Het door de VVD aangevraagde spoeddebat naar aanleiding van de door wethouder Van der Horst achtergehouden informatie over de stijging van de kostenramingen van de Oostbrug leidde tot een aantal felle discussies. Vooralsnog is het college niet in problemen gebracht. Het debat wordt voortgezet in de gemeenteraad.
Han Gaaikema
Het spoeddebat was ingepland als agendapunt van de commissievergadering Mobiliteit op 20 augustus. De VVD had het spoeddebat aangevraagd nadat AT5 had onthuld dat wethouder Van der Horst voor de verkiezingen al wist van de hogere kostenraming van de Oostbrug. Van der Horst had bewust gekozen om deze informatie niet met de gemeenteraad te delen. Dat dit te maken had met de verkiezingen ontkende Van der Horst direct. De nieuwe kostenramingen wezen uit dat de Oostbrug 650 ā 850 miljoen euro gaat kosten, in plaats van de eerder ingeschatte 325 miljoen euro.
Het was een ingewikkeld debat, dat uitstekend werd voorgezeten door Anna Bomhof (PRO), aangezien twee wethouders tekst en uitleg moesten geven. Elise Moeskops (D66) was als portefeuillehouder verantwoordelijk voor het dossier, maar aangezien de aantijgingen direct wethouder Melanie van der Horst (D66) raakten, was zij tevens aanwezig om de vragen van de raadscommissie te beantwoorden. Van der Horst was in de vorige coalitie portefeuillehouder van de Oostbrug. Onder haar verantwoordelijkheid werd besloten om de informatie over de hogere kostenraming niet te delen.
Beide wethouders bleken hun betoog goed op elkaar afgestemd te hebben. Ja, de informatie over de verhoogde kostenraming was bewust niet gedeeld met de Raad. En nee, dit had niets te maken met de verkiezingen. De redenen voor het achterhouden van de informatie had betrekking op de onzekerheid van de ramingen. En dat in combinatie met de val van het kabinet Schoof, waardoor met het Rijk niet goed zaken gedaan kon worden. Het was bovendien allang bekend dat de kosten hoger uitvielen, dus wat had de Raad nu eigenlijk aan deze uiterst onzekere nieuwe inschatting?
Daan Wijnants (VVD), die het debat had aangevraagd, liet de wethouders er niet zo makkelijk mee wegkomen. Hoezo hadden de beslissingen geen relatie met de verkiezingen? In een ambtelijk memorandum van 12 februari werd toch duidelijk aangegeven āvanwege de verkiezingenā? Van der Horst kocht wat tijd door aan te geven ādaar zo op terug te komenā. Dat deed ze ook, twintig minuten later in het debat.
De uitleg bleef wat mager. Ambtenaren bedoelen met verkiezingen iets anders dan politici, aldus Van der Horst. In het memo moest niet gelezen worden dat het achterhouden van de informatie de bedoeling had om de verkiezingsuitslag te beĆÆnvloeden. Wat de ambtenaren bedoelden, volgens Van der Horst, was dat de verkiezingen leidden tot nieuwe coalitievorming. En dat kan weer gevolgen hebben voor de wenselijkheid en financiering van de Oostbrug. Vandaar dat de voortgangsrapportage waarover de ambtenaar repte, en niet de veranderde kostenraming, zo benadrukte Van der Horst, eenmalig niet verstrekt werd.
Zo goed als de wethouders hun verhaal hadden afgestemd, zo opvallend verschillend was de invalshoek van de coalitiepartijen in de raadscommissie. Carlo van Munster (PRO) verdedigde het beleid van het college met hand en tand en kreeg daardoor veel lastige vragen van zijn raadscollegaās. Van Munster sprak gehaast en leek zichtbaar gespannen. Als inhoudelijke beantwoording van de vragen moeilijk werd, koos hij vaak voor een betoog dat de reacties op Van der Horst buitenproportioneel waren. Toen Wijnants bij een zoveelste interruptie het vuur aan zijn schenen legde, maar geen vraag voor Van Munster meer had, leek de PRO-politicus daar bijna opgelucht over.
Opvallend was daarom de aanpak die Sidney Cruickshank (D66) had gekozen. Net zoals zijn collegaās van andere partijen wilde hij van de D66-wethouders weten waarom de Raad niet geĆÆnformeerd werd over de verhoogde kostenramingen. De enige vraag die hij kreeg, was wat zijn mening daarover was. Het antwoord daarop liet hij wijselijk afhangen van de reactie van de wethouders. De rest van het debat liet Cruickshank niet meer van zich horen.
Zoals gezegd kwamen de wethouders niet in de problemen. Moeskops mocht in de reactie namens het college het spits afbijten. Inhoudelijk bleek ze zich goed ingewerkt te hebben in het dossier. Haar uitleg was duidelijk en consistent. De vragen die ze over zich afgevuurd kreeg van nagenoeg alle oppositiepartijen, wist ze goed te pareren. Naarmate het debat vorderde, en ze de zoveelste opmerking om haar oren kreeg ādat de Amsterdammer niet goed geĆÆnformeerd was tijdens de verkiezingenā, leek ze even de vriendelijkheid van zich af te schudden. De positie van Amsterdam zou vermoedelijk slechter geweest zijn als de Raad wĆ©l geĆÆnformeerd was, is de draai die Moeskops er op dat moment aan gaf. Ogenschijnlijk improviserend gaf ze aan dat de Raad dan zomaar had kunnen instemmen met de verhoging van de kosten voor de Oostbrug, wat de onderhandelingspositie van het college zou hebben bemoeilijkt. Het was het enige zwakke moment in het verder sterke optreden van de nieuwe wethouder.
Van der Horst leek even in de problemen te komen na de vraag van Pim van Burk (VOLT) wat er fout zou zijn gegaan als Van der Horst in februari de Raad wel direct had geĆÆnformeerd over de verhoogde kostenraming. In een wat omfloerste reactie gaf Van der Horst aan dat dat geleid zou hebben tot een rommelige situatie, waarin ze haar werk als wethouder niet goed had kunnen doen. Ze wist immers niet of de gepresenteerde ramingen inhoudelijk wel juist waren en kon daardoor de bestuurlijke verantwoordelijkheid ervan niet dragen. De kwestie van het gevallen kabinet Schoof speelde ook mee. Het betoog kwam wat onsamenhangend over. Aan de integriteit van Van der Horst, die eerder in het geding was, leek niemand te twijfelen.
Onhandig, ondeskundig of onethisch? De laatste optie lijkt inmiddels van tafel. Het dossier kan echter nog niet gesloten worden. VVD-leider Wijnants liet aan het eind weten dat hij het debat graag wil doorzetten naar de gemeenteraad. Het laatste woord hierover is nog niet gezegd.








