De gemeente vast aan de vignetplicht voor boten bij de steigers aan de Nico Jessekade op IJburg. Dat blijkt uit antwoorden op vragen van oost-online. Tegelijk wil het stadsdeel in gesprek met vereniging Ligplaats IJburg. In de stadsdeelcommissie ontstaan ondertussen vragen over de manier waarop beleid en verwachtingen van bewoners op elkaar aansluiten.
Arie Martijn Schenk
D66-fractievoorzitter Noor Jaarsma kondigt aan de kwestie te agenderen in de stadsdeelcommissie en hierover vragen te stellen. Daarmee ontstaat meer duidelijkheid over de lijn van de gemeente, terwijl het bezwaar van de vereniging nog in behandeling is.
‘Regels gelden voor iedereen’
Volgens de gemeente valt het water rond IJburg onder het Amsterdamse binnenwater. Daardoor geldt voor alle vaartuigen dezelfde verplichting: een individueel vignet.
Ook bij collectieve steigers of verenigingen blijft die plicht volgens het stadsdeel van kracht. ‘Het feit dat iemand via een vereniging een ligplaats gebruikt, verandert deze verplichting niet’, stelt de gemeente. De steigers aan de Nico Jessekade gelden daarbij niet als jachthaven. In jachthavens kan een abonnementsvignet gelden, maar die uitzondering past hier volgens de gemeente niet.
Handhaving na uitspraak Raad van State
De recente uitspraak van de Raad van State speelt een belangrijke rol in de hervatte handhaving. In afwachting van die uitspraak lag de handhaving op IJburg tijdelijk stil.
Na de uitspraak heeft Nautisch Toezicht de controles weer opgepakt. De brieven op boten en mails aan eigenaren maken volgens de gemeente deel uit van een standaard werkwijze die in heel Amsterdam geldt. De gemeente erkent dat de communicatie als stevig kan zijn ervaren. ‘De gemeente hecht veel waarde aan duidelijke en respectvolle communicatie en betreurt het als dit anders is overgekomen.’
Vereniging blijft kritisch
De reactie van de gemeente staat haaks op het standpunt van vereniging Ligplaats IJburg. De vereniging ziet de steigers als een collectief beheerde structuur, vergelijkbaar met een verenigingshaven.
Volgens voorzitter Rik van Veen wringt dat met de praktijk op IJburg. Leden huren hun plek via de vereniging, die zelf zorgt voor aanleg, onderhoud en beheer. Binnen de vereniging groeit ondertussen de onrust. Leden zeggen hun ligplaats op of overwegen hun boot te verkopen. De onzekerheid rond kosten en handhaving speelt daarbij een rol.
Ook blijft de vraag hoe een jaarvignet zich verhoudt tot de situatie op IJburg, waar boten volgens afspraken vijf maanden per jaar uit het water moeten. De gemeente stelt dat de heffing gekoppeld is aan het gebruik van het binnenwater en de bijbehorende voorzieningen, niet aan de duur van het afmeren.
Verschil met andere situaties
De gemeente wijst op een juridisch verschil met jachthavens. Die beschikken over erfpacht en vallen onder een andere regeling. Daar kan een abonnementsvignet gelden. Bij de steigers op IJburg ziet de gemeente die status niet. Daarom blijft de reguliere verplichting voor individuele booteigenaren van kracht.
Tegelijk erkennen betrokkenen dat de situatie op IJburg afwijkt van de binnenstad, waar regels vaak op zijn gebaseerd. Met name het ontbreken van openbare kades en de open verbinding met het IJmeer spelen daarbij een rol.
Bewoners teleurgesteld
Opvallend is dat eerdere afspraken over communicatie nu ter discussie staan. In een brief van de wethouder uit 2021 staat dat controles op het binnenhavengeld vooraf worden aangekondigd via stadsdeelkanalen, zoals websites en lokale media. Volgens ongeruste en teleurgestelde bewoners van IJburg is dat in dit geval niet gebeurd. Zij stellen dat handhaving zonder aankondiging plaatsvond, terwijl juist betere communicatie eerder als uitgangspunt gold.
Ook klinkt er kritiek vanuit de politiek in het stadsdeel. Oud-stadsdeelcommissielid en IJburg-bewoner Frans van Vliet reageert scherp. ‘Onbegrijpelijke actie van handhaving. We hebben dit in de stadsdeelcommissie meerdere keren aan de orde gesteld en het dagelijks bestuur heeft toegezegd zorgvuldig te werk te gaan. Niet dus.’ Volgens Van Vliet ontbreekt het aan oog voor de gevolgen van beleid. ‘Ik vraag me af of er wel wordt nagedacht over de consequenties voor bewoners, of dat regels zonder nadenken worden uitgevoerd.’
Vragen over rechtszekerheid en verwachtingen
D66-fractievoorzitter Noor Jaarsma plaatst de discussie in een bredere bestuurlijke context. Zij spreekt van een vraagstuk rond voorspelbaar bestuur en rechtszekerheid.
Volgens Jaarsma gaf de gemeente in 2014 waterpercelen via een gebruiksovereenkomst kosteloos in gebruik. Bewoners investeerden vervolgens zelf in aanleg, beheer en onderhoud van steigers, in de verwachting dat zij deze plekken langdurig zonder extra kosten konden gebruiken. De overeenkomst bood die mogelijkheid, maar gaf juridisch gezien beperkte bescherming.
Met de invoering en handhaving van het binnenhavengeld en de recente uitspraak van de Raad van State verandert die situatie. Voor gebruikers ontstaan alsnog structurele kosten, terwijl die eerder niet voorzien waren.
‘Dat wringt met de verwachtingen die destijds zijn gewekt’, stelt Jaarsma. ‘De vraag ligt op tafel hoe of dit een kwestie van voorspelbaar bestuur is.’
Gesprek in aantocht
Na de onrust van de afgelopen weken lijkt er ruimte voor overleg. De gemeente geeft aan de signalen serieus te nemen en in gesprek te willen met de vereniging.
Wanneer dat gesprek plaatsvindt en of dit leidt tot aanpassing van de situatie, blijft vooralsnog onduidelijk. Voor de leden van Ligplaats IJburg verandert er op korte termijn weinig: de vignetplicht blijft volgens de gemeente van kracht, terwijl de juridische procedure nog loopt.





