Loop door de Transvaalbuurt en je ziet een gewone Amsterdamse wijk. Cafés, fietsen, kinderen op straat. Maar wie weet dat hier ooit tachtig procent van de bewoners Joods was? Dat er synagogen stonden, Joodse scholen, verenigingen, en een bruisend marktleven? En dat dit alles, vrijwel van de ene op de andere jaar, verdween?

tekst Jan-Bert Vroege, dagelijks bestuurder stadsdeel Oost

Ik ben nu een paar jaar bestuurder in Amsterdam-Oost, en steeds opnieuw word ik geraakt door de diepte van dit verleden. Alles wat er in Oost is vandaag de dag, de mensen, de gebouwen, de straten, is een product van het verleden. En dat verleden is onlosmakelijk verbonden met de Joodse gemeenschap die hier vóór de Tweede Wereldoorlog leefde en dit stadsdeel mede heeft gevormd.

Zelforganisatie
Die gemeenschap was allesbehalve één blok. Van ultra-orthodox tot anarchist, van vroom gelovig tot overtuigd communist; de Joodse bewoners van Oost liepen de hele breedte van het menselijk spectrum. Wat hen bond was iets anders, een zekere eigenzinnigheid. Men onttrok zich liever aan het centrale gezag en organiseerde het leven zelf. Er waren talloze zelforganisaties, verenigingen, vakbonden, culturele clubs, waarin mensen de regie over hun eigen bestaan namen. Niet wachten op wat van bovenaf werd bedacht, maar zelf doen.

Dat is nog altijd het DNA van Oost. Die eigenzinnigheid, die neiging tot zelforganisatie, ik zie het elke dag in ons stadsdeel. Het zit in de buurtinitiatieven, de dwarse geluiden, de mensen die gewoon beginnen zonder toestemming te vragen. Dat is geen toeval. Dat is erfgoed.

Kunst op hoek Polderweg
Toch dreigt die geschiedenis te vervagen. Niet uit onwil, maar uit onwetendheid. En dat is precies waarom we dit jaar het programma Joods Amsterdam-Oost zijn gestart. Een samenwerking tussen het stadsdeel, de Joodse Stad van de Universiteit van Amsterdam en het Joods Cultureel Kwartier. Wat doen we concreet? Er komt een podcastserie van zes afleveringen over thema’s als het verdwenen Weesperpoortstation, de plek waar Joden uit Oost-Europa aankwamen, de Joodse bakkerijen die het sociale leven van de buurt bepaalden, en de Transvaalbuurt zelf. Er komen buurtactiviteiten, een groot straatevenement in de zomer. Eerder dit jaar vierden we gezamenlijk Poeriem. En naast de samenwerking met De Joodse Stad en het JCK, komt in de Linnaeusstraat een kunstwerk dat herinnert aan de synagoge die tot begin jaren zestig op de hoek van de Polderweg stond. Dit laatste op initiatief van Het Geheugen van Oost. En dan is er de Joodse begraafplaats Zeeburg, een stille, wat vergeten plek die opknappen en aandacht verdient. We zijn in gesprek met de eigenaar daarover.

Waarom doe ik dit? Niet uit nostalgie. Ik geloof dat het kennen van je geschiedenis je helpt het heden te begrijpen. En ik geloof, en dat zeg ik er eerlijk bij, dat zichtbaar maken van de Joodse bijdrage aan Oost ook een manier is om antisemitisme tegen te gaan. Als mensen beter weten wat de Joodse gemeenschap heeft betekend voor hun eigen straat, hun eigen buurt, dan helpt dat.

De geschiedenis van Oost is rijk en pijnlijk tegelijk. Die we niet mogen vergeten. Dat is niet alleen een daad van respect, het is ook een investering in de stad van morgen.