Na de tv-uitzending en de bespreking in de stadsdeelcommissie Oost vorige week verschoof de discussie over Stek Oost naar de gemeenteraad. Stadsdeelvoorzitter De Heer gaf aan dat informatievoorziening richting de stadsdeelcommissie niet bij haar lag en verwees naar de verantwoordelijk wethouders en de gemeenteraad. 

Arie Martijn Schenk

Daar ging de discussie gisteren verder in raadscommissie Woningbouw en Volkshuisvesting, met scherpe vragen over veiligheid, bestuurlijk handelen en politieke verantwoordelijkheid.

Centraal stond de vraag of de gemeente tijdig en krachtig genoeg ingreep om bewoners van het wooncomplex aan de Kruislaan te beschermen. In Stek Oost leven studenten en statushouders samen in één woonomgeving, een opzet die al jaren onderwerp van debat vormt.

Kritiek op tempo en keuzes van het college
VVD-raadslid Myron von Gerhardt sprak over ‘aanrandingen, bedreigingen, intimidatie’ en verwees naar recente onthullingen. Hij uitte stevige kritiek op de beantwoording door wethouders Zita Pels en Rutger Groot Wassink. ‘Incidenten kunnen helaas overal in de stad plaatsvinden. Dat is waar. Maar als dit vier of vijf jaar op deze schaal op één plek gebeurt, dan moet het bestuurlijk handelen beter’, zei hij.

Volgens Von Gerhardt leek het slagen van het project soms zwaarder te wegen dan de veiligheid van bewoners. ‘Heeft de gemeente op tijd en stevig genoeg maatregelen genomen om de veiligheid te kunnen waarborgen?’

Hij wees daarbij op een onderzoeksrapport uit 2020 waarin een andere bewonersverhouding – 70 procent woonstarters en 30 procent statushouders – al als wenselijke richting gold. Die aanpassing volgde pas jaren later.

Ook andere partijen stelden kritische vragen. Volt-raadslid Broersen sprak van schrik na de beantwoording door het college. ‘Als bewoners zich een experiment voelen in hun eigen woning, dan gaat er iets mis. Het gaat ook om subjectief gevoel van veiligheid.’

D66-raadslid Aslami noemde de gebeurtenissen ‘afschuwelijk’ en stelde dat veiligheid altijd voorop moet staan. Hij vroeg zich af waarom signalen van woningcorporatie Stadgenoot niet eerder duidelijk in deze de raadscommissie besproken werden.

Reacties uit coalitie: complex samenspel van zorg en veiligheid
PvdA-raadslid Lian Heinhuis benadrukte dat alle bewoners onderdeel vormen van de stad. ‘Dit zijn mensen, Amsterdammers, die bij ons horen. Ook mensen met psychische problemen horen erbij’, zei ze ook richting de fractie van JA21.

Volgens haar spelen bredere maatschappelijke vraagstukken mee, zoals verslaving, verward gedrag en beperkte mogelijkheden tot begeleiding. ‘Je kunt niet bij elk persoon een begeleider plaatsen.’ Tegelijk erkende zij dat op onderdelen meer inzet wenselijk leek en dat verantwoordelijkheid breder ligt dan alleen bij het college.

GroenLinks-raadslid Taj sprak zijn medeleven uit met slachtoffers en noemde Stek Oost een ingewikkeld dossier waarin zorg, veiligheid en wonen samenkomen. Hij riep op om lessen te trekken uit de gebeurtenissen in plaats van uitsluitend schuldvragen te stellen.

Telefoongesprek Stadgenoot centraal in debat
Een telefoongesprek van 14 juli 2023 tussen wethouder Pels en woningcorporatie Stadgenoot vormde het zwaartepunt van de politieke discussie. Volgens Pels sprak Stadgenoot daarin zorgen uit over de toenmalige vorm van het project, maar geen expliciete uitspraak dat veiligheid niet langer te garanderen viel. ‘Toen heb ik gezegd: oké, dan gaan we scenario’s ontwikkelen,’ aldus Pels.

Na bestuurlijk overleg volgde later een nieuwe bewonersverhouding van 70 procent woonstarters en 30 procent statushouders. Volgens het college lag een concreet verzoek tot wijziging eerder niet bestuurlijk op tafel, ondanks signalen in de media. Tijdens het debat ontstond discussie over formuleringen, interpretaties en verslaglegging van het gesprek. 

Rol politie, garanties en huidige situatie
Groot Wassink reageerde op vragen over betrokkenheid van politie en Openbaar Ministerie. ‘De driehoek bemoeit zich pas ergens mee als er een driehoeksbesluit gewenst is.’ Volgens hem sloten politie en justitie via vaste lijnen wel aan bij de situatie rond Stek Oost.

Garanties op volledige veiligheid kon hij niet geven. ‘Die bestaan helaas niet.’ Wel stelde hij dat het op de meeste gemengde woonlocaties in de stad goed verloopt en dat zich bij Stek Oost de laatste jaren geen zeer zware incidenten meer voordeden. Met aangescherpte maatregelen ziet het college voldoende basis om het project voort te zetten.

Vervolgdiscussie in zicht
Raadsleden vroegen naar het huidige veiligheidsgevoel onder bewoners en naar mogelijke vervolgstappen. Het college toonde bereidheid tot nader onderzoek en benadrukte voortdurende inzet van zorg- en veiligheidsketens rond het complex.

De afdronk bij VVD-raadslid Van Gerhardt was na afloop teleurstellend. ‘Veel afschuiven door de wethouder op onder andere ambtenaren en Stadgenoot. Ze blijven vol houden goed te hebben gehandeld en dat incidenten overal plaatsvinden. Er is geen enkele reflectie op het eigen handelen’, zegt het raadslid. ‘De VVD is duidelijk, het stadsbestuur heeft te weinig gedaan om de veiligheid te waarborgen.’

D66-raadslid Aslami zegt na het debat: ‘Het is een ingewikkeld dossier, dat na de incidenten al vaker besproken. Het blijft vreemd dat we niet na dat belangrijke telefoontje tussen de wethouder en Stadgenoot niet direct zijn geïnformeerd.’ 

De gemeenteraad praat eind deze maand verder over Stek Oost. Daarmee blijft het debat over veiligheid, verantwoordelijkheid en de toekomst van gemengd wonen nadrukkelijk op de politieke agenda staan.