me opeens een veel te deftig havermelktutje voel. Des te meer omdat we hierheen zijn gekomen om die Amsterdamse authenticiteit te beleven, als ware het een culturele activiteit, terwijl we tegelijkertijd hopen dat deze plek niet te veel ontdekt wordt door mensen zoals wij (de hypocrisie van de gentrificerende garde).

Als het bier eenmaal gehaald is, maakt het zijn eeuwenoude, wijdverbreide reputatie waar door ons losser te maken. Door een ‘sociaal glijmiddel’ te zijn, zoals een vriend van een vriend het schijnt te noemen. Plotseling zingt het net wat overtuigder mee met de klassiekers van Hazes, wat hier een belangrijke vaardigheid is. En menig buurman komt zelfs met zijn kop tussen ons in en zijn handen op onze ruggen een praatje maken over de volgende wedstrijd van Ajax. En een opmerking maken over Rotterdammers. Zodoende voel ik me steeds meer in de menigte opgaan.Maar dan gebeurt er iets wat alle sociale glijmiddelfuncties van alcohol overtreft. Ik ga naar de wc met mijn blaas vol van bier en als ik opsta om door te trekken, zie ik dat het water in de wc-pot rood is gekleurd. Dat is het vervelende aan een onregelmatige ongesteldheid: het kan je precies op dat ene moment overkomen, niet vroeger en niet later, dat je aangeschoten en met Hazes meezingend boven een gore wc bungelt in een luidruchtige kroeg. En voor de zoveelste keer heb ik er niet aan gedacht om voor-het-geval-dat een tampon in mijn broekzak te stoppen.

M. heeft ook geen tampons, dus sta ik enkele ogenblikken later aan de bar, waar een man en een vrouw achter staan. Eerst word ik benaderd door de man, maar helaas is onze maatschappij nog niet zo ver dat ik me er comfortabel bij voel om een tampon aan een barman te vragen, dus laat ik hem weten dat ik iets wil vragen aan zijn vrouwelijke collega. Zij heeft blonde pijpenkrullen, draagt een stoutmoedige rode lippenstift en houdt de lange rij mannen op barkrukken gemakkelijk in toom met schel geroep en zelfverzekerde armgebaren. Toen ik eerder op de avond op deze plek stond in die ongunstige lange jas om mijn eerste biertje te halen, voelde het alsof zij alle eigenschappen bezat die nodig waren om er in deze kroeg bij te horen; alle eigenschappen die ik dacht te missen. Ik voelde een kloof tussen haar en mij. Als ze bij me is gekomen, stel ik haar De Vraag, in haar oor, hopend dat de mannen naast me aan de bar het niet hebben gehoord (waarom in godsnaam? Daar kun je weer een heel apart stuk over schrijven).

Zonder enige ontsteltenis, maar juist met een triomfantelijke glimlach, zegt ze: ‘Ja! Kom maar mee’, en wijst naar de uitgang van de bar. Daar ontmoeten we elkaar en drukt ze in de duisternis die er in volle kroegen bestaat tussen de taillehoogte en de vloer vlug haar hand op de mijne, waartussen zo op zeer discrete wijze een tampon wordt uitgewisseld. Niemand heeft het gezien, precies zoals de bedoeling was, wat zij blijkbaar meteen heeft begrepen zonder dat ik het haar hoefde uit te leggen. ‘Ik had er één in mijn broekzak zitten’, zegt ze. Met een even brede glimlach bedank ik haar.

Waar ik me een paar uur hiervoor nog stijfjes en lichtelijk ongemakkelijk heb gevoeld, voel ik me na dit intieme onderonsje de rest van de avond thuis; de barvrouw is voor heel even mijn vriendin en mijn integratieproces in de kroeg is compleet.

Zie hier het sociale glijmiddel in optima forma: niet alcohol, maar De Tampon. Waarschijnlijk zal elke vrouw die dit leest dit wel herkennen: vraag in een vol vrouwentoilet hardop om een tampon en opeens is elke vrouw daar je beste vriendin en komen de uitgestrekte handen met tampons erin van alle kanten. De tampon herinnert ons vrouwen eraan dat we ongeacht welke onderlinge verschillen dan ook onderworpen zijn aan dezelfde vrouwelijke ongemakkelijkheid: de ongesteldheid. En daar is dan plots het grenzeloze zusterschap.

Hoeveel makkelijker zou de vrouwelijke strijd zijn in deze maatschappij, waar je nog altijd niet hardop aan een barman om een tampon durft te vragen, als we datzelfde grenzeloze zusterschap zouden voelen bij al het andere vrouwelijke leed waar we aan onderworpen zijn? Misschien moeten we de tampon ons een les laten leren.