In de strijd om de bokaal voor het minst bekende plein in Oost gooit het P.E. Tegelbergplein in het Oostelijk Havengebied hoge ogen. Zelfs als je er wel eens komt om de overtocht te maken naar de Sluisbuurt aan de overkant, besef je nauwelijks dat dit een plein is.
Fokko Kuik
‘Er gebeurt niet zoveel’
Wanneer ik er op een zonnige vrijdagochtend een kijkje ga nemen, is het een oase van rust. Er is weinig wind en de drijvende aanlegsteiger van GVB-veer F9 maakt rustgevende, zacht knarsende geluiden op de weinige deining die er staat. De brede kade aan het uiteinde van het eiland Sporenburg in het Oostelijk Havengebied heeft tot mijn verrassing het predicaat ‘plein’ gekregen. ‘Je kunt er zwemmen en eens per jaar wordt er een concert gegeven’, hoor ik van een buurtbewoner, ‘maar verder gebeurt er niet zoveel.
Twee kunstwerken
Op het plein staat er een opvallend kunstwerk met de naam Fragment van een huiskamer van Mark Manders: een stoel en een lage tafel met twee mensfiguren erop. Een ander opvallend kunstwerk aan de zijkant van het plein is de wat bekendere hoge rode Pythonbrug, ontworpen door Adriaan Geuze. In de zomer springen daar altijd stoere kinderen vanaf, ondanks het grote gele bord dat aangeeft dat dat verboden is.
‘De studenten gaan liever met de tram’
Als ik op de veerpont stap, komen er minstens vijfentwintig personen uit de Sluisbuurt van af. Ik denk even dat ik de enige passagier ben, maar uiteindelijk zijn we met z’n vijven. Een medepassagier vertelt dat het tijdens de ochtend- en middagspits wel wat drukker is. Maar anders dan destijds verwacht werd, gaan de meeste studenten van de Hogeschool InHolland liever met de tram naar het Centraal Station dan met fiets en veerpont. Zelf gebruikt ze het veer af en toe voor een rondje hardlopen. Ook ziet ze regelmatig mensen die hun hond gaan uitlaten op het Zeeburgereiland.
InHolland, een mooi gebouw
Nu ik er toch ben, ga ik ook maar eens een kijkje nemen in het gebouw van Hogeschool InHolland. Het blijkt van binnen een prachtig open gebouw te zijn met veel trappen en mooie vergezichten naar buiten. De moeite waard om eens een kijkje te nemen. Eenmaal weer buiten lees ik op een informatiedoek dat er tussen het InHollandgebouw en de opstapplek voor het veer naar Sporenburg ook een plein zal komen: het Pina Bauschplein. ‘Dit waterrijke plein wordt dé ontmoetingsplek voor de buurt’, lees ik. ‘Er komen gezellige cafés, restaurants en andere voorzieningen. De aanleg begint binnenkort’, klinkt het verwachtingsvol.
Nu alleen nog op werkdagen
Met zo’n aantrekkelijk plein aan de overkant zal het over een paar jaar op het Tegelbergplein ook wel wat drukker worden, vermoed ik. Maar vooralsnog vaart het veer slechts drie keer per uur en alleen op werkdagen van 07.00 tot 19.00 uur. Dat is wel jammer met het oog op de eind dit jaar in gebruik te nemen Silogebouwen op het Zeeburgereiland. Met vijf bioscoopzalen in het nieuwe Rialto-filiaal, een sportschool, horeca en kantoren. Uitbreiding van de veerdienst helpt wel het voor meer mensen toegankelijk maken van dit soort voorzieningen.
Kortom, we zullen nog even geduld moeten hebben, maar ik vermoed dat het met de bekendheid van het Tegelbergplein op den duur wel goed zal komen. De komende jaren is het nog even een rustpunt waar je kunt genieten van het uitzicht op het brede water en de vele schepen die er voorbijvaren. En als je er dan toch bent, neem dan vooral ook even een kijkje in de Sluisbuurt, waar de komende jaren nog driftig gebouwd zal worden aan een nieuwe Amsterdamse buurt.



