De vraag voor deze vijfde aflevering van ‘Ken uw Oosterbuur’ komt van Achmed Enasseri en is bestemd voor Leila Hadin van een stichting voor kwetsbare vrouwen in Amsterdam-Oost.
Ken uw Oosterbuur is een serie interviews met als doel onze ‘Oosterburen’, buurtgenoten uit Amsterdam-Oost, beter te leren kennen. Na elk vraaggesprek geeft de geïnterviewde, als in een estafette, aan Doret van der Sloot de naam mee van een buurtgenoot en de vraag voor het volgende interview, een maand later.
‘Neem je wel genoeg tijd voor jezelf en wat is ervoor nodig om ‘nee’ te leren zeggen?’ Leila: ‘Graag wil ik mijn verhaal vertellen, zodat je begrijpt hoe ik ben opgebouwd en waarom het werk van de stichting zo belangrijk is. Maar ik moet je waarschuwen, dit is geen leuk verhaal.’
Afhankelijk van mijn man
‘Zesentwintig was ik toen mijn moeder besloot dat ik met de vader van mijn dochter zou trouwen. Zo gaat dat bij traditionele huwelijken in Marokko. Als enige van haar kinderen vertrok ik naar Nederland, ik sprak de taal niet, kende niemand en wist niet hoe de dingen hier gaan. Voor het eerst in mijn leven kwam ik in een situatie waarin ik niets voorstelde, ik was volledig afhankelijk van mijn man.
Na de komst van onze prachtige dochter begon hij lelijk tegen me te doen. Hij begon me te slaan. Toen mijn dochter twee was wilde hij graag op vakantie naar Marokko. Mijn dochter en ik logeerden bij mijn moeder, mijn man verbleef elders. Na een paar weken verwachtte ik dat hij ons mee terug naar Nederland zou nemen, maar ik kreeg hem niet te pakken.
‘Zijn gedrag werd steeds gewelddadiger’
Via via hoorde ik dat het zijn plan was om ons in Marokko achter te laten. Toen bleek dat mijn ID- kaart nog maar twee dagen geldig was. Zonder geldig legitimatiebewijs kon ik niet terug naar het land waar mijn dochter is geboren, hij had het allemaal zo gepland. Hals over kop reisden we terug. Natuurlijk was hij niet blij met onze terugkeer. Zijn gedrag werd steeds gewelddadiger en hij begon middelen te gebruiken die zijn geestelijke gesteldheid aantasten.’
De toekomst van mijn dochter
‘Ik kom uit een goede familie. Mijn broer is professor aan de universiteit, mijn zus directeur van een grote basisschool, ik studeerde rechten aan de universiteit van Oujda. Thuis discussieerden we veel en graag, ook over politiek. Mijn man was minder goed opgeleid, we waren onvoldoende aan elkaar gewaagd. Achteraf denk ik dat hij daarover vreselijk gefrustreerd was, hij probeerde me met geweld onder zijn voet te houden.
Gelukkig greep de politie in
Nog een tweede keer probeerde hij van ons af te komen. Hij sloot ons op in een Mercedes-bus en reed naar Marokko. Bij de Spaanse grens heb ik zo hard gegild dat hij door de douane werd gedwongen de bus te openen. Gelukkig greep de politie in. Eenmaal veilig bij mijn moeder wilde ik absoluut niet terug naar Nederland. Hier had ik alles, daar had ik niets. Mijn zus heeft toen op me ingepraat. Ik moest nu vooral aan de toekomst van mijn dochter denken. Haar kansen om als vrouw tot wasdom te komen liggen in Nederland, niet in Marokko. We reisden terug.’
Zonder woorden ben je niets
‘In de twee jaar die volgden verbleven we in drie verschillende ‘blijf van mijn lijf’ huizen. Er was steun, ik praatte met goede hulpverleners over wat me was overkomen. Op een dag realiseerde ik me dat, als ik wil overleven en mijn dochter naar een veilige toekomst wil leiden, dan moet ik Nederlands leren. Want ook al heb je gestudeerd, ook al ben je goed in wis- en natuurkunde en denk je iedereen eruit, als je de woorden van het land waar je woont niet spreekt, ben je niets. Toen ik het Nederlands machtig was ging ik sociale pedagogiek studeren, ik wilde lotgenoten kunnen helpen.’
Recht op je kinderen
‘We kregen een eigen huis maar lang bleef ik bang. Ik hield de gordijnen dicht, was altijd op mijn hoede. Toen mijn dochter vijftien was kreeg ze via social media een vriendschapsverzoek van haar halfbroertje. Haar vader was na ons aan zijn derde gezin begonnen. Het broertje wilde graag met haar in contact komen, en misschien wilde ze ook haar vader een keer ontmoeten? Dat vond ik vreselijk moeilijk. En volgens de Nederlandse wet heeft ook de vader recht op zijn kinderen. Twee keer hebben ze elkaar ontmoet. Nadat hij zijn belofte om de helft van haar laptop te betalen niet nakwam en vervolgens zijn telefoon niet meer opnam, raakte ook zij enorm teleurgesteld in deze man.’
Mijn leven veranderd
‘Eerlijk gezegd was ik in die tijd een wrak van een vrouw. Ik was alleenstaande moeder. Had suikerziekte. Was als de dood om thuis te zijn omdat de kinderbescherming per ongeluk ons adres aan mijn ex had gegeven. Ik zat in een traject om volledig afgekeurd te worden en had nauwelijks geld. En toen werd ik door de stichting gebeld met de vraag of ik af en toe iets met vrouwen in eenzelfde situatie wilde doen?
Dat ene telefoontje heeft mijn leven veranderd. De afgelopen vijftien jaar zijn we met een vaste groep vrijwilligers gegroeid naar een organisatie waar vrouwen die in een isolement leven altijd welkom zijn. We geven Nederlandse les, organiseren talloze activiteiten waaraan iedereen deel kan nemen. Gisteren gingen we met vijftig vrouwen naar de Keukenhof om tulpen te kijken. Inmiddels ben ik de voorzitter van de stichting, daar ben ik verschrikkelijk trots op.’
Ik ben van waarde
‘Het is lastig om de vraag van meneer Enasseri goed te beantwoorden. ‘Nee’ zeggen voelt alsof ik de vrouwen die hulp nodig hebben in de steek laat. En als ik dat doe dan laat ik mijn vroegere zelf in de steek, en dat is geen optie.’ Dag en nacht sta ik – samen met vrijwilligers – klaar voor kwetsbare vrouwen in Amsterdam-Oost. Door anderen te helpen, help ik mijzelf. Ik ben van waarde. Het gebeurt regelmatig dat ik diep word getroffen door het verhaal van iemand anders.

Ik heb er alles voor over om de situatie waarin sommige vrouwen leven, te verbeteren. Hen helpen minder afhankelijk van hun man te worden, stevig op eigen benen te staan. Dat is lastig. Enerzijds heeft dat te maken met de cultuur. Sommige mannen gedragen zich ouderwets en willen de macht over hun vrouwen behouden. Anderzijds heeft het te maken met het systeem waarin we leven.
Uitkeringen zoals bijvoorbeeld de kinderbijslag worden op de rekening van de man gestort, alleen hij heeft een bankpasje. Als je de taal niet goed spreekt, durf je niet naar de bank te stappen om een eigen pas aan te vragen, of met de overheid te mailen om ervoor te zorgen dat het geld naar een andere rekening wordt overgemaakt. En zonder de beschikking over geld om voor je kinderen te zorgen leef je in armoede, zelfs in een rijk land als Nederland.’
Mijn vraag voor de volgende aflevering is voor sociaal-maatschappelijk ondernemer, actieve buurtgenoot en woman on a mission Jaika Koot: ‘Wat houdt het werk dat je doet precies in?’
De naam van de geïnterviewde is om veiligheidsredenen gefingeerd. Haar echte naam en de naam van de stichting zijn bekend bij de redactie van oost-online.






