Het nieuws kwam 17 februari als een schok: Bureau Marineterrein (BMA) kreeg de aanbesteding van het Rijksvastgoedbedrijf voor het curatorschap en beheer van het Marineterrein níet gegund. De opdracht ging naar buitenstaanders: placemaker Nina Voets uit Delft en gebiedsontwikkelaar Thomas Piekhaar uit Amsterdam. BMA spande nog een kort geding aan, maar verloor. Hoe kon deze ervaren pionier buiten de boot vallen? En wat zijn de plannen van de nieuwe curator en beheerder?

Erik Hardeman en Jannelies Poelstra | Foto Henk Lenaers

De taart stond al klaar

Sophie van Opstal (hoofd Programma) en Stella Nelissen (communitymanager) zijn nog steeds verbijsterd. “We zagen dit echt niet aankomen,” zegt Van Opstal. “We hebben ontzettend hard gewerkt aan de aanbesteding en hadden het volste vertrouwen in de kwaliteit van onze plannen. Eerlijk gezegd: de taart stond al klaar op de dag van de bekendmaking, om te vieren dat we na jaren schipperen wat meer stabiliteit zouden krijgen.”

Waarom werd BMA deze aanbesteding niet gegund?
“Hoewel de gemeente en het Rijk de ontwikkeling van het Marineterrein gezamenlijk aansturen, is er bepaald dat het Rijksvastgoedbedrijf de enige formele opdrachtgever was. Dat is op zich logisch, aangezien het Rijk nog eigenaar is. Maar je had mogen hopen – en verwachten – dat de gemeente na bijna twaalf jaar beheer door BMA, waarover zij zei zeer tevreden te zijn, iets meer de regie zou hebben genomen. Het RVB heeft ervoor gekozen om naast kwaliteit ook een prijscomponent uit te vragen. Van de vier ingediende plannen is ons plan als beste beoordeeld. Maar geld heeft de doorslag gegeven.”

Wat wilden jullie bereiken met het kort geding?
Van Opstal: “Het beoordelingssysteem was wel erg afhankelijk van het geld. Dat vonden we geen recht doen aan het project, omdat wij als projectbureau altijd binnen het gestelde budget hebben gewerkt. Bovendien heeft de winnende partij een wel heel laag prijsniveau gehanteerd. Als een inspirerende en ervaren partij met betere plannen deze aanbesteding had gewonnen, dan hadden we ons daar zeker bij neergelegd.”

Hoe verloopt de overdracht?
“We hebben gesproken met Voets en Piekhaar. We willen de overdracht soepel laten verlopen en onze kennis zo veel mogelijk overdragen. Na een aantal gesprekken zijn ze gelukkig wel van plan een aantal beheerders en onze mensen van de receptie nog een aantal maanden in te huren. Over de programmering is nauwelijks gesproken. Dat vinden we jammer; we hebben veel bereikt en hopen dat deze behouden blijft.”

Waar zijn jullie het meest trots op?
“Dat we in het centrum van Amsterdam een open en groene oase hebben gecreëerd. Samen met een ontzettend actief collectief aan huurders, betrokken buurtorganisaties en bewoners. Een plek waar iedereen welkom is en waar, ook al is het een A-locatie geworden, veel ruimte is voor experimenteren en leren.”

Nina Voets en Thomas Piekhaar over hun plannen

Wat heeft jullie doen besluiten om samen in te schrijven op deze aanbesteding?
“We hebben eerder samengewerkt in Utrecht en Delft en kwamen deze tender ieder afzonderlijk tegen in het biedboek van het RVB,” zegt Piekhaar. “Het project sluit goed aan bij onze gezamenlijke ervaring met binnenstedelijke gebiedsontwikkeling.”

Wat waren dat voor projecten?
“In Delft transformeerden we een oud industrieterrein tot woon- en werkgebied. We zorgden voor de verhuizing van hightech start-ups, die in een grote hal werkten, naar een nieuwe plek op het terrein en legden er een tijdelijk park aan,” vertelt Voets. “In Utrecht, op het terrein van het voormalige Pieter Baan Centrum, realiseerden we horeca en broedplaatsen voor kunstenaars. Dit terrein lijkt het meest op het Marineterrein: het was ook lange tijd een voor publiek gesloten gebied.”

Klopt het dat de aanbesteding jullie gegund is op basis van het lagere kostenplaatje?
Piekhaar: “BMA scoorde hoger op twee criteria – de fictieve casus en het technisch beheer – maar Nina kreeg meer punten voor het interview. Het verschil in de score was uiteindelijk klein. We hebben inderdaad lagere uurtarieven voor het managementteam geoffreerd en leveren in op onze eigen inkomsten, omdat we dit zo’n bijzonder project vinden.

Hebben jullie overwogen mensen van BMA in jullie team op te nemen?
“In het begin van de overdrachtsperiode hebben we dit afgehouden, omdat we geen valse verwachtingen wilden wekken, maar op dit moment zijn we met een aantal personen van BMA in gesprek om hen eventueel op te nemen in ons team. Ook maken we kennis met huurders om hun visie en verwachtingen op te halen en zullen we snel contact zoeken met de buurt en buurtorganisaties.”

BMA verzorgde altijd een vrij toegankelijke programmering. Gaan jullie die voortzetten?
“Zeker,” zegt Voets, “en ik zie kansen om het aanbod uit te breiden. Veel activiteiten vinden plaats rond Pension Homeland aan het water, met vooral in de zomer veel jongeren. Maar mijn tante van zeventig – zij woont om de hoek – voelt zich hier vaak niet thuis. Daarom wil ik meer activiteiten voor ouderen en kinderen ontwikkelen. In het gebied bij de oude poort zitten voornamelijk kantoren en is het heel rustig. Daar zou ik graag meer activiteiten en levendigheid creëren, zodat de bezoeker zich bij binnenkomst meteen welkom voelt.”

Gemeente Amsterdam: gebonden aan de regels van het Rijk

Martijn Overmulder (directie Grond & Ontwikkeling) was namens de gemeente betrokken bij de beoordeling. “Wij hadden als gemeente, gezien de ervaringen van de afgelopen jaren, graag voor Bureau Marineterrein gekozen, maar er was een door het Rijk gevoerde aanbesteding afgesproken, met regels en criteria waarmee de gemeente heeft ingestemd. Die waren ook bij de inschrijvers bekend. Kwalitatief kwam BMA als beste uit de bus, maar wij waren ook content met wat Voets en Piekhaar presenteerden. En toen het financiële deel aan bod kwam, hadden zij uiteindelijk de beste totaalscore. Natuurlijk hebben we gekeken of het bedrag waarvoor zij het beheer willen uitvoeren realistisch is, en ook de rechter heeft zich hierover uitgesproken. Voets en Piekhaar moeten dat wat zij hebben aangeboden nakomen en daar gaan gemeente en Rijk ze aan houden. Nogmaals, persoonlijk was ik graag doorgegaan met BMA, maar ik heb er alle vertrouwen in dat het beheer bij Voets en Piekhaar in goede handen is.”