Home Indische Buurt Eerste straat rechts, volgende straat links

Eerste straat rechts, volgende straat links

0

Een wandeling door Oost, soms ’s morgens heel vroeg, dan weer overdag of juist in de avond. Nu eens met een vooropgezet plan, dan weer is het een verrassing waar de tocht heen voert. Deze keer weten we alleen het beginpunt: de muziektent in het Oosterpark.

Wandelen | Nell Berger en Anne-Mariken Raukema

Zonder vooropgezet plan lopen we naar de Muiderkerk en besluiten het eenvoudige stramien van afwisselend links- en rechtsaf’ aan te houden. Tot we tegen de spoordijk aan lopen, een fysieke barrière van de Indische Buurt. We volgen de straat tot het einde, slaan de hoek om en volgen de straat dan weer tot we niet meer verder kunnen.

Transformatie
We lopen via de Pontanusstraat de Indische buurt in, gaan onder het spoorwegviaduct naar de Celebesstraat. We vragen ons af wanneer deze buurt eigenlijk ontstaan is. De gerenoveerde appartementen stralen een grandeur van begin twintigste eeuw uit. De straatnamen verwijzen naar de vroegere koloniën in Nederlands-Indië, nu Oost-Indonesië. De Indische buurt werd gebouwd voor arbeiders die in het Oostelijk havengebied werkten.

De grenzen worden gevormd door de Zeeburgerdijk (noord), het Flevopark (oost), de Ringvaart (zuid) en de spoorlijn en het Muiderpoortstation (west). Aanvankelijk lag de buurt geïsoleerd, maar na de aanleg van de spoorlijn – eind jaren dertig – en de tunnel tussen Javastraat en Eerste van Swindenstraat werd het gebied ontsloten. In de jaren zestig verloor het Oostelijk havengebied zijn functie en werd de haven naar het westen verlegd. De wijk werd steeds meer een woonwijk. In de jaren zeventig werd stadsvernieuwing geïntroduceerd en werd de buurt opgeknapt. Veel bewoners vertrokken naar opkomende steden als Almere en Purmerend. Nieuwe bewoners deden hun intrede: krakers, migranten en studenten.

Exotische namen
De Celebesstraat roept de vraag op waar Celebes ligt. Tegenwoordig heet het Sulawesi en is een van de grotere eilanden van Indonesië. Om acht uur ’s avonds is het stil op straat. Gordijnen zijn gesloten, aan menige gevel hangt een satellietschotel.

Omdat onze afspraak linksaf dicteert slaan we de Minahassastraat in komen uit op de Palembangstraat. De naam verwijst naar de hoofdstad van de provincie Zuid-Sumatra. We maken in ons hoofd uitstapjes naar die andere kant van de wereld en komen weer terug in het hier en nu. De naamplaatkes van de Palembangstraat vertonen een grote variatie: Hollandse namen afgewisseld met namen uit het Midden Oosten, Rusland, Polen, Indië en Afrika. Alleen al in dit deel van Oost worden zo’n honderd verschillende talen gesproken.

Verhalen en herinneringen
Dwalen door de Indische buurt staat niet op zich zelf – ervaringen, verhalen en herinneringen komen boven. Nell vertelt over haar rondreis door Kalimantan, Maleisië en Sumatra. Een deel per vrachtschip over de rivier door het binnenland van Sumatra. De passagiers werden door Indonesiërs naar het dak van het vrachtschip gehesen, om het weidse uitzicht. Er werd gezongen en de jonge Indonesiërs vroegen of de gasten een liedje wilden zingen in het Nederlands.

‘Na afloop kwam een luid applaus. Een oude man begon tegen ons te praten. Hij had op school Nederlands moeten leren. Dat kwam hem nu van pas. Veel woorden was hij vergeten, maar wat hij uitsprak, kwam uit een tijd van zijn bezetters.’

Gerardus Majellakerk
We zien op de wandeling dingen die je overdag minder goed of zelfs niet ziet – of waar we door de snelheid van de dag geen tijd voor nemen. We lopen het Ambonplein op. Kleine lichtjes lijken over het plein te zijn gestrooid; ze zien eruit als nagloeiende sterretjes. Ze leiden naar de Gerardus Majellakerk. Deze werd in 1925 gebouwd, naar een ontwerp van Jan Stuyt als groot katholiek complex met woningen, klooster en twee scholen.

In de jaren zestig zette de ontkerkelijking in. De kerk werd steeds minder gebruikt en in 1992 stond dit gebouw op de nominatie om gesloopt te worden. Stadsherstel zette z’n schouders eronder en sinds enkele jaren huisvest de kerk het Nederlands Philharmonisch Orkest (NedPho) met oefenstudio’s, een repetitie- en concertzaal en kantoren van het Humanistisch Verbond.

Van de Sumatrastraat slaan we de Kramatweg in. Deze lopen we helemaal uit tot de Insulindeweg. Het Jav’Art Huis gloort zelfs in het donker op. Het is nu een jongerenplek van Dynamo. Veel gebouwen dragen duidelijke kenmerken van de Amsterdamse School.

Afwisselend oude en nieuwe woonblokken leiden ons naar het kloppende hart van de buurt: de Javastraat. In de avond heeft het oude badhuis een sprookjesachtige uitstraling.

We lopen door de Javastraat, waar het een komen en gaan is van wandelaars, scooters, fietsers en auto’s. Afhaalbezorgers maken vreemde bochten om overstekende mensen te ontwijken. De vele winkels met buitenstalletjes met groenten en fruit van de Turkse en Marokkaanse eigenaren zijn nog tot laat open. Het fruit ligt hoog opgestapeld en mensen in lange gewaden passeren meisjes in korte rokjes.

Verrassend slot
Net onder het spoorviaduct wordt onze aandacht getrokken naar een tekst op het wegdek van de Pontanusweg. Er staat racen. Tegelijk valt aan de overkant een gekleurde wolk op in het plafond van de onderdoorgang. Op de muur hangt een bordje: Honderd en 1 namen in de lucht geschreven. Het is een monument waar we bijna wekelijks aan voorbij gaan en ons nooit eerder is opgevallen.

Een man zit op een bankje onder de wolk. Hij vertelt dat hij uit Tunesië komt en vanaf de jaren zeventig in dit stukje Oost woont – toen het er hier heel anders uitzag. Het monument, vertelt hij, gedenkt buurtbewoners die gedood werden, vroeger en nu. Verzetsstrijders en Joden in de oorlog en even zinloze moorden in de decennia daarna. De man zit er elke avond.